34 487 Evaluatie Wet markt en overheid

Nr. 7 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 21 mei 2026

De overheid voert vooral publiekrechtelijke taken uit. Maar in sommige gevallen kiest de overheid ervoor om producten of diensten aan te bieden op een markt, zoals het verhuren van zalen in overheidsgebouwen aan derden of de inzameling van bedrijfsafval. Deze activiteiten zijn niet verboden, maar het is wel belangrijk dat het betrokken bestuursorgaan met de economische activiteit de concurrentie op deze markt niet verstoort en daarmee mogelijk zelfs ondernemers uit de markt drukt. Om dit te voorkomen bevat de Wet Markt en Overheid vier gedragsregels die bestuursorganen moeten naleven bij het uitvoeren van economische activiteiten:1

  • Bestuursorganen moeten minimaal de integrale kostprijs vragen voor een product of dienst;

  • Eigen overheidsbedrijven mogen niet bevoordeeld worden;

  • Bestuursorganen mogen bij de uitvoering van economische activiteiten geen gebruik maken van informatie die zij vanuit hun publieke taak verkregen hebben en waar ondernemers geen toegang toe hebben, bijvoorbeeld NAW-gegevens; en

  • Ambtenaren mogen niet tegelijk bezig zijn met het aanbieden van producten en diensten op een bepaalde markt en voor dezelfde markt ook wetgevende taken hebben.

Wetsvoorstel Wet Markt en Overheid

In december 2021 heeft mijn voorganger, naar aanleiding van een evaluatie van de Wet Markt en Overheid een wijzigingsvoorstel aangeboden aan de Kamer. In deze wijziging wordt onder andere voorgesteld de huidige horizonbepaling in de wet te laten vervallen en wordt een uitzondering voor open source software geïntroduceerd. De belangrijkste wijziging in dit wetsvoorstel is het aanscherpen van de motivering voor een algemeenbelanguitzondering. Deze uitzondering houdt in dat de gedragsregels van de Wet Markt en Overheid niet van toepassing zijn op activiteiten die plaatsvinden in het algemeen belang. Hierbij kan gedacht worden aan de exploitatie van een fietsenstalling om het gebruik van openbaar vervoer te stimuleren. Als bestuursorganen gebruik willen maken van deze uitzondering dan moeten zij dit motiveren in een besluit. Na het nemen van een zo’n algemeenbelangbesluit mag het bestuursorgaan bijvoorbeeld bepaalde diensten of producten onder de kostprijs aanbieden. In het wetsvoorstel wordt een aantal uitspraken van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) over de motivering van deze besluiten in wetgeving vastgelegd. Daarnaast worden bestuursorganen verplicht een marktconsultatie te houden voorafgaand aan het nemen van het besluit en zijn bestuursorganen verplicht na vijf jaar het besluit te evalueren. Deze evaluatie moet uitmonden in een besluit waartegen een ondernemer eventueel in bezwaar en beroep kan gaan.

Naar mijn mening draagt het wetsvoorstel bij aan zorgvuldige besluitvorming en daarmee aan een betere bescherming van ondernemers tegen ongewenste oneerlijke concurrentie door overheden. Ik hoop op korte termijn met uw Kamer in gesprek te kunnen over de Wet Markt en Overheid en het aanhangige wetsvoorstel tijdens de plenaire behandeling ervan.

Marktverstorende activiteiten zbo’s

De motie Graus/Van Meetelen2 verzocht de regering om onderzoek te doen naar mogelijk marktverstorende activiteiten van zelfstandige bestuursorganen (hierna: zbo’s). Deze motie is in juni 2024 ingediend, wat betekent dat de afhandeling langer heeft geduurd dan gewenst. Om goed inzicht te krijgen in de problematiek en alle partijen goed te betrekken waren meer gesprekken nodig dan vooraf beoogd. Middels deze brief informeer ik de Kamer hoe ik invulling heb gegeven aan deze motie. Op basis van de Wet Markt en Overheid houdt de ACM toezicht op economische activiteiten van overheden (waaronder ook zbo’s). Indien ondernemers van mening zijn dat overheidsinstanties in strijd handelen met de Wet Markt en Overheid, dan kunnen ze daarover een melding doen bij de ACM. De ACM geeft aan dat zij geregeld meldingen en klachten ontvangen over mogelijke oneerlijke concurrentie door overheden. De afgelopen jaren zien zij daarbij geen opvallend hoge aantallen meldingen (slechts enkelen per jaar) die betrekking hebben op zbo’s.

