Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 februari 2018
Graag informeer ik uw Kamer over de voortgang van de onderhandelingen over het EU-afvalpakket,
waarmee ik de motie Cegerek/Van Veldhoven1 uitvoer. Op 19 december jl. is uw Kamer reeds geïnformeerd2 over het bereiken van een voorlopig politiek akkoord tussen Europees Parlement (EP),
Europese Commissie en Raad tijdens de laatste triloog.
Onlangs zijn de teksten van dit voorlopig politiek akkoord beschikbaar gekomen3. De Raad zal op 23 februari zijn finale positie moeten bepalen. Naar verwachting
zal een ruime meerderheid van de lidstaten instemmen met de uitkomst van de onderhandelingen.
Vervolgens zullen de teksten voor stemming naar het EP gaan.
Wanneer het EP heeft ingestemd, wacht nog finale bekrachtiging door de Raad. Hier
zal onder andere vanwege vertaling van de definitieve teksten nog enige tijd overheen
gaan.
Nederlandse positie
De onderhandelingen over het wetgevende afvalpakket zijn in 2016 onder Nederlands
voorzitterschap van start gegaan. Via een BNC-fiche is uw Kamer bij aanvang van de
onderhandelingen geïnformeerd4 over de Nederlandse positie inzake dit pakket van aanpassingen van bestaande afvalwetgeving.
Mede op aandringen van uw Kamer heb ik me tot op het laatste moment hard gemaakt voor
een ambitieus afvalpakket met behoud van de doelstellingen uit het voorstel van de
Commissie.
Tijdens de onderhandelingen bleek dat de ambitieniveaus van de lidstaten sterk verschilden.
Een minderheid deelde de ambities van Nederland en de Commissie. De ambitieuze positie
van het EP, en ook de opstelling van Nederland, hebben er uiteindelijk aan bijgedragen
dat er, ondanks het feit dat de doelen iets zijn verlaagd, nog een voldoende ambitieus
pakket ligt. Gezien de grote verschillen in uitgangspositie en ambitieniveau tussen
de lidstaten ben ik tevreden met het nu bereikte akkoord. In het licht van het krachtenveld
is dit een goed en gebalanceerd resultaat. Daarom zal ik op 23 februari instemmen
met het in de triloog bereikte akkoord.
Ondanks het feit dat doelstellingen zijn verlaagd of in tijd zijn opgeschoven, ligt
er een wetgevend pakket dat storten reduceert en recycling en hergebruik stimuleert.
Daarbij zijn de mogelijkheden voor het verkrijgen van uitstel om te voldoen aan de
doelstellingen niet vrijblijvend, maar moet een gedetailleerd implementatieplan worden
opgesteld en moet er voldoende progressie worden getoond.
De doelstelling van 65% recycling van stedelijk afval uit het voorstel van de Commissie
is overeind gebleven, deze is alleen met vijf jaar uitgesteld naar 2035.
Voor verpakkingen zijn de recyclingdoelstellingen voor sommige stromen iets verlaagd.
De stortdoelstelling van maximaal 10% van het stedelijk afval die de Commissie had
voorgesteld is ook overeind gebleven, met een vertraging van vijf jaar naar 2035.
Andere belangrijke elementen uit het akkoord:
-
– Eenduidige definities en een uniforme berekeningsmethode gericht op daadwerkelijk
gerecycled afval;
-
– Versterking van het instrument producentenverantwoordelijkheid met minimumeisen inzake
transparantie en verantwoordelijkheden. Ook is er veel aandacht voor het circulair
ontwerp van producten en de stimulerende werking die uit kan gaan van het toepassen
van gedifferentieerde tarieven;
-
– Meer aandacht voor afvalpreventie en hergebruik en het monitoren van voedselverspilling
om op termijn kwantitatieve reductiedoelstellingen op EU-niveau te kunnen vastleggen;
-
– Verduidelijking en verbetering in de toepassing van de concepten «einde-afval» en
«bijproducten»;
-
– Verplicht gescheiden inzameling van onder andere bioafval en textiel;
-
– De Commissie moet uitwisseling van kennis en ervaringen tussen lidstaten faciliteren
en zal aanvullende regelgeving en guidelines opstellen over o.a. de berekeningsmethode, gescheiden inzameling, interpretatie van
de afvaldefinitie en producentenverantwoordelijkheid.
Dit akkoord is hiermee een belangrijke stap voor verbetering van het afvalmanagement
in de hele EU en biedt veel mogelijkheden voor verdere uitwerking van het Rijksbrede
programma Circulaire Economie.
Ik zal een actieve bijdrage blijven leveren aan de totstandkoming van de aanvullende
regelgeving en guidelines waar de Commissie de komende jaren mee aan de slag zal gaan.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,
S. van Veldhoven-van der Meer