34 562 Voorstel van wet van de leden Kuiken, Dik-Faber en Van Eijs ter erkenning van de Nederlandse gebarentaal (Wet erkenning Nederlandse gebarentaal)

Nr. 18 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 30 oktober 2020

Hierbij stuur ik uw Kamer mede namens de staatsecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid mijn reactie op de aangehouden motie van de leden Jetten (D66) en Van den Hul (PvdA) over ondersteuning door het UWV van onderwijsvoorzieningen voor personen met een handicap ouder dan 30 jaar.1 Deze motie is aangehouden tijdens de behandeling van het wetsvoorstel Erkenning van Nederlandse gebarentaal (Kamerstuk 34 562) (8 september 2020) (Handelingen II 2019/20, nr. 98, debat over Erkenning Nederlandse gebarentaal). Door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is tijdens dit debat deze brief aangekondigd.

In lijn met de aangehouden motie ben ik voornemens om de Wet overige OCW-subsidies (WOOS) zodanig aan te passen dat studenten ouder dan 30 jaar kunnen rekenen op ondersteuning bij onderwijsvoorzieningen door het UWV. Ik licht hieronder toe hoe ik dat vormgeef.

Op dit moment hebben 30-plussers in de volgende situaties toegang tot voorzieningen van het UWV, waaronder een gebarentolk, bij het volgen van onderwijs:

  • Studenten die ouder zijn dan 30 jaar en recht hebben op studiefinanciering.

  • Op basis van de huidige WOOS komen alleen studenten ouder dan 30 jaar in aanmerking voor ondersteuning door het UWV onder de voorwaarde dat zij gebruik maken van het levenlanglerenkrediet en direct instromen vanuit de Wajong.

  • Daarnaast kunnen werknemers die vanwege hun werk (na)scholing of training onderwijs volgen, ook als zij ouder zijn dan 30 jaar, op basis van de WIA in aanmerking komen voor voorzieningen.

  • Ook mensen die in het kader van re-integratie vanuit de WW, ZW, WAO of WIA onderwijs volgen komen in aanmerking voor voorzieningen vanuit de WIA.

Met deze afbakening in de WOOS komen echter niet alle studenten die ouder zijn dan 30 jaar in aanmerking voor deze voorzieningen, bijvoorbeeld omdat zij geen gebruik maken van het levenlanglerenkrediet. Ik ben het met de ondertekenaars van de aangehouden motie eens dat dit onwenselijk is.

Ik ben daarom voornemens om artikel 19a van de WOOS zo aan te passen dat ook studenten ouder dan 30 jaar die bekostigd voltijdsonderwijs volgen in het vavo, mbo en het ho in aanmerking kunnen komen voor ondersteuning met onderwijsvoorzieningen door het UWV. Ik ben voornemens de dekking van deze uitbreiding vorm te geven binnen de beschikbare middelen voor de begrotingsartikelen voor het mbo en het ho. Ik vind dat verdedigbaar gezien het belang van toegankelijk onderwijs en een leven lang ontwikkelen.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven


X Noot
1

Kamerstuk 34 562, nr. 12.

Naar boven