De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
I
Artikel I, onderdeel H, wordt als volgt gewijzigd:
1. Onderdeel 1 komt te luiden:
1. In het eerste lid, onderdelen a en b, vervalt telkens «aan de ingeschrevene» en wordt
telkens voor de punt aan het slot ingevoegd «indien dit op grond van artikel 48, tiende
lid, door het regionale tuchtcollege of het centraal tuchtcollege is beslist».
2. In onderdeel 13 wordt in het voorgestelde achtste lid voor de punt aan het slot ingevoegd
«, indien dit op grond van artikel 7, vijfde lid, van de Wet medisch tuchtrecht BES,
door het College is beslist».
II
Aan artikel I, onderdeel Y, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:
10. Na het tiende lid (nieuw) wordt een lid toegevoegd, luidende:
-
11. Indien het belang van de individuele gezondheidszorg dat vordert kan het tuchtcollege
bij het opleggen van een maatregel als bedoeld in het eerste lid, onder b en c, besluiten
tot openbaarmaking van de opgelegde maatregel, al dan niet met de gronden waarop zij
berust, op de door hem te bepalen wijze.
III
Artikel VIa, onderdeel C, wordt als volgt gewijzigd:
1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.
2. Er wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:
2. Na artikel 7, vierde lid, wordt een lid toegevoegd, luidende:
-
5. Indien de beroepsbeoefenaar staat ingeschreven in een register als bedoeld in artikel
8 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, kan het College in
het belang van de individuele gezondheidszorg bij het opleggen van een maatregel als
bedoeld in het eerste lid, onder b en c, besluiten tot openbaarmaking in dat register
van de opgelegde maatregel, al dan niet met de gronden waarop zij berust.
Toelichting
Indienster beoogt met dit amendement de verplichte aantekening van berispingen en
geldboetes in het register en de openbare kennisgeving daarvan uit de wet te halen.
In plaats daarvan zal het bij deze maatregelen bij normschendingen die niet tot een
bevoegdheidsbeperkende maatregel leiden aan het tuchtcollege zijn om te bepalen of
de opgelegde maatregel in het register wordt opgenomen en openbaar gemaakt wordt.
Bij het besluit tot een aantekening in het register en openbare kennisgeving kan gedacht
worden aan gevallen waarin de betrokken beroepsbeoefenaar geen of gebrekkige zelfreflectie
toont of als dat in het algemeen belang van de individuele gezondheidszorg is.
Indienster is van mening dat het niet in alle gevallen van belang is voor patiënten
om geïnformeerd te worden over iedere normschending die niet tot een bevoegdheidsbeperkende
maatregel leidt, zeker als deze zonder afdoende context wordt gecommuniceerd. De opgelegde
maatregel hoeft immers niet per se te maken te hebben met een gedraging waar de patiënt
last van heeft. Daarnaast kan aantekening in het register en openbare kennisgeving
van iedere maatregel het tuchtcollege er ook toe bewegen om bij lichte vergrijpen
geen berisping of geldboete op te leggen, wat ten koste gaat van het lerend vermogen
van de beroepsgroep waartoe het tuchtrecht ook dient te zijn. Ten slotte blijkt uit
onderzoek1 dat een berisping van de tuchtrechter, inclusief openbaarmaking in regionale dag-
of weekbladen en in het BIG-register, de betrokken zorgverlener op zowel persoonlijk,
professioneel en zakelijk vlak raakt.
Dit amendement regelt tevens dat de Wet medisch tuchtrecht BES zodanig gewijzigd wordt
dat het Medisch Tuchtcollege op de BES-eilanden dezelfde bevoegdheid krijgt om bij
normschendingen die niet tot een bevoegdheidsbeperkende maatregel leiden te bepalen
of deze openbaar gemaakt moet worden.
Dit amendement laat onverlet dat maatregelen bij ernstige misdragingen die tot schorsing
(voorwaardelijk en onvoorwaardelijk), gedeeltelijke ontzegging, doorhaling en verbod
op wederinschrijving leiden verplicht in het register moeten worden aangetekend en
openbaar gemaakt moeten worden en dat het tuchtcollege bij lichtere normschendingen
de mogelijkheid krijgt om te beslissen dat de opgelegde maatregel openbaar wordt gemaakt.
Met dit amendement wordt geen overgangsrecht voorgesteld. Dat wil zeggen dat maatregelen
die openbaar gemaakt zijn openbaar zullen blijven volgens de regels die ten tijde
van het opleggen van de maatregel gelden. De overweging van de indienster hierbij
is dat het tuchtcollege ten tijde van het opleggen van de maatregel geen afweging
gemaakt heeft of er een reden wordt gezien tot openbaarmaking.
Van den Berg