Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201734550-V nr. 75

34 550 V Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2017

Nr. 75 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 25 april 2017

Graag bied ik u hierbij de reactie aan op het verzoek van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken van 6 april 2017 inzake Stand van zaken moties en amendementen.

De Minister van Buitenlandse Zaken, A.G. Koenders

Amendementen

Amendement van het lid Voordewind c.s. over ten minste 1 miljoen van het Mensenrechtenfonds aan projecten op het gebied van godsdienstvrijheid en levensovertuiging (Kamerstuk 34 550 V, nr. 8)

Zoals gebruikelijk wordt uw Kamer via de Voorjaarsnota geïnformeerd over de verwerking van amendementen op Rijksbegroting.

Amendement van de leden Voordewind en Van der Staaij over investering in relatief kleine projecten om het vredesproces in het Midden-Oosten te bevorderen (Kamerstuk 34 550 V, nr. 9)

Zoals gebruikelijk wordt uw Kamer via de Voorjaarsnota geïnformeerd over de verwerking van de amendementen op de Rijksbegroting.

Amendement van het lid Sjoerdsma c.s. over budget voor verbetering van de dienstverlening aan Nederlanders in het buitenland (Kamerstuk 34 550 V, nr. 13)

Over de verwerking van onderhavig amendement op de begroting van het Ministerie van Buitenlandse Zaken komt uw Kamer op korte termijn een brief toe.

Amendement van het lid Ten Broeke c.s. over oprichting van een Forced Marriage Unit (Kamerstuk 34 550 V, nr. 42)

Over de verwerking van onderhavig amendement op de begroting van het Ministerie van Buitenlandse Zaken komt uw Kamer op korte termijn een brief toe.

Amendement van het lid Knops c.s. over financiering van de non-gouvernementele organisatie Karama (Kamerstuk 34 550 V, nr. 18)

Zoals gebruikelijk wordt uw Kamer via de Voorjaarsnota geïnformeerd over de verwerking van de amendementen op de Rijksbegroting.

Moties

Motie-Servaes c.s. over het facultatief protocol bij het ESC-verdrag (Kamerstuk 34 550 V, nr. 24)

Het voorstel van Rijkswet houdende goedkeuring van het op 10 december 2008 te New York tot stand gekomen Facultatief Protocol bij het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten (Trb. 2010, nr. 15) is op 29 december 2016 door de Minister van Buitenlandse Zaken toegezonden aan de Koning. Het Kabinet van de Koning liet vervolgens weten dat Zijne Majesteit het voorstel op 5 januari 2017 aanhangig heeft gemaakt bij de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk.

Motie-Servaes/Kerstens over het WK voetbal in Qatar en de situatie van arbeidsmigranten (Kamerstuk 34 550 V, nr. 25)

Het kabinet vindt het verbeteren van de situatie van arbeidsmigranten in Qatar van groot belang. Het kabinet zal, in lijn met de motie, blijven bezien op welke wijze Nederland de FNV kan ondersteunen in de civiele procedure die de FNV bij de Zwitserse rechter tegen de FIFA heeft aangespannen. Het kabinet kan dit doen op basis van een hulpvraag. Omdat Nederland niet direct betrokken is, kan de Staat zich niet mengen in de civiele procedure.

Nederland heeft zich er in EU-verband voor ingezet de klachtzaak in iedere ILO beheersraad aan de orde te laten komen. Dit is gelukt, meest recent werd de zaak in de ILO beheersraad van maart 2017 besproken. Tevens heeft het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een gesprek gehad met de vakbonden waarin de klachtzaak aan de orde kwam. Nederland zal zich er voor blijven inzetten de klachtzaak in de daartoe geëigende fora aan de orde te stellen. Het was voor Nederland niet mogelijk om zich met terugwerkende kracht aan te sluiten bij de klachtzaak.

Motie-Knops over het CPT-rapport betrekken bij de voortgangsrapportage over Turkije (Kamerstuk 34 550 V, nr. 23)

Uw Kamer is reeds geïnformeerd dat het kabinet bij herhaling, zowel bilateraal als in EU-verband, heeft aangedrongen op en blijft aandringen dat Turkije het CPT-rapport vrijgeeft (zie bijvoorbeeld het verslag van het schriftelijk overleg over de Raad Algemene Zaken d.d. 13 december dat uw Kamer op 8 december jl. toeging). Turkije heeft het rapport tot op heden niet vrijgegeven. Publicatie is een voorwaarde om het CPT-rapport het te zijner tijd waar relevant te kunnen betrekken bij de voortgangsrapportage.

Motie-Sjoerdsma over het aanstellen van een speciale havenambassadeur (Kamerstuk 34 550 V, nr. 31)

Op 24 februari jl. berichtte het kabinet uw Kamer dat nader interdepartementaal overleg met de maritieme sector nodig is (Kamerstuk 29 862, nr. 35). Zodra dit overleg tot resultaten leidt, wordt uw Kamer geïnformeerd.

Motie-Voordewind c.s. over een rapport over het gebruik van de term genocide door politici (Kamerstuk 34 550 V, nr. 32)

Op 21 maart jl. is uw Kamer toegegaan het gemeenschappelijke advies inzake «Mogelijkheden, betekenis en wenselijkheid van het gebruik door politici van de term genocide» van de Commissie van advies inzake volkenrechtelijke vraagstukken (CAVV) en de Extern Volkenrechtelijk Adviseur (EVA) (Kamerstuk 34 550 V, nr. 72).

Motie-Kuzu over bescherming van mensenrechtenverdedigers van het Internationaal Strafhof (Kamerstuk 34 550 V, nr. 49)

Op 16 januari jl. ging uw Kamer het verslag toe van de 15e Vergadering van Verdragspartijen bij het Statuut van Rome, die werd gehouden van 16 t/m 24 november 2016 in Den Haag (Kamerstuk 28 498, nr. 39). In dit verslag heeft het kabinet aangegeven dat de bijdrage van ngo’s aan het werk van het Strafhof en de bevordering van naleving van het internationaal strafrecht groot is en het kabinet hier groot belang aan hecht en zich zowel nationaal als in het Nederlands buitenlandse mensenrechtenbeleid inzet voor ondersteuning van deze organisaties.

Motie-Kuzu over de positie van de Rohingya's (Kamerstuk 34 550 V, nr. 38)

Het kabinet acht het van groot belang dat men tot een duurzame en inclusieve oplossing komt voor de situatie in Rakhine en zet zich daar zowel bilateraal als multilateraal voor in. Nederland bespreekt de zorgen over de situatie van de Rohingya’s consequent met de Myanmarese autoriteiten, recent gebeurde dit nog door de Minister van Buitenlandse Zaken tijdens zijn gesprek met de Myanmarese National Security Advisor Thaung Tun en door de Nederlandse ambassadeur in Yangon tijdens zijn gesprek met State Counselor en Minister van Buitenlandse Zaken Aung San Suu Kyi. De Minister van Buitenlandse Zaken heeft uw Kamer geïnformeerd over de Nederlandse inzet in de beantwoording van Kamervragen over de mensenrechtensituatie in Myanmar (Aanhangsel Handelingen II 2016/17, nr. 1290).