Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201934608 nr. 21

34 608 Wijziging van het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering teneinde de afwikkeling van massaschade in een collectieve actie mogelijk te maken (Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie)

Nr. 21 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN DE LEDEN VAN GENT EN VAN DER STAAIJ TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 16

Ontvangen 29 januari 2019

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

I

In artikel II wordt na het voorgestelde artikel 1018g een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 1018ga

  • 1. De rechter kan bevelen dat de personen behorend tot de nauw omschreven groep personen, bedoeld in artikel 1018e, tweede lid, wier belangen in deze collectieve vordering worden behartigd en die zich niet overeenkomstig artikel 1018f van de behartiging van hun belangen in de procedure en de uitspraak hebben bevrijd, binnen een door de rechter te bepalen termijn schriftelijk mededelen aan de griffie dat zij bij voorbaat gebonden willen zijn aan een overeenkomst als bedoeld in artikel 907, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, als deze tijdens de collectieve procedure wordt gesloten. De rechter kan dit bevel alleen geven, indien:

    • a. voldoende zicht bestaat op de uitgangspunten van een te bereiken overeenkomst als bedoeld in artikel 907, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, zoals de categorieën en de daaraan gekoppelde schadevergoeding;

    • b. geen andere mogelijkheden bestaan om een voldoende onderbouwde inschatting te kunnen maken van het aantal personen dat aan de te sluiten overeenkomst gebonden wenst te zijn;

    • c. het bevel mede in het belang is van de groep van personen behorend tot de nauw omschreven groep personen in de zin van artikel 1018e, tweede lid, wier belangen in deze collectieve vordering worden behartigd en die zich niet overeenkomstig artikel 1018f van de behartiging van hun belangen in de procedure en de uitspraak hebben bevrijd; en

    • d. het bevel noodzakelijk is om een overeenkomst te kunnen sluiten, in het licht van alle omstandigheden van het geval, waaronder de fase waarin de zaak zich bevindt, de houding van partijen, de ingewikkelde aard van de collectieve vordering in deze zaak en de verwachte duur van de collectieve procedure.

    De rechter kan de in de aanhef bedoelde termijn eventueel verlengen, indien dat met het oog op het bereiken van een overeenkomst wenselijk is.

  • 2. Bij brief wordt aan de personen bedoeld in het eerste lid, zo spoedig mogelijk mededeling

    gedaan van de uitspraak van de rechter bedoeld in het eerste lid, tenzij de rechter anders bepaalt. Bovendien wordt hiervan zo spoedig mogelijk aankondiging gedaan in één of meer door de rechter aan te wijzen nieuwsbladen. Hierbij wordt telkens op een door de rechter aan te geven wijze melding gemaakt van de wijze waarop deze personen overeenkomstig het eerste lid kunnen mededelen dat zij bij voorbaat gebonden willen worden aan een overeenkomst als bedoeld in artikel 907, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. Tevens wordt vermeld op welke wijze inzage of afschrift kan worden verkregen van de uitspraak. De rechter kan bevelen dat ook van andere dan de in dit lid genoemde gegevens melding wordt gemaakt. Tenzij de rechter anders bepaalt, draagt de exclusieve belangenbehartiger zorg voor de in dit lid bedoelde melding en aankondiging. De rechter kan gelasten dat de in dit lid bedoelde gegevens ook op andere wijze bekend worden gemaakt. Indien er personen tot de nauw omschreven groep personen behoren wier belangen de exclusieve belangenbehartiger in deze collectieve vordering behartigt, die geen woonplaats of verblijf in Nederland hebben en een voor Nederland bindende internationale of Unie-regeling niet een wijze van aankondiging voorschrijft, gelast de rechter aankondiging op een door hem te bepalen wijze ten behoeve van deze personen, zo nodig in één of meer andere talen dan de Nederlandse taal.

  • 3. Een overeenkomst als bedoeld in artikel 907, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, die wordt gesloten na een bevel overeenkomstig dit artikel heeft geen gevolg voor en leidt niet tot gebondenheid van de personen bedoeld in het eerste lid die niet overeenkomstig het tweede lid hebben meegedeeld bij voorbaat gebonden willen zijn aan deze overeenkomst. Voor deze personen kan geen vordering als bedoeld in artikel 305a van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek worden ingesteld, gebaseerd op soortgelijke feitelijke en rechtsvragen voor dezelfde gebeurtenis of gebeurtenissen. De eerdere collectieve stuiting van de verjaring van de vordering vervalt, indien zij niet binnen zes maanden, na de uitspraak waarbij een schikking als bedoeld in artikel 907, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek is goedgekeurd, een individuele stuitingshandeling voor deze vordering verrichten. Komt na een bevel als bedoeld in het eerste lid geen overeenkomst als bedoeld in artikel 907, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek tot stand, dan wordt de collectieve procedure voortgezet voor alle personen behorend tot de nauw omschreven groep personen, bedoeld in artikel 1018e, tweede lid, wier belangen in deze collectieve vordering worden behartigd en die zich niet overeenkomstig artikel 1018f van de behartiging van hun belangen in de procedure en de uitspraak hebben bevrijd.

