Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201734584 nr. 14

34 584 Wijziging van de Wet inburgering en enkele andere wetten in verband met het toevoegen van het onderdeel participatieverklaring aan het inburgeringsexamen en de wettelijke vastlegging van de maatschappelijke begeleiding

Nr. 14 AMENDEMENT VAN HET LID VAN MEENEN

Ontvangen 16 februari 2017

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

In het opschrift vervalt: het toevoegen van het onderdeel participatieverklaring aan het inburgeringsexamen en.

II

In de beweegreden vervalt: het inburgeringsexamen uit te breiden met de participatieverklaring en.

III

In artikel I, onderdeel A, vervallen het eerste en tweede onderdeel.

IV

Artikel I, onderdeel B, vervalt.

V

Artikel I, onderdeel C, vervalt.

VI

Artikel I, onderdeel D, vervalt.

VII

Artikel I, onderdeel E, vervalt.

VIII

Artikel I, onderdeel F, vervalt.

IX

Artikel I, onderdeel G, vervalt.

X

Artikel I, onderdeel H, vervalt.

XI

Artikel I, onderdeel J, vervalt.

XII

Artikel I, onderdeel K, vervalt.

XIII

Artikel I, onderdeel L, vervalt.

XIV

Artikel I, onderdeel M, vervalt.

XV

Artikel I, onderdeel N, vervalt.

XVI

Artikel I, onderdeel O, vervalt.

XVII

Artikel I, onderdeel P, vervalt.

XVIII

Artikel I, onderdeel Q, vervalt.

XIX

Artikel II vervalt.

XX

Artikel III vervalt.

XXI

Artikel IV vervalt.

XXII

Artikel V vervalt.

XXIII

In artikel VI vervalt het eerste lid alsmede de aanduiding «2.» voor het tweede lid.

Toelichting

De indiener onderschrijft het nut van de wettelijke vastlegging van de maatschappelijke begeleiding. De toegevoegde waarde van het participatieverklaringstraject in een inburgeringstraject dat in de huidige vorm al (te) veel onderdelen bevat, is indiener echter niet duidelijk. Kennis over de Nederlandse rechtsstaat, onze ge- en verboden en andere praktische zaken die goed zijn om te weten als je in Nederland woont, worden afdoende behandeld in het inburgeringsonderdeel «Kennis van de Nederlandse samenleving». Het participatieverklaringstraject en het ondertekenen van de participatieverklaring is een eenzijdige verklaring is overbodig en ongewenst.

Van Meenen