34 468 Wijziging van de Huisvestingswet 2014, de Wet op de huurtoeslag, de Woningwet en enkele andere wetten teneinde daarin een aantal technische wijzigingen en een aantal wijzigingen met beperkte beleidsmatige gevolgen aan te brengen (Veegwet wonen)

Nr. 4 ADVIES AFDELING ADVISERING RAAD VAN STATE EN NADER RAPPORT1

Hieronder zijn opgenomen het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State d.d. 24 maart 2016 en het nader rapport d.d. 28 april 2016, aangeboden aan de Koning door de Minister voor Wonen en Rijksdienst. Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State is cursief afgedrukt.

Bij Kabinetsmissive van 25 februari 2016, no. 2016000353, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Wonen en Rijksdienst, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Huisvestingswet 2014, de Wet op de huurtoeslag, de Woningwet en enkele andere wetten teneinde daarin een aantal technische wijzigingen en een aantal wijzigingen met beperkte beleidsmatige gevolgen aan te brengen (Veegwet wonen), met memorie van toelichting.

Het voorstel bevat een aantal technische wijzigingen en wijzigingen met beperkte beleidsmatige gevolgen.

De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert het voorstel aan de Tweede Kamer te zenden, maar maakt een opmerking over de motivering van de aanwijzing van twee categorieën werkzaamheden van toegelaten instellingen als diensten van algemeen economisch belang.

Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 25 februari 2016, nr. 2016000353, machtigde Uwe Majesteit de Afdeling advisering van de Raad van State haar advies inzake het bovenvermelde voorstel van wet rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies, gedateerd 24 maart 2016, nr. W.04.16.0033/I, bied ik U hierbij aan.

1. Motivering aanwijzing diensten van algemeen economisch belang

Het voorstel voegt twee categorieën werkzaamheden toe aan het werkdomein van de toegelaten instellingen.2 Het betreft: 1) het verlenen van diensten ten behoeve van de bedrijfsvoering of administratie van haar dochtermaatschappijen of van toegelaten instellingen en hun dochtermaatschappijen en 2) het verlenen van diensten ten behoeve van de administratie van huurdersorganisaties of bewonerscommissies. Het voorstel schaart deze werkzaamheden tevens onder de diensten van algemeen economisch belang. Met betrekking tot de eerstgenoemde categorie werkzaamheden geldt daarbij als randvoorwaarde dat deze wordt verricht ten behoeve van andere toegelaten instellingen en noodzakelijkerwijs voortvloeit uit het verrichten van andere werkzaamheden die zijn aangemerkt als diensten van algemeen economisch belang.3 De toelichting maakt echter onvoldoende duidelijk om wat voor werkzaamheden het gaat en, indien het gaat om diensten die op de markt worden aangeboden, waarom de regering van oordeel is dat beide categorieën werkzaamheden als diensten van algemeen economisch belang moeten worden aangewezen. Met name behoeft motivering dat de betreffende werkzaamheden niet reeds op bevredigende wijze (kunnen) worden verricht door ondernemingen die onder normale marktomstandigheden actief zijn.4

De Afdeling adviseert in de toelichting op het bovenstaande in te gaan en zo nodig het voorstel aan te passen.

1. Motivering aanwijzing diensten van algemeen economisch belang

In de memorie van toelichting is de voorgestelde toevoeging van onderdeel h aan artikel 47, eerste lid, nader toegelicht. Daarbij is benadrukt dat bij de gemaakte afweging is uitgegaan van het grondbeginsel dat maatschappelijk bestemd vermogen te allen tijde ten goede komt aan de diensten van algemeen economisch belang (daeb). Zodoende worden de werkzaamheden uitsluitend aangemerkt als daeb, voor zover zij worden verricht ten behoeve van andere toegelaten instellingen en noodzakelijkerwijs voortvloeien uit andere daeb-werkzaamheden. In de huidige situatie zijn die werkzaamheden immers ook al als zodanig aangewezen, wanneer toegelaten instellingen ze zelf verrichten, of wanneer ze worden verricht door samenwerkingsvennootschappen.

2. Redactionele bijlage

De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.

2. Redactionele bijlage/kanttekeningen

De redactionele kanttekeningen van de Afdeling zijn verwerkt.

3. Redactionele wijzigingen

Van de gelegenheid is gebruikgemaakt om enkele technische en redactionele wijzigingen de artikelen I, IV, onderdelen B en C, VIII en IX, onderdelen F en K, van het in te dienen wetsvoorstel met memorie van toelichting door te voeren.

De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.

De vicepresident van de Raad van State,

J.P.H. Donner

Ik moge U verzoeken het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.

De Minister voor Wonen en Rijksdienst, S.A. Blok

Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no. W04.16.0033/I

  • In artikel I, onderdeel B, «Wet bijzondere maatregelen bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek» vervangen door: Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek.

  • In artikel VI, onderdeel L, «Artikel 30» vervangen door: Artikel 33.

  • De toelichting bij artikel VI, onderdeel N, doen corresponderen met het betreffende onderdeel.

  • In artikel VI, onderdeel V, tweede lid, het tweede lid in plaats van het derde lid van artikel 44b vervangen.


X Noot
1

De oorspronkelijke tekst van het voorstel van wet en van de memorie van toelichting zoals voorgelegd aan de Afdeling advisering van de Raad van State is ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer

X Noot
2

Artikel VI, onderdeel X, eerste lid, onderdeel e.

X Noot
3

Artikel VI, onderdeel Z.

X Noot
4

Zie Mededeling van de Commissie betreffende de toepassing van de staatssteunregels van de Europese Unie op voor het verrichten van diensten van algemeen economisch belang verleende compensatie (2012/C 8/02), i.h.b. par. 48.

Naar boven