Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201734626 nr. 2

34 626 Wijziging van de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer, de Wet vergoedingen leden Eerste Kamer, de Wet rechtspositie ministers en staatssecretarissen en de Wet rechtspositie Raad van State, Algemene Rekenkamer en Nationale ombudsman alsmede tot wijziging van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers in verband met enkele rechtspositionele aanpassingen van meer technische aard

Nr. 2 VOORSTEL VAN WET

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is enkele rechtspositionele wijzigingen voor politieke ambtsdragers en voor leden van Hoge Colleges van Staat van meer technische aard voor te stellen;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. Het onderdeel «– Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;» vervalt.

2. Onder vervanging van de punt aan het slot van het eerste lid door een puntkomma wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

griffier:

de griffier van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

B

In het opschrift van paragraaf 2 vervalt: en tegemoetkoming in ziektekosten.

C

In artikel 3a, derde lid, wordt «Onze Minister» vervangen door: de griffier.

D

Artikel 4 komt te luiden:

Artikel 4

  • 1. Zo spoedig mogelijk na afloop van het kalenderjaar, verstrekt het Kamerlid aan de inspecteur van de Belastingdienst:

    • a. een opgave van de neveninkomsten welke hij over dat kalenderjaar of over een gedeelte daarvan heeft genoten, dan wel

    • b. een verklaring dat hij geen neveninkomsten heeft genoten of niet meer dan 14% van de schadeloosstelling op jaarbasis aan neveninkomsten heeft genoten over dat jaar of, indien hij het kamerlidmaatschap vervulde gedurende een gedeelte van het kalenderjaar, een evenredig deel daarvan, dan wel

    • c. een verklaring dat een opgave van neveninkomsten achterwege zal blijven.

  • 2. In afwijking van het eerste lid vermindert de griffier op verzoek van het Kamerlid diens schadeloosstelling reeds gedurende het kalenderjaar met een bedrag waarmee het Kamerlid verwacht dat zijn schadeloosstelling zal worden verminderd vanwege zijn neveninkomsten.

  • 3. De inspecteur van de Belastingdienst deelt de griffier het bedrag van de schadeloosstelling mede dat teruggevorderd dient te worden en verstrekt een afschrift daarvan aan het Kamerlid.

  • 4. Indien de inspecteur van de Belastingdienst constateert dat er sprake is van te verrekenen neveninkomsten, vordert de griffier het teveel aan ontvangen schadeloosstelling terug van het Kamerlid.

  • 5. Indien het Kamerlid geen informatie kan verstrekken, meldt hij dit binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar onder opgaaf van redenen aan de inspecteur van de Belastingdienst. Het Kamerlid meldt tevens een redelijke termijn waarbinnen hij deze informatie alsnog zal verstrekken.

  • 6. In het geval genoemd in het eerste lid, onderdeel c, alsmede indien het Kamerlid binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar geen opgave of verklaring als bedoeld in het eerste lid heeft ingezonden of niet heeft voldaan aan het vijfde lid, stelt de griffier de schadeloosstelling over het afgelopen jaar vast op 65% van de schadeloosstelling op jaarbasis, tenzij hij uit anderen hoofde kan vaststellen tot welk bedrag er verrekend zou moeten worden.

  • 7. Op verzoek van het Kamerlid kan de griffier besluiten de verrekening of terugbetaling in termijnen te laten plaatsvinden.

E

Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, wordt «of een compensatie voor de reiskosten in het woon-werkverkeer overeenkomend met de tegemoetkoming voor het rijkspersoneel van kosten van woon-werkverkeer, niet zijnde kosten van openbaar vervoer» vervangen door: , of een compensatie voor de reiskosten volgens de onderstaande tabel.

Enkele reisafstand

   

meer dan

maar niet meer dan

bedrag per maand

0 km

10 km

nihil

10 km

15 km

€ 65

15 km

20 km

€ 91

20 km

€ 130

2. Het vierde lid komt te luiden:

  • 4. De griffier stelt ten laste van de Tweede Kamer op aanvraag de noodzakelijke faciliteiten ten behoeve van vervoer en verblijf ter beschikking in verband met buitenlandse reizen die een Kamerlid in het kader van de uitoefening van het kamerlidmaatschap maakt.

F

Artikel 10 komt te luiden:

Artikel 10

  • 1. De griffier kent een Kamerlid dat naar het oordeel van een arts een structurele functionele beperking heeft, ten laste van de Tweede Kamer op aanvraag een voorziening toe als bedoeld in artikel 35, tweede en derde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.

  • 2. Het gestelde bij of krachtens artikel 35, vijfde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen is van overeenkomstige toepassing.

G

Na artikel 10 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 10a

De griffier stelt ten laste van de Tweede Kamer aan een Kamerlid voor de duur van diens kamerlidmaatschap informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking, daarbij inbegrepen de abonnementen, die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van het kamerlidmaatschap.

