Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 1 december 2016
Met deze brief verzoek ik u om het wetsvoorstel tot wijziging van Participatiewet
en enkele andere wetten in verband met het verplichten van beschut werk en het openstellen
van de Praktijkroute1 met spoed in behandeling te nemen. De redenen voor mijn verzoek zijn de volgende.
Met de partijen in de Werkkamer (de sociale partners, de Vereniging van Nederlandse
Gemeenten), het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen en de Landelijke Cliëntenraad
heb ik regelmatig constructief overleg over de wijze waarop de Participatiewet en
de Wet banenafspraak verbeterd kunnen worden. Bestuurlijk ben ik met deze partijen
overeengekomen om het verplichtstellen van beschut werk, de invoering van de zogenaamde
Praktijkroute2 en het afschaffen van de herbezettingvoorwaarde3 in samenhang te bespreken en tegelijkertijd in te voeren, om de werking van de Participatiewet
en de Wet Banenafspraak te verbeteren, en zo bij te dragen aan een inclusieve arbeidsmarkt.
Twee van deze onderwerpen maken onderdeel uit van het bovengenoemde wetsvoorstel.
Het afschaffen van de herbezettingsvoorwaarde kan worden geregeld op het niveau van
een ministeriële regeling.
Met betrekking tot de inwerkingtreding van dit wetsvoorstel speelt ook het volgende.
Werkgevers die iemand uit de doelgroep van de banenafspraak in dienst nemen, kunnen
aanspraak maken op een aantal voordelen. Een van deze voordelen is de premiekorting
arbeidsgehandicapten, die ook van toepassing is op werknemers uit de doelgroep banenafspraak.
Dit betreft een fiscale maatregel die ervoor zorgt dat werkgevers aanspraak hebben
op een premiekorting van maximaal 2.000 euro per jaar, als zij een werknemer uit de
doelgroep van de banenafspraak in dienst nemen.
Met de invoering van de Praktijkroute ontstaat een nieuwe toegang tot de doelgroep
van de banenafspraak, en dus ook tot het doelgroepregister banenafspraak. De Belastingdienst
heeft aangegeven om uitvoeringstechnische redenen de aanpassing voor mensen die via
de Praktijkroute in het doelgroepregister worden opgenomen, uitsluitend te kunnen
invoeren per 1 januari van een jaar. Dat betekent dat als het wetsvoorstel niet per
1 januari 2017 in werking kan treden, werkgevers die iemand in dienst nemen die via
de Praktijkroute in het doelgroepregister banenafspraak is opgenomen, in 2017 niet
in aanmerking komen voor de premiekorting.
Het beleid is erop gericht om de instrumenten voor werkgevers ten behoeve voor de
doelgroep banenafspraak zoveel mogelijk gelijk te schakelen. Als de wet niet vanaf
1 januari 2017 in werking kan treden, betekent dat dit voor de premiekorting niet
meer het geval is. Werkgevers die iemand in 2017 via de al bestaande toegangsroutes4. voor het doelgroepregister van de banenafspraak in dienst nemen, hebben wel aanspraak
op de premiekorting. Werkgevers die iemand in 2017 in dienst nemen, die via de Praktijkroute
toegelaten is tot het doelgroepregister, hebben deze aanspraak op premiekorting niet.
Mede om deze reden is belangrijk dat de Praktijkroute vanaf 1 januari 2017 kan worden
ingevoerd.
De partijen in de Werkkamer en de Landelijke Cliëntenraad hebben aangedrongen op een
snelle behandeling, vanwege het gegeven dat deze aanpassingen substantiële verbeteringen
zijn voor de werking van de Participatiewet en de Wet banenafspraak (zie bijlagen).
Ik heb de partijen van de Werkkamer toegezegd mijn uiterste best te doen om dit wetsvoorstel
zo snel mogelijk in te voeren, bij voorkeur vanaf 1 januari 2017. Ik heb daarbij uiteraard
ook aangegeven dat de beide Kamers zelf hun agenda bepalen. De Tweede Kamer heeft
het wetsvoorstel voortvarend behandeld en op 29 november jongstleden aangenomen.
Om bovenstaande redenen verzoek ik uw Kamer de behandeling van dit wetsvoorstel zo
spoedig mogelijk op uw agenda te plaatsen.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J. Klijnsma