Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201834494 nr. 14

34 494 Wijziging van de Wet op de ondernemingsraden in verband met de bevoegdheden van de ondernemingsraad inzake de beloningen van bestuurders

Nr. 14 AMENDEMENT VAN HET LID ÖZTÜRK

Ontvangen 16 januari 2018

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

Na artikel I wordt een artikel ingevoegd, luidende:

ARTIKEL IA

Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

Toelichting

De indiener constateert dat het oorspronkelijke wetsvoorstel (de Wet-Harrewijn) in 2006 is ingevoerd, maar in de praktijk anders uitpakt dan destijds verwacht. Het meest opvallende punt hierin is dat de beloningen van de raden van bestuur slechts in 20% van de gevallen daadwerkelijk besproken worden in de overlegvergadering tussen de OR en de werkgever. Het voorliggende wetsvoorstel probeert hier iets aan te doen door de bespreking verplicht te maken. Echter ook hier is het de vraag hoe dit wetsvoorstel in de praktijk uitgevoerd zal worden. Niet uitgesloten is dat de beloningsstructuur slechts marginaal of heel kort besproken zal worden, waardoor het doel van het wetsvoorstel niet bereikt zal worden. Daarom is het raadzaam om deze wet op niet al te lange termijn – 3 jaar – te evalueren. Tegen die tijd kan dan bezien worden of de wet functioneert zoals de bedoeling is, dan wel of verdere aanpassing nodig is.

Öztürk