Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201734573 nr. 10

34 573 Wijziging van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag en enige andere wetten in verband met de verlaging van de leeftijd waarop men recht heeft op het volwassenminimumloon, in verband met stukloon en meerwerk en enige andere wijzigingen

Nr. 10 AMENDEMENT VAN HET LID ULENBELT

Ontvangen 15 december 2016

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

In artikel I, onderdeel E, vervalt in artikel 12 het zesde lid.

II

Artikel II komt te luiden:

ARTIKEL II

Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel 617 worden drie leden toegevoegd, luidende:

  • 3. Het loon in geld wordt slechts naar tijdruimte vastgesteld.

  • 4. Voor zover het in geld vastgestelde loon bestaat in een bedrag dat afhankelijk is gesteld van enig gegeven dat uit de boeken, bescheiden of andere gegevensdragers van de werkgever moet kunnen blijken, is de werkgever tot voldoening verplicht telkens wanneer het bedrag van dat loon kan worden bepaald, met dien verstande dat ten minste eenmaal per jaar voldoening plaatsvindt. Het in geld vastgestelde loon, bedoeld in de vorige zin, wordt niet afhankelijk gesteld van de uitkomsten van de te verrichten arbeid.

  • 5. Slechts aan de werknemer komt de bevoegdheid toe om ter vernietiging van een beding dat afwijkt van lid 4, een beroep op de vernietigingsgrond te doen.

B

Artikel 624 vervalt.

C

In artikel 625, eerste lid, wordt «de artikelen 623 en 624 lid 1» vervangen door: artikel 623.

D

Artikel 628 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het derde lid vervalt, onder vernummering van het vierde tot en met negende lid tot het derde tot en met achtste lid.

2. In het vijfde en zesde lid (nieuw) wordt «lid 5» vervangen door: lid 4.

3. In het zevende lid (nieuw) wordt «lid 5, 6 of 7» vervangen door: lid 4, 5 of 6.

E

Artikel 629 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het achtste lid, vervalt, onder vernummering van het negende tot en met dertiende lid tot het achtste tot en met het twaalfde lid.

2. In het negende lid (nieuw) wordt «de leden 1, 2 en 9» vervangen door: de leden 1,2 en 8.

F

Artikel 632, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. Na de eerste zin wordt een zin ingevoegd, luidende: Indien het bedrag, bedoeld in de vorige zin, lager is dan het deel van het loon waarop beslag onder de werkgever niet geldig kan zijn, vindt slechts verrekening plaats op het deel van het loon waarop beslag op het loon wel geldig zou zijn.

2. In de laatste zin wordt «in de vorige zin» vervangen door: in de vorige zinnen.

G

In artikel 655, eerste lid, onder h, vervalt: alsmede, indien het loon afhankelijk is van de uitkomsten van de te verrichten arbeid, de per dag of per week aan te bieden hoeveelheid arbeid, de prijs per stuk en de tijd die redelijkerwijs met de uitvoering is gemoeid.

H

In artikel 679, tweede lid, vervallen de onderdelen e en f, onder verlettering van de onderdelen g tot en met j tot e tot en met h.

I

In artikel 691, zevende lid, wordt «leden 5, 6 en 7» vervangen door: leden 4, 5 en 6.

J

In artikel 743 wordt het tweede lid vervangen door:

  • 2. In afwijking van artikel 617, lid 3, kan het in geld vastgestelde loon aan de zeevarende afhankelijk worden gesteld van de uitkomsten van de te verrichten arbeid. In dat geval houdt de werkgever de betalingstermijnen aan die gelden voor het naar tijdruimte vastgestelde loon voor vergelijkbare arbeid, tenzij met inachtneming van artikel 623 andere termijnen zijn overeengekomen.

  • 3. Indien op de betaaldag het bedrag van het loon als genoemd in lid 2 nog niet te bepalen is, is de werkgever verplicht tot voldoening van een voorschot ten bedrage van het loon waarop de zeevarende gemiddeld per betalingstermijn aanspraak kon maken over de drie maanden voorafgaande aan de betaaldag of, indien dat niet mogelijk is, ten bedrage van het voor vergelijkbare arbeid gebruikelijke loon.

  • 4. Schriftelijk kan worden overeengekomen dat het voorschot op een lager bedrag wordt gesteld, maar niet op minder dan drie vierde van het gemiddelde loon over drie maanden voorafgaande aan de betaaldag onderscheidenlijk van het voor vergelijkbare arbeid gebruikelijke loon.

  • 5. Wordt aan de zeevarende een voorschot betaald als bedoeld in het vorige lid, dan heeft de zeevarende geen aanspraak jegens de werkgever indien het aan de in artikel 707 bedoelde persoon overgemaakte bedrag meer bedraagt dan aan de zeevarende verschuldigd is.

Toelichting

Het wetsvoorstel beoogt de stukloonregeling aan te passen waarmee getracht wordt te voorkomen dat betaling op basis van stukloon leidt tot betaling beneden het minimumloon.

Het is echter nog steeds mogelijk om onder het minimumloon uit te komen bij betaling op basis van stukloon.

Dit amendement regelt dat, om betaling onder minimumloon geheel uit te bannen bij stukloon, betaling op basis van stukloon geheel wordt verboden (met uitzondering van zeevarende vissers).

Ulenbelt