34 403 Wijziging van de Woningwet in verband met het tijdelijk uitbreiden van het werkgebied van toegelaten instellingen met het oog op het huisvesten van vergunninghouders

A GEWIJZIGD VOORSTEL VAN WET

26 april 2016

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is de Woningwet te wijzigen teneinde tijdelijk de mogelijkheid te creëren om het werkgebied van toegelaten instellingen uit te breiden met het oog op het kunnen huisvesten van vergunninghouders;

Zo is het dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Woningwet wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 45, tweede lid, onderdeel f, wordt in de aanhef na «de toegelaten instelling» ingevoegd «of van woongelegenheden als bedoeld in artikel 45a» en wordt onder 2° na «woongelegenheid als bedoeld in» ingevoegd: artikel 45a, eerste lid, onderdeel a, en.

B

In artikel 45, tweede lid, onderdeel f, vervalt «of van woongelegenheden als bedoeld in artikel 45a» en: artikel 45a, eerste lid, onderdeel a, en.

C

Na artikel 45 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 45a

  • 1. Onze Minister kan toegelaten instellingen, de met hen verbonden ondernemingen van welke zij de enige aandeelhoudster zijn en de samenwerkingsvennootschappen toestemming verlenen om, naast de in artikel 45, tweede lid, genoemde werkzaamheden tevens de volgende werkzaamheden te verrichten, die alsdan tot het gebied van de volkshuisvesting behoren:

    • a. het toewijzen en verhuren van woongelegenheden en aanhorigheden van derden;

    • b. het in stand houden van en het treffen van kleinschalige voorzieningen aan gebouwen van derden, en

    • c. het huren van gebouwen van derden, ten behoeve van het verrichten van de werkzaamheden, bedoeld in de onderdelen a en b.

  • 2. Toestemming kan uitsluitend worden verleend indien de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, zijn gericht op het huisvesten van vergunninghouders als bedoeld in artikel 28 van de Huisvestingswet 2014.

  • 3. Onze Minister kan voor ten hoogste tien jaar toestemming verlenen.

  • 4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de werkzaamheden, genoemd in het eerste lid, onderdelen a en b, alsmede over de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder de toestemming wordt verleend.

D

In artikel 47, eerste lid, onderdeel b, wordt «van haar zodanige woongelegenheden en aanhorigheden» vervangen door: van zodanige woongelegenheden en aanhorigheden.

E

Artikel 45a vervalt.

F

Na artikel 130 van de Woningwet wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 131

Een toestemming verleend door Onze Minister op basis van artikel 45a van deze wet, zoals dat luidde voor de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel E, van de Wijziging van de Woningwet in verband met het tijdelijk uitbreiden van het werkgebied van toegelaten instellingen met het oog op het huisvesten van vergunninghouders, blijft onder de voorwaarden waaronder deze destijds is verleend gelden tot het moment dat de duur waarvoor deze is verleend is verlopen. Het bepaalde bij en krachtens artikel 45a blijft op de toestemming van Onze Minister van toepassing.

ARTIKEL II

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip met uitzondering van artikel I, onderdeel B, E en F, dat in werking treedt vijf jaar na het tijdstip waarop artikel I, onderdeel A, in werking treedt.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister voor Wonen en Rijksdienst,

Naar boven