Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Eerste Kamer der Staten-Generaal2018-201934534 nr. H

34 534 Voorstel van wet van de leden Klaver, Asscher, Beckerman, Jetten, Dik-Faber, Yesilgöz-Zegerius, Agnes Mulder en Geleijnse houdende een kader voor het ontwikkelen van beleid gericht op onomkeerbaar en stapsgewijs terugdringen van de Nederlandse emissies van broeikasgassen teneinde wereldwijde opwarming van de aarde en de verandering van het klimaat te beperken (Klimaatwet)

H MOTIE VAN HET LID NAGEL C.S.

Voorgesteld 21 mei 2019

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterend, dat door de regering bij de toekomstige pensioenverplichtingen uitgegaan wordt van een discontovoet (rekenrente) van ca. 1,5%,

constaterend, dat het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in de doorberekening voor klimaatinvesteringen uitgaat van een discontovoet van 3%,

overwegende, dat in de begrippenlijst van de Algemene Rekenkamer de discontovoet als volgt wordt gedefinieerd:

«De discontovoet is een factor die er voor moet zorgen dat reeksen met jaarlijkse kosten van diverse projectvarianten vergelijkbaar worden gemaakt»,

verzoekt de regering bij de berekeningen bij de pensioenen en klimaatmaatregelen ofwel de ca. 1,5% dan wel de 3% in beide gevallen consequent toe te passen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Nagel

Reuten

Koffeman

Ten Hoeve

Baay-Timmerman