Naar aanleiding van de motie Graus/Van Meetelen heb ik daarnaast gesprekken gevoerd met VNO-NCW/MKB Nederland om een beeld te krijgen van welke zbo’s ondernemers mogelijk marktverstoring ervaren en bij welke activiteiten dit dan het geval is. Dit betrof de Kamer van Koophandel (KvK), het Kadaster, het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) en Staatsbosbeheer. Naar aanleiding hiervan, heb ik gesprekken gevoerd met elk van deze zbo’s.

Uit de gesprekken met VNO-NCW/MKB Nederland blijkt dat het bij deze zbo’s vaak gaat om activiteiten die onderdeel zijn van de publieke taak van de zbo’s of activiteiten die nodig zijn ter uitvoering van hun wettelijke taak. Deze «niet-economische activiteiten» kunnen door ondernemers als marktverstorend worden ervaren, bijvoorbeeld als zbo’s voor de uitvoering van hun wettelijke taak bepaalde activiteiten of gegevens gratis ter beschikking stellen. Uit de keuze om een wettelijke taak aan een zbo toe te delen, volgt dat deze «niet-economische activiteiten» die daarbij nodig zijn, niet onder de reikwijdte van de Wet Markt en Overheid vallen. Dit wordt ook bevestigd door uitspraken van de ACM en rechters.3 Het is dus niet mogelijk om binnen de reikwijdte van de Wet Markt en Overheid dit signaal van ondernemers aan te pakken. Hiervoor zou een heroverweging van taken van de zbo’s nodig zijn, maar daar spelen ook weer andere belangen een rol. Daarnaast worden de wettelijke taken van zbo’s ook geëvalueerd tijdens de evaluatie van de zbo’s, waar ook uw Kamer bij betrokken is.

Uit gesprekken met de zbo’s is gebleken dat KvK, het Kadaster en CBS in hun besluitvorming over nieuwe activiteiten een aantal waarborgen hebben ingebouwd, om marktverstorende activiteiten zoveel mogelijk te voorkomen. Zo past CBS past de Beleidsregel taakuitoefening CBS en Regeling werkzaamheden derden CBS toe, die strikte processen bevatten om marktverstoring te voorkomen. De KvK heeft een Centrale Raad en Regioraden, zij kijken mee op de programmering van de landelijke activiteiten van de KvK en de kwaliteit daarvan. Zij worden bemand door verschillende partijen, zoals leden van werkgevers- en werknemersorganisaties. Staatsbosbeheer beschikt momenteel nog niet over vergelijkbare waarborgen voor nieuwe «niet-economische activiteiten», maar heeft wel waarborgen ingebouwd om bij hun economische activiteiten te voldoen aan de Wet Markt en Overheid. Gezien Staatsbosbeheer niet onder mijn verantwoordelijkheid als Minister van Economische Zaken en Klimaat valt, heb ik mijn collega de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselkwaliteit en Natuur hier aandacht gevraagd aan te besteden tijdens de eerstvolgende evaluatie van Staatsbosbeheer. Door uw Kamer over de invulling van deze motie te informeren, doe ik de motie in deze brief af.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, H.G. Herbert


X Noot
1

De Wet Markt en overheid kent ook een aantal uitzonderingen, zo zijn de gedragsregels bijvoorbeeld niet van toepassing op publiekrechtelijke taken van bestuursorganen, publieke onderwijsinstellingen en nationale omroepen.

X Noot
2

Kamerstukken II 27 879, nr. 96.

X Noot
3

Denk hierbij bijvoorbeeld aan de Klic-viewer zaak, ECLI:NL:RBROT:2022:9563.


X Noot
1

De Wet Markt en overheid kent ook een aantal uitzonderingen, zo zijn de gedragsregels bijvoorbeeld niet van toepassing op publiekrechtelijke taken van bestuursorganen, publieke onderwijsinstellingen en nationale omroepen.

X Noot
2

Kamerstukken II 27 879, nr. 96.

X Noot
3

Denk hierbij bijvoorbeeld aan de Klic-viewer zaak, ECLI:NL:RBROT:2022:9563.

Naar boven