Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201734550-XIII nr. 137

34 550 XIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken (XIII) en het Diergezondheidsfonds (F) voor het jaar 2017

Nr. 137 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 3 juli 2017

Hierbij bied ik u het rapport «Doorontwikkeling van de Precisielandbouw in Nederland» aan1. Met dit rapport kom ik tegemoet aan een verzoek van de vaste commissie voor Economische Zaken van 9 februari 2017 om uw Kamer te informeren over een inventarisatie van belemmeringen voor de toepassing van nieuwe technieken in de precisielandbouw. Tevens geef ik met dit rapport uitvoering aan de motie Lodders (Kamerstuk 34 300 XIII, nr. 108) van 3 december 2015, waarin de regering wordt verzocht een onderzoek te starten naar wet- en regelgeving die nieuwe technieken in de precisielandbouw in de weg zitten en de Kamer hierover met een concreet plan van aanpak te informeren. Tijdens de begrotingsbehandeling 2017 van het Ministerie van Economische Zaken, onderdeel Landbouw en Natuur, heb ik aangegeven dat ik een onderzoeksopdracht heb uitgezet bij de Wageningen University & Research (WUR) gericht op het inventariseren van een breed scala aan belemmerende factoren. Voorliggend rapport is het resultaat van dit onderzoek.

In een brief aan uw Kamer van 14 maart 2017 (Kamerstuk 34 550 XIII, nr. 131) heb ik enkele voorlopige conclusies uit het conceptrapport reeds met u gedeeld en enkele initiatieven aangekondigd. In deze brief informeer ik u over de conclusies van het eindrapport, die in lijn zijn met het concept. Deze zijn aangevuld en uitgewerkt mede op grond van het commentaar van de klankbordgroep uit de agro-sector. Tenslotte geef ik u mijn reactie op deze conclusies en de initiatieven die ik reeds heb genomen.

Precisielandbouw kan een belangrijke bijdrage leveren aan de verdere verduurzaming en het efficiënter produceren in de land- en tuinbouw. De kennis en technologie die hiervoor nodig zijn, bieden belangrijke kansen voor de export.

Het WUR-rapport stelt vast dat de doorgroei en toepassing van precisielandbouw, met name in de akkerbouw, tot nu toe achterblijft bij de algemene verwachtingen. Bepaalde elementen van precisielandbouw worden reeds breed toegepast, zoals de rechtrij- en stuursystemen, maar met name het gebruik van variabele dosering (locatiespecifiek gebruiken van middelen) is nog beperkt. Boeren onderkennen het perspectief, maar er zijn nog de nodige belemmeringen te overwinnen.

Het rapport signaleert de volgende belemmeringen, zowel bij de individuele boer als in de informatieketen:

  • 1. Onzekerheid over een positieve businesscase: onzekerheid over terugverdientijd en de opbrengststijging;

  • 2. Complexiteit van technologieën: er is een grote kennisleemte bij boeren en daarmee een onvolledige communicatie tussen boeren en (technologie) ontwikkelaars;

  • 3. Asymmetrie in kosten en baten: er zijn veel investeringen nodig voor precisielandbouwtoepassingen die voor rekening komen van de agrariër, terwijl de baten vallen bij ketenpartners en adviseurs;

  • 4. Ontbrekende modellen voor databeheer en -bescherming: het gaat hier over vraagstukken rond eigenaarschap, gebruiksrechten, gebruikstoepassingen en privacy-kwesties van data;

  • 5. Beperkte inzet op adoptie en opschaling van precisielandbouwtechnologie in de praktijk. Er vindt nu veel inzet plaats op kennisontwikkeling en – uitwisseling en er is te weinig aandacht voor het creëren van een markt voor precisielandbouw en voor experimenteren.

Uit de gesprekken die in het kader van dit onderzoek zijn gevoerd, blijkt dat de huidige wet- en regelgeving tot op heden niet als grote barrières worden gezien. Het rapport benadrukt vooral de stimulerende werking die nieuw beleid, zoals de inzet van een nieuw Gemeenschappelijk Landbouwbeleid om een groenere en schonere landbouw te realiseren, op de doorontwikkeling van precisielandbouw kan hebben.

