Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Eerste Kamer der Staten-Generaal2017-201834506 nr. J

34 506 Voorstel van wet van het lid Kuiken houdende de invoering van een zorgplicht ter voorkoming van de levering van goederen en diensten die met behulp van kinderarbeid tot stand zijn gekomen (Wet zorgplicht kinderarbeid)

J VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 19 oktober 2017

De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking1 heeft op initiatief van het lid Faber-van de Klashorst op 27 september 2017 een technische vraag gesteld over het initiatiefvoorstel Kuiken (34 506) aan het Tweede Kamerlid Kuiken.

Mevrouw Kuiken heeft op 17 oktober 2017 gereageerd.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking, Van Luijk

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR BUITENLANDSE ZAKEN, DEFENSIE EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

Aan het Tweede Kamerlid Kuiken

Den Haag, 27 september 2017

Met deze brief informeer ik u over de wens van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking om op initiatief van het lid Faber-van de Klashorst (PVV) de volgende technische vraag te stellen aangaande het Initiatiefvoorstel-Kuiken Wet zorgplicht kinderarbeid (34 506).

De leden van de PVV-fractie merken op dat in de memorie van toelichting is te lezen dat tal van ondernemingen en ngo’s inmiddels allerlei goede initiatieven ontwikkeld hebben om kinderarbeid tegen te gaan. Kan de initiatiefnemer een overzicht verstrekken welke ngo's en bedrijven dit betreft?

De voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking, Postema

BRIEF VAN HET TWEEDE KAMERLID KUIKEN

Aan de Voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking

Den Haag, 17 oktober 2017

Hartelijk dank voor uw brief van 27 september 2017 waarin u vraagt om een toelichting op de initiatieven van ondernemingen en ngo’s tegen kinderarbeid. In deze brief deel ik een opsomming van de initiatieven die mij bekend zijn met u.

IMVO convenanten

De regering heeft op 28 september 2017 een brief naar de Tweede Kamer gestuurd met de actuele stand van zaken op het gebied van de IMVO convenanten. Er zijn nu vijf convenanten afgesloten (textiel, duurzaam bosbeheer, mensenrechten in de financiële sector, plantaardige eiwitten en goud). Uit de brief: «Naar verwachting zullen nog in 2017 ook in de verzekerings-, voedingsmiddelen-, sierteelt- en natuursteensector convenanten worden afgesloten. Naast genoemde sectoren wordt er ook in de sectoren metaal, toerisme, land- en tuinbouw, technologische industrie, pensioenen, duurzame energie en scheepvaart gewerkt aan convenanten. De verwachting is dat deze sectoren in 2018 tot een convenant komen, waarmee het totale aantal op zestien zal uitkomen.»2

Per convenant zijn enkele tientallen bedrijven betrokken. Niet in elk convenant zijn pilotprojecten of specifieke inspanningen tegen kinderarbeid voorzien, maar er is wel aandacht voor. In het textiel- en goudconvenant krijgt kinderarbeid bijzondere aandacht en zijn pilotprojecten voorzien. Bedrijven die convenanten ondertekenen, brengen hun due diligence op orde en voldoen dan aan de Wet Zorgplicht Kinderarbeid.

Fonds Bestrijding Kinderarbeid

Op initiatief van de Tweede Kamer is er een Fonds Bestrijding Kinderarbeid gekomen. Met dit fonds kunnen bedrijven subsidie krijgen voor due diligence op het gebied van kinderarbeid en multi-stakeholder projecten tegen kinderarbeid.3 In de eerste ronde financiering zijn vijf due diligence en tien multi-stakeholder projecten goedgekeurd.4 Deze vijftien bedrijven gaan de komende jaren dus hun due diligence op orde brengen en/of samen met anderen concreet aan de bestrijding van kinderarbeid werken. In de rijksbegroting voor 2018 is het fonds opgenomen met een budget van tien miljoen euro per jaar.5 Dit maakt nieuwe initiatieven tegen kinderarbeid mogelijk.

Multi-stakeholder projecten

Een aantal organisaties werkt samen met bedrijven aan systeemoplossingen voor kinderarbeid. Stop Kinderarbeid noemt dit child labour free zones, Global March Against Child Labour child friendly villages. De concepten hebben met elkaar gemeen dat lokale actoren zoals de overheid, het onderwijs, vakbonden, kinderrechtenorganisaties en bedrijven samenwerken aan het naar school helpen van kinderen en het verminderen van het aantal kindarbeiders in regio’s. Deze aanpak is aantoonbaar succesvol6, zij het dat deze aanzienlijke investeringen vraagt. Op verschillende plekken zijn nu pilots om te kijken hoe deze projecten schaalbaar gemaakt kunnen worden en door de lokale gemeenschap, eventueel samen met betrokken bedrijven, te dragen zijn. Bij deze projecten zijn enkele tientallen Nederlandse bedrijven betrokken. Andere grote organisaties die aan projecten tegen kinderarbeid werken zijn Terre des Hommes, unicef en Save the Children. Daarnaast zijn er veel ontwikkelingsorganisaties wiens programma’s bijdragen aan het verminderen van het aantal kindarbeiders, bijvoorbeeld omdat ze ervoor zorgen dat kinderen op school blijven.

