Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201734550-VI nr. 99

34 550 VI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Veiligheid en Justitie (VI) voor het jaar 2017

Nr. 99 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 februari 2017

Hierbij bied ik u aan het rapport Toezicht op het bewind van ouders en voogden over het vermogen van minderjarigen1. Onderzoek naar toezicht op vermogensbeheer bij minderjarigen en vier overige, aanverwante onderwerpen.

Het onderzoek is in opdracht van het WODC uitgevoerd door onderzoekers die zijn verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen, te weten: mr. dr. J.H.M. ter Haar, prof. mr. W.D. Kolkman en prof. mr. W.M. Schrama en prof. mr. L.C.A. Verstappen.

Het onderzoek heeft als belangrijkste onderwerp toezicht op het beheer van het vermogen van minderjarigen, zoals dat wordt uitgevoerd door ouders of voogden. Daarnaast bevat het onderzoek enkele verwante onderwerpen, namelijk ouderlijk vruchtgenot, testamentair bewind bij minderjarigen, de aanspraak op kinderalimentatie in het erfrecht in de vorm van een som ineens en de werking van verjarings- en vervaltermijnen bij vorderingen van minderjarigen.

De onderzoekers concluderen onder meer dat de huidige regeling van toezicht op het beheer van het vermogen van minderjarigen niet volledig voldoet aan haar doelstelling. De doelstelling van de regeling was om een systeem van toezicht op vermogensbeheer te creëren dat minderjarigen daadwerkelijke bescherming biedt, maar tevens hanteerbaar is en proportioneel. Een afdoende bescherming ontbreekt volgens de onderzoekers vooral als een minderjarige een erfrechtelijke aanspraak heeft in de nalatenschap van één van zijn ouders. En soms ontbreekt daadwerkelijke bescherming als de minderjarige, ook buiten het erfrecht, vermogen verkrijgt in de vorm van geld.

Ik ben voornemens om de Raad voor de rechtspraak te vragen om een reactie te geven op het onderzoek. Afhankelijk van de inhoud van deze reactie zal ik vervolgens in overleg treden met de relevante beroepsgroepen. Over de uitkomst hiervan en de eventuele vervolgstappen wordt uw Kamer op de gebruikelijke wijze geïnformeerd.

De Minister van Veiligheid en Justitie, S.A. Blok


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl