Met belangstelling heb ik kennisgenomen van het nader voorlopig verslag dat de leden
van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport over dit wetsvoorstel
hebben uitgebracht. Ik dank de leden van de SP-fractie voor de daarin door hen gestelde
vragen en gemaakte opmerkingen. Die geven mij de gelegenheid om het wetsvoorstel hierna
nader toe te lichten en te verduidelijken.
De leden van de SP-fractie vragen wat er nu vereist is voor de kerntaken: een hoger
opgeleide professionele opleiding of een verpleegkundige opleiding. Zij merken daarbij
op dat bachelor medisch hulpverleners en verpleegkundigen niet vergelijkbaar zijn
qua niveau en qua curriculum en dat de motie Gerbrands duidelijk heeft gesteld dat
het om ambulanceverpleegkundigen handelt.
Instroom in de ambulancezorg is momenteel mogelijk voor zowel BIG-geregistreerde verpleegkundigen,
als voor bachelor medisch hulpverleners. Voor die laatste groep is op 1 mei jongstleden
een experiment gestart.
Van belang is dat alle in de ambulancezorg beginnende beroepsbeoefenaren voldoende
praktijkervaring opdoen, voordat zij zelfstandig ingezet worden in de ambulancezorg.
Daarbij gaat het om maatwerk: afhankelijk van hun vooropleiding en hun werkervaring
is er een bepaald aanvullend leertraject nodig.
Daarom starten SEH-, IC- en anesthesieverpleegkundigen die instromen in de ambulancezorg
met een specifieke verkorte opleiding tot ambulanceverpleegkundige. Cardiaccareverpleegkundigen
kunnen instromen in de ambulancezorg via een specifieke, voor die groep ontwikkelde
opleiding. Voor de overige BIG-geregistreerde verpleegkundigen is er een uitgebreidere
opleiding die bestaat uit een algemeen en een specifiek deel. Voor bachelor medisch
hulpverleners is er om diezelfde reden een aanvullend traineeprogramma ontwikkeld
voordat zij zelfstandig binnen de ambulancezorg kunnen worden ingezet.
Daarnaast is er momenteel een groep ambulanceverpleegkundigen werkzaam met een aanvullende
opleiding tot physician assistant of verpleegkundig specialist acute zorg.
Verder wil ik u hierbij wijzen op mijn brief van 13 juni 2017.1 Daarin heb ik toegelicht dat het amendement Gerbrands2 – waarin wordt gesteld dat in spoedeisende gevallen de hulp wordt verleend door een
ambulanceverpleegkundige – niet bedoeld is om een belemmering op te werpen voor de
experimenten met onder meer bachelor medisch hulpverleners in de ambulancezorg. Op
basis van deze experimenten en onder de daarvoor geldende voorwaarden kunnen zij dus
werkzaam zijn binnen de spoedeisende ambulancezorg.
De SP-fractie vraagt verder of vijf jaar niet wat lang is voor een experiment, zoals
dat met de bachelor medisch hulpverleners en de physician assistants. Ook vraagt deze
fractie wanneer er een tussentijdse evaluatie te verwachten is.
Het experiment op basis waarvan bachelor medisch hulpverleners zelfstandig bevoegd
zijn tot het verrichten van een aantal aangewezen voorbehouden handelingen is op 1 mei
jongstleden gestart. De bachelor medisch hulpverlener verleent op basis van een geaccrediteerde
hbo-bacheloropleiding medisch ondersteunende zorg binnen de acute zorg, de interventie
zorg en de diagnostiek. Er is bewust gekozen voor een experiment van vijf jaar om
goed en zorgvuldig te kunnen onderzoeken of – en zo ja, voor welke – voorbehouden
handelingen het noodzakelijk is om het beroep bachelor medisch hulpverlener uit oogpunt
van doelmatigheid en effectiviteit in de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg
te regelen. Kwaliteit en patiëntveiligheid staan daarbij voorop. Het experiment wordt
gemonitord en geëvalueerd door middel van een wetenschappelijk onderzoek, uitgevoerd
door Maastricht UMC+. De eindresultaten van dit onderzoek zullen naar verwachting
begin 2020 beschikbaar. Op basis van deze eindresultaten zal de Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport een besluit nemen over het definitief regelen van de zelfstandige
bevoegdheid voor voorbehouden handelingen door bachelor medisch hulpverleners.
Het bovengenoemde traineeprogramma voor bachelor medisch hulpverleners in de ambulancezorg
wordt uitgevoerd op basis van het Sectoraal kader pilot Bachelor medisch hulpverlener
ambulancezorg. Dit wordt landelijk vastgesteld om eenduidige uitstroom te creëren,
bredere inzetbaarheid te borgen en de kwaliteit van de inzet van de bachelor medisch
hulpverlener in de ambulancezorg landelijk te monitoren. Naar aanleiding van de uitkomsten
van de (tussentijdse) evaluatie – op basis van opgedane ervaringen uit de praktijk
– kan besloten worden dat de minimale eisen in dit kader worden bijgesteld.
Het experiment op basis waarvan de physician assistant zelfstandig een aantal voorbehouden
handelingen mag verrichten is verlengd vanwege de behandeling van het wetsvoorstel
tot wijziging van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg in verband
met het opnemen van de physician assistant en de verpleegkundig specialist en een
tijdelijk register voor experimenteerberoepen (34 630).
Ik hoop dat met deze antwoorden de behandeling van het wetsvoorstel voldoende is voorbereid.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E.I. Schippers