Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 8 juni 2017
Zoals verzocht tijdens de regeling van werkzaamheden op 18 mei jl. (Handelingen II
2016/17, nr. 77, item 7) ontvangt u hierbij, mede namens de Minister van Veiligheid en Justitie, nadere informatie
over het voorval op vliegbasis Volkel van 10 mei jl. Tevens worden met deze brief
de schriftelijke vragen van de leden Van den Bosch en Tellegen (Aanhangsel Handelingen
II 2016/17, nr. 2086) beantwoord.
Algemeen
De bewaking en beveiliging van kazernes en andere defensielocaties zijn gericht op
«te beschermen belangen» (TBB). Daarmee wordt onder meer gedoeld op staatsgeheimen,
munitie, verbindingsapparatuur of specifiek materieel zoals pantservoertuigen. Om
niet-geautoriseerde personen daarbij weg te houden, hanteert Defensie een stelsel
met vier beveiligingscategorieën, ingedeeld naar de te beschermen belangen. Hierbij
staat TBB-1 voor de hoogste categorie en TBB-4 voor de laagste.
Grote delen van kazerneterreinen behoren vaak tot de laagste beveiligingscategorie.
Dit laat onverlet dat men als medewerker of bezoeker geautoriseerd moet zijn om het
terrein te betreden. Toegang verloopt via een (hoofd)poort waar de autorisatie wordt
gecontroleerd door middel van een visuele of elektronische controle, dan wel een combinatie
van beide. Indien men een specifiek onderdeel van een defensielocatie wil betreden,
dat tot een hogere beveiligingscategorie behoort, wordt de autorisatie nogmaals gecontroleerd.
Het verkrijgen van toegang verschilt naar gelang van de geldende beveiligingscategorie.
Feitelijke gebeurtenissen
Op woensdag 10 mei jl. werden op vliegbasis Volkel graafwerkzaamheden uitgevoerd door
een lokaal bedrijf. Deze graafwerkzaamheden werden uitgevoerd in opdracht van het
Rijksvastgoedbedrijf.
Omdat deze werkzaamheden van ongerubriceerde aard waren en werden uitgevoerd op een
deel van de basis waar de laagste beveiligingscategorie (TBB-4) van kracht is, hoefden
de werklieden niet te zijn gescreend. Wel moesten zij vooraf door het bedrijf worden
aangemeld. Bij de toegangscontrole aan de poort bleek dat bij één van hen niet te
zijn gebeurd. Deze persoon was, uitsluitend voor die dag, via een uitzendbureau ingeschakeld
in verband met ziekte van een reguliere werknemer. Na overleg met de voorman en het
overhandigen van een geldig identiteitsbewijs heeft de bewaking ook hem toegelaten
tot het werkterrein op de vliegbasis.
De procedures op vliegbasis Volkel schrijven in een dergelijk geval overleg voor tussen
de bewaking en een luchtmachtfunctionaris. Dit is niet gebeurd. Omdat bij ongerubriceerde
werkzaamheden zoals deze geen naslag wordt gedaan als een geldig identiteitsbewijs
wordt overgelegd, was de uitkomst niet anders geweest.
De voorman, die beschikte over een begeleidingscertificaat, heeft de graafwerkzaamheden
begeleid en de beveiliging van de basis heeft op verschillende tijdstippen toezicht
gehouden. In de loop van de middag is een routinecontrole uitgevoerd waarbij de man,
die andere kleding aanhad dan de rest van de werkploeg en zijn toegangspaspas niet
zichtbaar droeg, om identificatie is gevraagd. Nadat sprake bleek te zijn van een
veroordeling wegens poging tot uitreizen naar Syrië, heeft de Koninklijke Marechaussee
de persoon in opdracht van het Openbaar Ministerie aangehouden.
Lopende strafrechtelijke zaken
Het Openbaar Ministerie onderzoekt de zaak. Uit het onderzoek zijn tot nu toe geen
aanwijzingen naar voren gekomen dat de man een strafbaar feit heeft gepleegd of heeft
willen plegen. Betrokkene is eerder veroordeeld voor het medeplegen van poging tot
deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische
misdrijven. Hij heeft hiervoor in voorlopige hechtenis gezeten. De strafzaak moet
nog voorkomen in hoger beroep. Aangezien de strafzaak nog onder de rechter is, kan
ik er geen nadere uitspraken over doen. Desgevraagd kan ik melden dat van een voorlopige
invrijheidsstelling geen sprake is in deze zaak.
Naar aanleiding van de vraag of betrokkene tijdens detentie en voor zijn invrijheidsstelling
is onderzocht op de ontwikkeling van zijn terroristische gedachtegoed, kan ik melden
dat professionals een schatting maken van het risico van geweld en van het verspreidingsrisico
van extremistisch gewelddadig gedachtegoed. Ook van betrokkene is een dergelijk risicoprofiel
opgemaakt. Verder worden personen op de Terroristenafdeling en in de Justitiële Jeugdinrichting
waar betrokkene de laatste periode van zijn detentie heeft gezeten zorgvuldig gemonitord
en besproken in multidisciplinaire overleggen. Tijdens detentie wordt in een vroeg
stadium contact gezocht met gemeenten ten behoeve van een solide re-integratie in
de samenleving.
Tot slot
Veiligheidsbewustzijn en waakzaamheid zijn te allen tijde geboden. Om deze reden evalueert
Defensie periodiek haar beveiligingsregime. Dit incident is aanleiding om alle procedures
wederom grondig tegen het licht te houden. Over de uitkomsten hiervan zal ik u informeren.
De Minister van Defensie,
J.A. Hennis-Plasschaert