34 522 Voorstel van wet van de leden Leijten, Bruins Slot en Bouwmeester houdende een verbod op winstuitkering door zorgverzekeraars

Nr. 2 VOORSTEL VAN WET

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het gelet op de maatschappelijke rol die zorgverzekeraars innemen, alsmede op het belang van een kwalitatief en toegankelijk zorgstelsel, wenselijk is een verbod tot winstuitkering voor zorgverzekeraars in te voeren;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

In de Zorgverzekeringswet wordt na artikel 28 een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 28a

  • 1. Het is de zorgverzekeraar verboden:

    • a. dividend uit te keren aan zijn aandeelhouders,

    • b. winst uit te keren aan zijn leden, of

    • c. winst uit te keren aan zijn werknemers.

  • 2. Onverminderd de mogelijkheid reserves aan te vullen, kan de zorgverzekeraar zijn winst slechts aanwenden voor doelen ter verbetering van de kwaliteit en toegankelijkheid van de zorg.

  • 3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen de doelen als bedoeld in het tweede lid worden gespecificeerd.

ARTIKEL II

De Wet marktordening gezondheidszorg wordt als volgt gewijzigd:

1. Na artikel 88 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 88a

  • 1. De zorgautoriteit legt aan een zorgverzekeraar een bestuurlijke boete op ter zake van overtreding van de voorschriften gesteld bij of krachtens artikel 28a van de Zorgverzekeringswet.

  • 2. De hoogte van de bestuurlijke boete voor een afzonderlijke overtreding is gelijk aan het bedrag dat aan de aandeelhouders, leden of werknemers is uitgekeerd, met dien verstande dat de wegens een afzonderlijke overtreding te betalen geldsom ten hoogste het bedrag van de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht bedraagt.

  • 3. Onverminderd het eerste lid, is de zorgautoriteit bevoegd het uitgekeerde bedrag in te vorderen van de begunstigden.

2. In artikel 104 wordt een zesde lid ingevoegd, luidende:

  • 6. De zorgautoriteit draagt de op grond van artikel 88a, derde lid, ingevorderde uitkeringen af aan het Zorgverzekeringsfonds.

ARTIKEL III

Deze wet treedt, onder toepassing van artikel 12, eerste lid, van de Wet raadgevend referendum, in werking met ingang van 1 januari 2018.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Naar boven