34 588 Regels met betrekking tot de inlichtingen- en veiligheidsdiensten alsmede wijziging van enkele wetten (Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 20..)

Nr. 37 AMENDEMENT VAN HET LID VERHOEVEN

Ontvangen 7 februari 2017

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

Na artikel 53 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 53a

Het is aanbieders van communicatiediensten toegestaan te berichten over de omvang en aard van hun opgelegde medewerkings- en informatieverplichtingen als bedoeld in deze paragraaf, voor zover het belang van de nationale veiligheid zich daar niet tegen verzet. Bij algemene maatregel van bestuur worden hieromtrent criteria en voorwaarden vastgesteld.

II

Na artikel 56 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 56a

Het is aanbieders van communicatiediensten toegestaan te berichten over de omvang en aard van hun opgelegde informatieverplichtingen als bedoeld in deze paragraaf, voor zover het belang van de nationale veiligheid zich daar niet tegen verzet. Bij algemene maatregel van bestuur worden hieromtrent criteria en voorwaarden vastgesteld.

III

Aan artikel 57 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 5. Het is de persoon aan wie een opdracht als bedoeld in het eerste lid wordt gericht toegestaan te berichten over de omvang en aard van een opdracht voor zover het belang van de nationale veiligheid zich daar niet tegen verzet. Bij algemene maatregel van bestuur worden hieromtrent criteria en voorwaarden vastgesteld.

Toelichting

Aan aanbieders van communicatiediensten kunnen medewerkings- en informatieverplichtingen opgelegd worden. Het ligt in de aard van de hen gevraagde medewerking en/of informatie dat hier geheimhouding gevraagd wordt. Dat neemt evenwel niet weg dat over het werk van inlichtingen- en veiligheidsdiensten waar mogelijk openheid betracht moet worden om zoveel mogelijk maatschappelijk draagvlak voor het werk van deze diensten te creëren. Een ieder kan zo inzicht krijgen in de mate van grootte waarin de diensten van deze bevoegdheid gebruik maken. Dat kan vertrouwen scheppen. Tegelijkertijd wordt door het abstracte niveau waarop deze data geopenbaard worden geen inzicht gegeven dat tot een inzicht in de modus operandi leidt. Door te regelen dat deze bedrijven, binnen voorwaarden, geaggregeerde data mogen openbaren kan daar invulling aan gegeven worden. Het amendement doet dit en legt daarmee de 10e standaard voor toezicht op inlichtingen- en veiligheidsdiensten zoals opgesteld door het Institute for Informatie Law (IViR) vast in de wet.

Verhoeven

Naar boven