Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201734468 nr. 15

34 468 Wijziging van de Huisvestingswet 2014, de Wet op de huurtoeslag, de Woningwet en enkele andere wetten teneinde daarin een aantal technische wijzigingen en een aantal wijzigingen met beperkte beleidsmatige gevolgen aan te brengen (Veegwet wonen)

Nr. 15 MOTIE VAN HET LID VAN VLIET

Voorgesteld tijdens het Wetgevingsoverleg van 12 december 2016

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat gemeenten en woningcorporaties elkaars belangrijkste partners zijn bij de huisvesting van statushouders;

overwegende dat er op korte termijn te weinig woningen beschikbaar zijn om de landelijke verplichtingen waar te kunnen maken en dat er behoefte is aan maatwerk;

overwegende dat bestaande wachtlijsten voor sociale huurwoningen waar mogelijk niet nog langer zouden moeten worden;

overwegende dat woningcorporaties aangeven dat te koop staande sociale huurwoningen tijdelijk uit het verkooptraject getrokken zouden kunnen worden om als eerstelijnsopvang ingezet te kunnen worden, dat wil zeggen tijdelijke verhuur aan statushouders in overleg met de betrokken gemeente;

overwegende dat tijdelijke verhuur door toegelaten instellingen aan vergunninghouders nu niet mogelijk is op grond van art. 48, lid 1 Woningwet en art. 22a Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015;

verzoekt de regering, het wettelijk mogelijk te maken dat gemeenten en woningcorporaties in het kader van de gemeentelijke huisvestingstaakstelling prestatieafspraken met elkaar kunnen maken waarbij tijdelijke verhuur zoals hierboven beschreven onder strikte condities wel kan,

en gaat over tot de orde van de dag.

Van Vliet