34 552 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2017)

Nr. 75 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 december 2016

Mede namens de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu bied ik u hierbij de resultaten aan van het onderzoek van Policy research Corporation naar het (procedureel) samengaan of integratie van de MIA en VAMIL1. De resultaten zijn vastgelegd in het rapport «Onderzoek efficiencyverbetering van de fiscale regelingen MIA en VAMIL» van 8 februari 2016. Het is door opgelopen vertraging in de onderlinge afstemming helaas niet gelukt u deze rapportage op een eerder moment toe te sturen.

Bij brief van 17 september 2013 bracht ik u mede namens de Minister van Economische Zaken en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu op de hoogte van de resultaten van de evaluatie-onderzoek van de Energie-investeringsaftrek (EIA), Milieu-investeringsaftrek (MIA) en Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (VAMIL).2

Die evaluatie toonde aan dat MIA en VAMIL effectieve instrumenten zijn voor het stimuleren van de innovatie ter ondersteuning van het milieubeleid. Het betreffende onderzoekrapport zegt daarover: «Op grond van de bevindingen is de conclusie dat de regelingen worden ingezet conform de beleidsdoelstelling op de drie criteria marktpositie, marktbelemmering en milieubelang en de regelingen bijdragen aan het stimuleren van investeringen in niet gangbare (innovatieve) milieuvriendelijke initiatieven/bedrijfsmiddelen.»

In de evaluatie hebben de onderzoekers geconstateerd dat MIA en VAMIL qua aard van de gemelde investeringen en qua gebruikers naar elkaar toe zijn gegroeid. Zij deden de aanbeveling na te gaan of een (procedureel) samengaan of integratie of varianten daarvan tot verder efficiencyverbetering kunnen leiden. Het kabinet heeft deze aanbeveling overgenomen en bericht u middels deze brief over de uitkomsten van het onderzoek dat uitgevoerd is naar aanleiding van voornoemde aanbeveling.

Algemeen

Met de MIA beoogt het kabinet duurzame investeringen aantrekkelijker te maken met een investeringsaftrek die kan oplopen tot 36% van het investeringsbedrag. Met de VAMIL maakt het kabinet duurzame investeringen met een langere terugverdientijd en daarmee een hoger investeringsrisico aantrekkelijker door de mogelijkheid om 75% van de investeringskosten op een door de ondernemer zelf te kiezen moment te kunnen afschrijven. Hiermee biedt de VAMIL de mogelijkheid om de afschrijvingslast en daarmee de belastbare winst door de jaren heen te verschuiven. Het gaat bij zowel MIA als VAMIL om duurzame investeringen die meer milieuwinst opleveren dan wettelijk wordt vereist. Om profijt te kunnen hebben van deze regelingen zal een onderneming gezond/winstgevend moeten zijn.

De MIA en de VAMIL zijn generieke fiscale regelingen die investeringen in milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen, zoals opgenomen in de zogenoemde Milieulijst, stimuleren. De MIA staat open voor iedere Vpb-plichtige dan wel ondernemer in de inkomstenbelasting. De VAMIL staat daarnaast ook open voor de medegerechtigde tot het vermogen van een onderneming.

De MIA kent verschillende steunpercentages (13,5%, 27% en 36%). In combinatie met het al dan niet toepassen van de VAMIL zijn er momenteel zeven verschillende categorieën in de Milieulijst om de investeringen in milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen te stimuleren.

Jaarlijks wordt met een overheidsbudget van circa € 130 mln. voor circa € 2 mld. aan bedrijfsinvesteringen in milieubeschermende technieken en systemen gestimuleerd.

Het onderzoek naar efficiencyverbetering

Bij het in kaart brengen van mogelijke efficiencyverbeteringen hebben de onderzoekers van Policy Research Corporation de volgende aspecten in kaart gebracht: (i) administratieve lasten en uitvoeringskosten (efficiency); (ii) gevolgen voor het gebruik van de regelingen (effectiviteit); en (iii) de gevolgen voor het budget.

Onder de uitvoeringslast vallen activiteiten van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (hierna: RVO) zoals het bijdragen aan het jaarlijks opstellen van de Milieulijst, het verwerken van aanvragen van ondernemers, het voorbereiden en het verwerken van vragenbrieven en communicatie met de Belastingdienst. Voor de Belastingdienst zit het meeste werk in de controle van aangiften waarbij de VAMIL wordt toegepast. Voor MIA en VAMIL samen worden bij de RVO ca. 15 fte ingezet en bij de Belastingdienst ca. 9.5 fte. Ondernemers zijn minimaal 2,5 uur bij een doorlooptijd van maximaal 6 weken bezig met een aanvraag, afhankelijk van de complexiteit van de aanvraag.