H

Artikel 13 komt te luiden:

Artikel 13

Ten aanzien van een Kamerlid waarvan de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, worden als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 aangewezen:

  • a. de bedragen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, voor zover deze niet worden gerekend tot een vergoeding als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdeel a, onder 2° en 3°, van de Wet op de loonbelasting 1964;

  • b. de bedragen, bedoeld in artikel 7, tweede lid;

  • c. het bedrag, bedoeld in artikel 8, eerste lid;

  • d. de vergoeding, bedoeld in artikel 9, eerste lid;

  • e. de verstrekkingen, bedoeld in artikel 10a.

ARTIKEL II

De Wet vergoedingen leden Eerste Kamer wordt als volgt gewijzigd:

A

Onder vervanging van de punt aan het slot van artikel 1, onderdeel d, door een puntkomma, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

e. griffier:

de griffier van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.

B

Aan artikel 17 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 3. De griffier stelt ten laste van de Eerste Kamer op aanvraag de noodzakelijke faciliteiten ten behoeve van vervoer en verblijf ter beschikking in verband met buitenlandse dienstreizen die een Kamerlid in het kader van de uitoefening van het kamerlidmaatschap maakt.

C

Na artikel 18 worden twee artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 18a

  • 1. De griffier kent een Kamerlid dat naar het oordeel van een arts een structurele functionele beperking heeft, ten laste van de Eerste Kamer op aanvraag een voorziening toe als bedoeld in artikel 35, tweede en derde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.

  • 2. Het gestelde bij of krachtens artikel 35, vijfde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 18b

De griffier stelt ten laste van de Eerste Kamer aan een Kamerlid voor de duur van diens kamerlidmaatschap informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking, daarbij inbegrepen de abonnementen, die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van het kamerlidmaatschap.

D

Onder vervanging van de punt aan het slot artikel 19, onderdeel c, door een puntkomma, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • d. de verstrekkingen, bedoeld in artikel 18b.

ARTIKEL III

Na artikel 2 van de Wet rechtspositie ministers en staatssecretarissen wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 2a

  • 1. Een minister of staatssecretaris die naar het oordeel van een arts een structurele functionele beperking heeft, kan aanspraak maken op een voorziening als bedoeld in artikel 35, tweede en derde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.

  • 2. Het gestelde bij of krachtens artikel 35, vijfde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen is van overeenkomstige toepassing.

ARTIKEL IV

De Wet rechtspositie Raad van State, Algemene Rekenkamer en Nationale ombudsman wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «een ambtsjubileumgratificatie, een vakantie-uitkering en een eindejaarsuitkering.» vervangen door: een vakantie-uitkering, een eenmalige uitkering en een eindejaarsuitkering.

2. Een lid wordt toegevoegd, luidende:

  • 5. De vice-president van de Raad van State, de president van de Algemene Rekenkamer, de leden van de Raad van State en de staatsraden en de overige leden in gewone dienst van de Algemene Rekenkamer ontvangen een ambtsjubileumgratificatie op de voet van de regeling die hieromtrent geldt voor het personeel werkzaam bij de sector Rijk.

B

Na artikel 3 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 3a

  • 1. Een Nationale ombudsman of een substituut-ombudsman die naar het oordeel van een arts een structurele functionele beperking heeft, kan aanspraak maken op een voorziening als bedoeld in artikel 35, tweede en derde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.

  • 2. Het gestelde bij of krachtens artikel 35, vijfde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen is van overeenkomstige toepassing.

ARTIKEL V

De Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers wordt als volgt gewijzigd:

A

Onder vervanging van de punt aan het slot van de artikelen 6, tweede lid, onderdeel b, 51, tweede lid, onderdeel b, alsmede 131, tweede lid, onderdeel b, door een puntkomma, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • c. zich onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel.

B

In artikel 13, vijfde lid, wordt «artikel 18a, vierde lid, onder 5» vervangen door: artikel 18a, vierde lid.

C

In artikel 13d, eerste lid, wordt «artikel 18a, achtste lid» vervangen door: artikel 18a, zevende lid.

D

In de artikelen 22, eerste lid en tweede lid, onder a en b, 23, aanhef van het eerste lid, 27, eerste lid, 67, eerste lid en tweede lid, onder a en b, 68, aanhef van het eerste lid, 72, eerste lid, 145, eerste lid en tweede lid, onder a en b, 146, aanhef van het eerste lid, en 150, eerste lid, wordt «vijf zevende gedeelte» vervangen door: 70 procent.

E

In de artikelen 25, eerste lid, onder a, 70, eerste lid, onder a, en 148, eerste lid, onder a, wordt «een zevende gedeelte» vervangen door: 14 procent.

F

In de artikelen 25, eerste lid, onder b, 70, eerste lid, onder b, en 148, eerste lid, onder b, wordt «twee zevende gedeelte» vervangen door: 28 procent.

G

Artikel 52a, derde lid, komt te luiden:

  • 3. Artikel 7a, derde lid, is van overeenkomstige toepassing op een Kamerlid.

H

Artikel 132a, derde lid, komt te luiden:

  • 3. Artikel 7a, derde lid, is van overeenkomstige toepassing op een lid van gedeputeerde staten.

ARTIKEL VI

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,