II

In artikel IIa wordt na het voorgestelde artikel 1018g een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 1018ga

  • 1. De rechter kan bevelen dat de personen behorend tot de nauw omschreven groep personen, bedoeld in artikel 1018e, tweede lid, wier belangen in deze collectieve vordering worden behartigd en die zich niet overeenkomstig artikel 1018f van de behartiging van hun belangen in de procedure en de uitspraak hebben bevrijd, binnen een door de rechter te bepalen termijn schriftelijk mededelen aan de griffie dat zij bij voorbaat gebonden willen zijn aan een overeenkomst als bedoeld in artikel 907, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, als deze tijdens de collectieve procedure wordt gesloten. De rechter kan dit bevel alleen geven, indien:

    • a. voldoende zicht bestaat op de uitgangspunten van een te bereiken overeenkomst als bedoeld in artikel 907, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, zoals de categorieën en de daaraan gekoppelde schadevergoeding;

    • b. geen andere mogelijkheden bestaan om een voldoende onderbouwde inschatting te kunnen maken van het aantal personen dat aan de te sluiten overeenkomst gebonden wenst te zijn;

    • c. het bevel mede in het belang is van de groep van personen behorend tot de nauw omschreven groep personen in de zin van artikel 1018e, tweede lid, wier belangen in deze collectieve vordering worden behartigd en die zich niet overeenkomstig artikel 1018f van de behartiging van hun belangen in de procedure en de uitspraak hebben bevrijd; en

    • d. het bevel noodzakelijk is om een overeenkomst te kunnen sluiten, in het licht van alle omstandigheden van het geval, waaronder de fase waarin de zaak zich bevindt, de houding van partijen, de ingewikkelde aard van de collectieve vordering in deze zaak en de verwachte duur van de collectieve procedure.

    De rechter kan de in de aanhef bedoelde termijn eventueel verlengen, indien dat met het oog op het bereiken van een overeenkomst wenselijk is.

  • 2. Bij brief wordt aan de personen bedoeld in het eerste lid, zo spoedig mogelijk mededeling

    gedaan van de uitspraak van de rechter bedoeld in het eerste lid, tenzij de rechter anders bepaalt. Bovendien wordt hiervan zo spoedig mogelijk aankondiging gedaan in één of meer door de rechter aan te wijzen nieuwsbladen. Hierbij wordt telkens op een door de rechter aan te geven wijze melding gemaakt van de wijze waarop deze personen overeenkomstig het eerste lid kunnen mededelen dat zij bij voorbaat gebonden willen worden aan een overeenkomst als bedoeld in artikel 907, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. Tevens wordt vermeld op welke wijze inzage of afschrift kan worden verkregen van de uitspraak. De rechter kan bevelen dat ook van andere dan de in dit lid genoemde gegevens melding wordt gemaakt. Tenzij de rechter anders bepaalt, draagt de exclusieve belangenbehartiger zorg voor de in dit lid bedoelde melding en aankondiging. De rechter kan gelasten dat de in dit lid bedoelde gegevens ook op andere wijze bekend worden gemaakt. Indien er personen tot de nauw omschreven groep personen behoren wier belangen de exclusieve belangenbehartiger in deze collectieve vordering behartigt, die geen woonplaats of verblijf in Nederland hebben en een voor Nederland bindende internationale of Unie-regeling niet een wijze van aankondiging voorschrijft, gelast de rechter aankondiging op een door hem te bepalen wijze ten behoeve van deze personen, zo nodig in één of meer andere talen dan de Nederlandse taal.

  • 3. Een overeenkomst als bedoeld in artikel 907, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, die wordt gesloten na een bevel overeenkomstig dit artikel heeft geen gevolg voor en leidt niet tot gebondenheid van de personen bedoeld in het eerste lid die niet overeenkomstig het tweede lid hebben meegedeeld bij voorbaat gebonden willen zijn aan deze overeenkomst. Voor deze personen kan geen vordering als bedoeld in artikel 305a van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek worden ingesteld, gebaseerd op soortgelijke feitelijke en rechtsvragen voor dezelfde gebeurtenis of gebeurtenissen. De eerdere collectieve stuiting van de verjaring van de vordering vervalt, indien zij niet binnen zes maanden, na de uitspraak waarbij een schikking als bedoeld in artikel 907, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek is goedgekeurd, een individuele stuitingshandeling voor deze vordering verrichten. Komt na een bevel als bedoeld in het eerste lid geen overeenkomst als bedoeld in artikel 907, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek tot stand, dan wordt de collectieve procedure voortgezet voor alle personen behorend tot de nauw omschreven groep personen, bedoeld in artikel 1018e, tweede lid, wier belangen in deze collectieve vordering worden behartigd en die zich niet overeenkomstig artikel 1018f van de behartiging van hun belangen in de procedure en de uitspraak hebben bevrijd.

