34 553 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2017)

Nr. 12 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN DE LEDEN OMTZIGT EN SCHOUTEN TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 9

Ontvangen 15 november 2016

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

I

Artikel I, onderdeel F, komt te luiden:

F

Artikel 4.17a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het vijfde lid wordt vóór de eerste volzin een volzin ingevoegd, luidende: Tot het vermogen van de onderneming, bedoeld in het zesde lid, onderdeel a, wordt niet gerekend een belang in een ander lichaam.

2. In het vijfde lid, tweede volzin (nieuw), aanhef, wordt «een belang heeft in een ander lichaam» vervangen door: direct of indirect een belang heeft in een ander lichaam.

3. In het vijfde lid, tweede volzin (nieuw), wordt aan het slot van onderdeel a «, of» vervangen door een puntkomma.

4. In het vijfde lid, tweede volzin (nieuw), wordt de punt aan het slot van onderdeel b, onder 3°, vervangen door: , of.

5. Aan het vijfde lid, tweede volzin (nieuw), wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • c. de erflater in dat andere lichaam een indirect belang hield dat uitsluitend als gevolg van de omvang van het belang voor hem geen aanmerkelijk belang was en het belang in dat andere lichaam zonder de toepassing van de eerste volzin tot het vermogen van de onderneming, bedoeld in het zesde lid, onderdeel a, zou behoren doordat de activiteiten van dat andere lichaam in het verlengde liggen van de ondernemingsactiviteiten van het lichaam waarin de erflater een aanmerkelijk belang heeft.

6. In het vijfde lid, derde volzin (nieuw), wordt «geschiedt de toerekening» vervangen door: geschiedt de toerekening, bedoeld in de tweede volzin,.

7. In het vijfde lid, vierde volzin (nieuw), wordt «Dit lid vindt» vervangen door: De tweede en derde volzin vinden.

8. In het zesde lid worden de onderdelen 1° en 2° geletterd a en b.

9. In het zesde lid, onderdeel b (nieuw), wordt «onder 1°» vervangen door: in onderdeel a.

10. In het zevende lid wordt «het zesde lid, onder 1°» vervangen door: het zesde lid, onderdeel a.

II

Artikel I, onderdeel G, vervalt.

III

Artikel VII, onderdeel D, komt te luiden:

D

Artikel 35c wordt als volgt gewijzigd:

1. In het vijfde lid wordt vóór de eerste volzin een volzin ingevoegd, luidende: Tot het vermogen van de onderneming, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, onder 1°, wordt niet gerekend een belang in een ander lichaam.

2. In het vijfde lid, tweede volzin (nieuw), aanhef, wordt «een belang heeft» vervangen door: direct of indirect een belang heeft.

3. In het vijfde lid, tweede volzin (nieuw), wordt aan het slot van onderdeel a «, of» vervangen door een puntkomma.

4. In het vijfde lid, tweede volzin (nieuw), wordt de punt aan het slot van onderdeel b, onder 3°, vervangen door: , of.

5. Aan het vijfde lid, tweede volzin (nieuw), wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • c. de erflater of schenker in dat andere lichaam een indirect belang hield dat uitsluitend als gevolg van de omvang van het belang voor hem geen aanmerkelijk belang was als bedoeld in afdeling 4.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001 en het belang in dat andere lichaam zonder de toepassing van de eerste volzin tot het vermogen van de onderneming, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, onder 1°, zou behoren doordat de activiteiten van dat andere lichaam in het verlengde liggen van de ondernemingsactiviteiten van het lichaam waarin de erflater of schenker een aanmerkelijk belang als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, hield.

6. In het vijfde lid, derde volzin (nieuw), wordt «geschiedt de toerekening» vervangen door: geschiedt de toerekening, bedoeld in de tweede volzin,.

7. In het vijfde lid, vierde volzin (nieuw), wordt «Dit lid vindt» vervangen door: De tweede en derde volzin vinden.

IV

In artikel XIX, zevende lid, wordt «Artikel I, onderdelen F en G» vervangen door: Artikel I, onderdeel F.

Toelichting

Dit amendement bewerkstelligt dat de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) van toepassing blijft op een indirect belang van 5% of minder dat als ondernemingsvermogen gekwalificeerd wordt middels de vermogensetiketteringsregels doordat de activiteiten in dit lichaam in het verlengde liggen van de ondernemingsactiviteiten van de holding of van de aan de holding toegerekende onderneming. De bedrijfsopvolgingsregeling geldt alleen voor zover dit belang bestaat uit ondernemingsvermogen en niet uit beleggingsvermogen. Daarmee worden indirecte belangen van minder dan 5% en meer dan 5% gelijk behandeld en wordt voorkomen dat de bedrijfsopvolgingsregeling wel van toepassing is op liquide ondernemingsvermogen dat in geld wordt aangehouden en niet op liquide ondernemingsvermogen dat in aandelen wordt aangehouden. Met dit amendement wordt dus hersteld dat de situatie, zoals deze aan de orde was in het arrest van de Hoge Raad van 22 april 2016 (nr. 15/02845), kwalificeert voor de bedrijfsopvolgingsregeling.

Daartoe wordt geregeld dat voor de toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) in de Successiewet 1956 en de doorschuifregelingen in de aanmerkelijkbelangregeling in de Wet inkomstenbelasting 2001 bezittingen en schulden van een lichaam waarin de schenker of erflater een indirect belang van kleiner dan 5% hield, worden toegerekend aan de holding als het belang dat de holding in dit lichaam houdt bij de holding tot het ondernemingsvermogen behoort. Voor zover de toegerekende bezittingen en schulden ondernemingsvermogen van de holding vormen, kunnen die bezittingen en schulden kwalificeren voor de BOR en de doorschuifregelingen.

De door dit amendement bewerkstelligde verruiming van het toepassingsbereik van de BOR en de doorschuifregelingen geldt niet voor zogenoemde niet-kwalificerende preferente aandelen.

De budgettaire derving van dit amendement bedraagt € 7,5 miljoen in 2016 en € 15 miljoen per jaar vanaf 2017. De dekking wordt gevonden in amendement nr. 13.

Omtzigt Schouten

Naar boven