Om inzicht te krijgen in mogelijkheden voor verdere verbetering van de fiscale regelingen MIA en VAMIL zijn door Policy Research Corporation, naast verbeteringen binnen de huidige opzet (de nulvariant), drie varianten binnen de fiscaliteit nader onderzocht:

  • Omzetten van de VAMIL in de MIA;

  • Omzetten van de MIA in de VAMIL;

  • Verkleinen van de Milieulijst.

Daarnaast is op hoofdlijnen een subsidievariant onderzocht.

De onderzoeksmethode die Policy Research Corporation heeft gehanteerd is kwalitatief van aard en is uitgevoerd aan de hand van interviews.

Uitkomsten onderzoek

Verbeteringen binnen de huidige opzet van de MIA en VAMIL (nulvariant)

Policy Research Corporation concludeert dat binnen de huidige opzet van de regelingen geen significante efficiencywinst is te behalen. Ondernemers en intermediairs ervaren de huidige regelingen als efficiënt en zien alleen mogelijkheden voor kleine procesverbeteringen, waardoor de administratieve lasten licht zullen dalen.

Omzetten van de VAMIL in de MIA

Bij deze variant nemen de uitvoeringslasten voor de Belastingdienst af en verandert de inzet van RVO niet wezenlijk. Volgens het onderzoek neemt in deze variant de beleidseffectiviteit af. Voor bedrijfsmiddelen met hoge investeringslasten en lange afschrijvingstermijn is de financiële prikkel van de VAMIL namelijk groter dan die van de MIA.

Omzetten van de MIA in de VAMIL

Bij deze variant zal de uitvoeringslast voor de Belastingdienst licht afnemen en voor RVO ongewijzigd blijven. De beleidseffectiviteit zal afnemen omdat voor ca. 25% van de ondernemers alleen de MIA van belang is.

Verkleining van de Milieulijst

De uitvoeringkosten voor RVO nemen af als bedrijfsmiddelen op voorhand – voorafgaand aan de technischinhoudelijke beoordeling – van de Milieulijst worden gehaald. Voor de Belastingdienst zal het verkleinen van de Milieulijst een evenredige efficiencywinst opleveren bij de controle van belastingaangiften. De beleidseffectiviteit zal bij deze variant afnemen.

Omzetten MIA en VAMIL in een subsidieregeling

Een uitgewerkte vormgeving van deze variant viel buiten de scope van het onderzoek. Policy Research Corporation beschrijft alleen de hoofdlijnen.

Bij deze variant verdwijnt de uitvoeringslast voor de Belastingdienst, maar zal die van RVO zeer sterk toenemen. Afhankelijk van de vormgeving van de subsidieregeling komt het aantal benodigde fte’s uit tussen 22 en 163.

Policy Research Corporation concludeert dat in alle bestudeerde varianten de beleidseffectiviteit afneemt.

Volgens de onderzoekers lijkt de variant «Omzetten van de VAMIL in de MIA» de grootste efficiencywinst op te leveren. Daar staat echter een afnemende financiële prikkel voor een deel van de ondernemers die nu gebruik maken van de VAMIL tegenover. Voorts dient de afweging te worden gemaakt of de verwachte efficiencywinst opweegt tegen de mogelijke afname van de beleidseffectiviteit.

Aanbevelingen

Policy Research Corporation beveelt aan om bij het overwegen van eventuele varianten de impact op de beleidseffectiviteit te betrekken, niet alleen in termen van financiële prikkel en geclaimd budget, maar ook in termen van milieu-impact gerelateerd aan de beleidsdoelstellingen van Infrastructuur en Milieu en van Economische Zaken. Verder beveelt zij aan ondernemers en intermediairs te betrekken bij initiatieven tot verbetering in de opzet van de MIA/VAMIL-regelingen.

Conclusie

Aanleiding voor het onderzoek van Policy Research Corporation was na te gaan of een (procedureel) samengaan of integratie van de MIA en VAMIL – of varianten daarop – tot een efficiencyverbetering zouden kunnen leiden. Het bureau heeft vier varianten voor een eventuele wijziging van het bestaande fiscale systeem onderzocht. Voor twee van de vier varianten geldt dat (beperkte) winst in de uitvoering mogelijk is, voor twee varianten geldt dat er geen sprake is van efficiencyverbetering, of dat deze zelfs negatief uitpakt.

Bij het beoordelen van de varianten heeft het bureau ook gekeken naar verandering in de beleidseffectiviteit. Bij alle onderzochte varianten valt deze lager uit.

Dit overwegende stel ik voor op dit moment geen wijziging aan te brengen in de fiscale regelingen MIA en VAMIL.

Tenslotte laat ik u weten dat in 2017 een beleidsevaluatie naar de effectiviteit en de efficiëntie van de MIA en VAMIL zal plaatsvinden.

De Staatssecretaris van Financiën, E.D. Wiebes


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
2

Kamerstuk 33 752, nr. 5.

Naar boven