Duurzaam inkopen

De overheid koopt per jaar voor ruim 70 miljard euro in. Daarbij stelt zij eisen aan bedrijven bij wie zij inkoopt. Bedrijven kunnen binnen aanbestedingen internationale sociale voorwaarden (ISV) toepassen. Verschillende overheden passen verschillende vormen van internationale sociale voorwaarden toe. «Kern van de aanpak van de rijksoverheid is om de internationale sociale voorwaarden in het aanbestedingsdocument op te nemen als bijzondere uitvoeringsvoorwaarden. Dit is voor rijksinkopers verplicht bij grote opdrachten van de rijksoverheid met een waarde groter of gelijk aan de Europese aanbestedingsdrempelwaarden, die vallen binnen één van de 10 risicosectoren.»7 Binnen de ISV is ook aandacht voor het voorkomen van kinderarbeid in producten en diensten.

Sectorinitiatieven

In verschillende sectoren zijn initiatieven om de productie duurzamer te maken. Vaak is kinderarbeid daarbij een relevant onderwerp. Ook zijn er keurmerken en certificaten die bedrijven kunnen krijgen waarin eisen worden gesteld aan de due diligence op het gebied van kinderarbeid. Het is niet bekend hoeveel bedrijven door deelname aan sectorinitiatieven, keurmerken of certificaten hun due diligence op het gebied van kinderarbeid op orde hebben, maar het zijn er zeker honderden. Overigens valt het op orde hebben van due diligence wat mij betreft niet onder de definitie van «initiatieven [...] om kinderarbeid tegen te gaan». Vaak betekent due diligence enkel dat er gekeken is naar (het risico op) kinderarbeid en deze niet is geconstateerd. Naast de pilotprojecten in de convenanten zijn er enkele concrete sectorinitiatieven tegen kinderarbeid, zoals een onderzoek naar kinderarbeid in de productie van hazelnoten in Turkije en het initiatief van Defence for Children/ECPAT en de reisbranche tegen commerciële seksuele uitbuiting van kinderen, waaronder kinderprostitutie, in de toerismesector.

Individuele bedrijven

Er is een groep bedrijven die (grotendeels) op eigen kracht initiatieven tegen kinderarbeid zijn gestart. Denk aan Nederlandse bedrijven als Tony’s Chocolonely, Unilever en IKEA en (grote) multinationals zoals Nestle die hun eigen due diligence en duurzaamheidsprogramma’s hebben. Er zijn ook kleinere (sociale) ondernemingen die initiatief nemen tegen kinderarbeid.

NGO’s

Eerder genoemde kinderrechten- en ontwikkelingsorganisaties hebben ook projecten tegen kinderarbeid waarbij zij niet samenwerken met bedrijven. Deze worden gefinancierd uit het Fonds Bestrijding Kinderarbeid, het mensenrechtenfonds, de strategische partnerschappen en door private en internationale inkomsten. Er is ook een alliantie van organisaties (bestaande uit ICCO, Defence for Children/ECPAT, Terre des Hommes, Plan Nederland en Free a Girl) tegen kinderprostitutie.8 Deze alliantie is gefinancierd uit een SRGR subsidieronde en valt nu onder het Fonds Bestrijding Kinderarbeid.

Conclusie

Er zijn tientallen Nederlandse bedrijven bekend die initiatieven tegen kinderarbeid hebben ontwikkeld. Internationaal gezien zijn dat er veel meer. Waarschijnlijk zijn er ook bedrijven die wel initiatieven ontplooien, maar daar niet over communiceren, omdat zij niet in verband gebracht willen worden met kinderarbeid. Er is vaak sprake van zero tolerance op het gebied van kinderarbeid, om associatie met het probleem te voorkomen. Bedrijven erkennen dan niet dat er kinderarbeid in hun keten zit, tot er een concrete casus komt. Dan wordt het contract opgezegd en vertrekt het bedrijf. Dat is niet in overeenstemming met internationale richtlijnen en brengt kinderen vaak dieper in de problemen. Kinderarbeid wordt pas echt bespreekbaar als alle bedrijven ermee aan de slag moeten gaan. Daarom is de Wet Zorgplicht Kinderarbeid nodig.

Kuiken


X Noot
1

Samenstelling: Kox (SP), (vicevoorzitter), Ten Hoeve (OSF), Van Kappen (VVD), Kuiper (CU), Schaap (VVD), (vicevoorzitter), Strik (GL), Knip (VVD), Faber-van de Klashorst (PVV), De Graaf (D66), De Grave (VVD), Hoekstra (CDA), Martens (CDA), Postema (PvdA), (voorzitter), Vlietstra (PvdA), Van Beek (PVV), Van Apeldoorn (SP), Dercksen (PVV), D.J.H. van Dijk (SGP), Knapen (CDA), Lintmeijer (GL), Van Rij (CDA), Schaper (D66), Stienen (D66), Teunissen (PvdD), Overbeek (SP), Sini (PvdA) en Baay-Timmerman (50PLUS).