Aanbevelingen uit het rapport

In het rapport geven een aantal experts uit het bedrijfsleven, wetenschap en overheid op basis van de bevindingen uit het onderzoek een aantal aanbevelingen gericht op het stimuleren van de inzet van precisielandbouw:

  • 1) Demonstreer: zet living labs/experimenteerruimtes op om te laten zien dat de beloftes van precisielandbouw op meerdere thema’s inderdaad uitkomen;

  • 2) Ontsnipper: zorg voor meer samenhang tussen bestaande initiatieven en projecten;

  • 3) Regisseer: zorg dat er een (toekomst) visie op precisielandbouw komt met daaraan gekoppeld een Nationale Agenda Precisielandbouw die zorgdraagt dat heel verschillende partijen in gezamenlijkheid gaan werken aan het realiseren van die visie, gericht op de diffusie/adoptie van precisielandbouw;

  • 4) Stimuleer: de overheid zou vanuit haar verantwoordelijkheid voor collectieve doelen vooral het gebruik van nieuwe technologie moeten stimuleren;

  • 5) Transformeer: gericht op de ontwikkeling van een nieuw landbouwsysteem dat veel minder afhankelijk is van «externe input» maar vooral gericht op gesloten kringlopen. Van belang is dat er een goed businessmodel onder deze ecologische of duurzame landbouw moet komen.

Een klankbordgroep, bestaande uit enkele vertegenwoordigers uit diverse agro gerelateerde domeinen en de wetenschap, onderschrijft de analyse en de aanbevelingen van het rapport en de wens om tot een Nationale Agenda Precisielandbouw te komen.

Reactie op het rapport

Het rapport geeft een gedegen overzicht van de stand van zaken op het gebied van de precisielandbouw in Nederland, met de focus op de akkerbouw. Mijn beeld is dat andere sectoren, zoals de glastuinbouw, voorop lopen met de implementatie van precisietechnologie.

Het rapport geeft aan dat precisielandbouw voor meerdere maatschappelijke vraagstukken en thema’s beloftevol is. Tegelijkertijd wordt in het rapport gesignaleerd dat de implementatie achterblijft bij de verwachtingen, waardoor de impact op de maatschappelijke vraagstukken onvoldoende zichtbaar worden en ook (economische en verduurzamings) kansen onvoldoende worden benut.

De doorontwikkeling en implementatie van precisielandbouw zie ik als een belangrijk middel om aan de doelen uit de Voedselagenda te werken, die gericht zijn op een ecologisch houdbaar, veilig, gezond en natuurinclusieve voedsel(productie)systeem. Om deze reden heb ik in het kader van de investeringsimpuls van de Voedselagenda reeds stappen gezet om precisielandbouw verder te brengen die in lijn zijn met de aanbevelingen uit dit rapport. In de brief van 14 maart noemde ik reeds het inrichten van een Nationale Proeftuin Precisielandbouw (NPPL) en het beschikbaar stellen van satellietdata.

Het NPPL is gericht op de doorgroei en implementatie van precisielandbouw in Nederland. Voor een nadere invulling van de gewenste dienstverlening, structuur, organisatie en besturing van de NPPL heb ik onlangs een opdracht verstrekt voor een ontwerpstudie. Hierbij worden belanghebbenden in de sector nadrukkelijk betrokken. Verwacht wordt dat de uitkomsten hiervan in oktober 2017 beschikbaar zullen zijn. De implementatie van de NPPL kan dan direct daarna van start. Tevens verwacht ik dat de ontwerpstudie een belangrijke bijdrage zal leveren aan de in het rapport voorgestelde Nationale Agenda Precisielandbouw.

Ik ondersteun dan ook de oproep in het rapport van de WUR om te komen tot een Nationale Agenda Precisielandbouw en een stuurgroep/denktank precisielandbouw te formeren. Het formeel instellen ervan laat ik over aan het volgende kabinet.

Tot slot ben ik, naast het beschikbaar stellen van satellietdata, voornemens om de bodeminformatie, die Wageningen Research in opdracht van mij bijhoudt, als open data beschikbaar te stellen. Bodemdata zijn voor (precisie)landbouw en andere toepassingen als waterbeheer, natuurontwikkeling en ruimtelijke ordening van grote waarde. Deze data komen in juli beschikbaar.

De Staatssecretaris van Economische Zaken, M.H.P. van Dam


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl