34 562 Voorstel van wet van de leden Kuiken, Dik-Faber en Van Eijs ter erkenning van de Nederlandse gebarentaal (Wet erkenning Nederlandse gebarentaal)

Nr. 11 AMENDEMENT VAN DE LEDEN JASPER VAN DIJK EN JETTEN

Ontvangen 8 september 2020

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

Na artikel 5 worden twee artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 5a

Een gebarentalige die ter terechtzitting ambtswege het woord voert dan wel verplicht is zich aan een verhoor te onderwerpen of bevoegd is het woord te voeren, is bevoegd zich te bedienen van de Nederlandse Gebarentaal.

Artikel 5b

  • 1. Indien een verdachte, partij, getuige of belanghebbende zich ter terechtzitting op de voet van artikel 5a wil bedienen van de Nederlandse Gebarentaal, bepaalt de rechter die de leiding van de zitting heeft ambtshalve of op verzoek zonodig dat bijstand wordt verleend door een tolk. Artikel 276 van het Wetboek van Strafvordering is van toepassing indien het onderzoek ter terechtzitting plaatsvindt in het kader van een strafzaak.

  • 2. De vergoeding aan de tolk die ingevolge het eerste lid is opgetreden, komt ten laste van het Rijk.

  • 3. In afwijking van het tweede lid kan de rechter bepalen dat in een civiele zaak de vergoeding aan de tolk ten laste komt van degene op wiens verzoek bijstand door een tolk wordt verleend, indien achteraf blijkt dat de kosten voor bijstand door een tolk, nodeloos zijn aangewend.

Toelichting

Indieners beogen met dit amendement dat gebarentolken beschikbaar zijn voor hen die afhankelijk zijn van gebarentaal in de rechtspraak en dat partijen hiervoor de kosten niet zelf hoeven te dragen, ook als er geen recht op toevoeging bestaat. Het is immers van belang dat de rechtspraak voor iedereen toegankelijk is, ook als mensen afhankelijk zijn van een gebarentolk. De indieners sluiten hier aan bij de Wet gebruik Friese taal.

Jasper van Dijk Jetten

Naar boven