Toelichting

Dit amendement is gewijzigd om technische redenen in verband met de derde nota van wijziging.

Het wetsvoorstel Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie gaat uit van een opt-out-systeem. Een collectieve vordering geldt voor een nauw omschreven groep personen van wie de belangen in de collectieve vordering worden behartigd. Gedupeerden kunnen laten weten dat zij niet gebonden willen worden aan de uitkomst van de vordering (opt-out) na aanwijzing van de exclusieve belangenbehartiger. Een ieder die tot de bedoelde groep personen behoort en niet aangeeft zich eraan te onttrekken (dus geen opt-out gebruikt), is automatisch gebonden aan de uitkomst van de collectieve procedure. Komt het tot een schikking die door de rechter wordt goedgekeurd, dan kunnen benadeelden laten weten niet aan deze schikking gebonden te willen zijn.

Het is echter niet altijd duidelijk hoe groot de nauw omschreven groep is, soms zelfs niet bij benadering.1 Ook als er op zich wel voldoende inzicht is in de omvang van de groep in abstracte zin, kan in concreto onduidelijk zijn hoeveel personen binnen de nauw omschreven groep een daadwerkelijke betrokkenheid voelen bij de collectieve procedure. Zo kan het wel bij benadering duidelijk zijn aan hoeveel personen een defecte broodrooster is verkocht, maar is niet duidelijk hoeveel van deze gedupeerden daadwerkelijk de moeite zullen nemen om hun (relatief lage) schadevergoeding te komen vorderen. In dat geval is bij het maken van de schikking niet altijd duidelijk hoeveel personen daadwerkelijk meedoen aan de massaschadezaak. Dit kan de onderhandelingen over een schikking lastig maken. Zolang de precieze financiële gevolgen onduidelijk zijn zal de schadeveroorzakende partij immers minder geneigd zijn over te gaan tot een schikking.

Daarom regelt dit amendement dat de rechter in bepaalde gevallen de mogelijkheid heeft om uit te gaan van een opt-in in plaats van een opt-out. De rechter kan met het oog op het bereiken van een schikking op verzoek van een partij een termijn stellen waarbinnen de personen die tot de door de rechter vastgestelde nauw omschreven groep van personen behoren en die geen gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid tot opt-out, schriftelijk moeten melden dat zij bij voorbaat gebonden willen worden aan een collectieve schikking, mocht deze tot stand komen. Van hen wordt dus een opt-in gevraagd. De belangen van de personen die zich niet melden zullen in de collectieve procedure niet meer behartigd worden. Zij zullen aan de nog uit te onderhandelen schikking niet meer kunnen deelnemen. Als de onderhandelingen na de opt-in niet resulteren in een schikking, herneemt de collectieve procedure zijn gewone weg. Door deze toevoeging aan het wetsvoorstel wordt de rechterlijke vrijheid vergroot en de afwikkeling van massaschade in collectieve actie vergemakkelijkt.

De rechter gaat niet lichtvaardig over tot deze procedure. Hij zal eerst kijken of is voldaan aan de voorwaarden genoemd in a, b, c en d van het eerste lid van artikel 1018ga. Deze voorwaarden garanderen dat de opt-in-procedure alleen wordt gebruikt als dit in het belang is van alle gedupeerden en noodzakelijk is om een overeenkomst te kunnen sluiten.

Het Australische recht kent een soortgelijke procedure. Ook daar gaat de wet in principe uit van een opt-out, maar heeft de rechter de mogelijkheid later in de procedure een opt-in toe te passen als dat noodzakelijk is in het kader van het verkennen van een schikking. De Australische rechter maakt gebruik van dit instrument wanneer hij denkt daarmee de totstandkoming van een schikking te kunnen bevorderen.2 Dit heeft in enkele rechtszaken nuttige effecten gehad.3 De voorgestelde wettekst in dit amendement is gebaseerd op de Australische wettekst. De indieners hopen met het amendement dezelfde nuttige effecten in de Nederlandse rechtspraktijk mogelijk te maken.

Van Gent Van der Staaij


X Noot
1

Zie ook R.M. Hermans, «De oorzaken van het niet tot stand komen van collectieve schikkingen in massaschadezaken», in: M. Holtzer, A.F.J.A. Leijten & D.J. Oranje (red.), Geschriften vanwege de Vereniging Corporate Litigation 2014–2015 (Deventer: Wolters Kluwer 2015), p. 361–387.

X Noot
2

Zie Nederlands Juristenblad van 23 februari 2018, pagina 555–561.

X Noot
3

Zie bijvoorbeeld de zaak Matthews v. SPI Electricity (Supreme Court of Victoria, 18 januari 2013) of de zaak Melbourne City Investments Pty Ltd v. Treasury Wine Estates Limited (Federal Court of Australia, 20 juni 2017).