Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201634459 nr. 16

34 459 Wijziging van de Mediawet 2008 in verband met aanvullingen bij het toekomstbestendig maken van de landelijke publieke mediadienst

Nr. 16 NADER GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID KLEIN TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 13

Ontvangen 21 juni 2016

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

In artikel I, onderdeel B, vervalt in artikel 2.5, tweede lid, de zinsnede: de representatieve maatschappelijke adviesraad, bedoeld in artikel 2.10, tweede lid, onderdeel i,.

II

In artikel I, onderdeel E, vervalt de zinsnede: waaronder een representatieve maatschappelijke adviesraad,.

Toelichting

Indiener zou graag artikel 2.52 lid 2, onderdeel «i» gedeeltelijk willen laten vervallen. Dit onderdeel stelt het organiseren van een representatieve publieksvertegenwoordiging, waaronder een representatieve maatschappelijke adviesorgaan, door de NPO verplicht. De indiener is van mening dat het organiseren van een representatieve publieksvertegenwoordiging een bijdrage kan leveren aan het publieke karakter van de NPO, maar dat het geen oplossing is om dit via een dergelijke adviesraad te organiseren. Hij is namelijk van oordeel dat omroepverenigingen deze taak al op zich nemen.

Dergelijke verenigingen vervullen zogezegd automatisch een taak op het gebied van publiekbetrokkenheid. Wettelijk kunnen omroepverenigingen immers enkel binnen de publieke omroep functioneren als zij (voldoende) leden hebben. Dergelijke verenigingen geven vervolgens deze leden op democratisch aanvaardbare wijze invloed op het beleid en de koers van de vereniging. Bovendien is het middels deze verenigingen mogelijk om een stevige vertegenwoordiging van de Nederlandse bevolking, te weten 3,5 miljoen burgers, te bereiken casu quo te betrekken.

Het verplicht instellen van een representatieve adviesraad door de NPO is in de ogen van de indiener niet meer dan het optuigen van een stelsel van onnodige dubbelingen. De indiener stelt derhalve voor geen verplichte adviesraad in de wet op te nemen. Uiteraard blijft daarmee wel de wettelijke opdracht aan de NPO bestaan om via andere wegen de publieksbetrokkenheid te bevorderen. Daarmee sluit indiener aan bij de intentie van het artikel waardoor de formulering «waaronder» slechts een uitwerkingsrichting wordt gegeven.

Klein