34 389 Wijziging van de Wet op de Raad van State, de Algemene wet bestuursrecht, de Wet op de rechterlijke organisatie en enkele andere wetten in verband met de scheiding van taken binnen de Raad van State en de opheffing van de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het bedrijfsleven (Wet organisatie hoogste bestuursrechtspraak)

Nr. 11 AMENDEMENT VAN HET LID VAN NISPEN C.S.

Ontvangen 6 oktober 2016

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

I

In artikel IV, onderdeel A, wordt in de onderdelen 1 en 2 «het gerechtshof» vervangen door «het Sociaal bestuursrechtelijk gerechtshof» en wordt «bij het gerechtshof» vervangen door: bij dat gerechtshof

II

In artikel IV, onderdeel F, wordt «artikel 9» vervangen door: artikel 8a of 9.

III

Artikel IV, onderdeel H, wordt als volgt gewijzigd:

1. In artikel 8:118b wordt «artikel 9» vervangen door: artikel 8a of 9.

2. In artikel 8:118i, tweede lid, tweede volzin, wordt «naar een gerechtshof» vervangen door: naar een der gerechtshoven, bedoeld in artikel 2, onder a tot en met d, van de Wet op de rechterlijke indeling, dan wel indien het een uitspraak van het Sociaal bestuursrechtelijk gerechtshof betreft naar dat gerechtshof,.

IV

Artikel IV, onderdeel I, wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel 5 komt te luiden:

5. In hoofdstuk 2 wordt na artikel 5 een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 5a. Beroep bij het Sociaal bestuursrechtelijk gerechtshof

Tegen een besluit, genomen op grond van een in dit artikel genoemd voorschrift of anderszins in dit artikel omschreven, kan beroep worden ingesteld bij het Sociaal bestuursrechtelijk gerechtshof.

Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers

Garantiewet Burgerlijk Overheidspersoneel Indonesië, voor zover het betreft een besluit op grond van de Algemene oorlogsongevallenregeling

Liquidatiewet ongevallenwetten: artikel 24, eerste lid

Tijdelijke vergoedingsregeling psychotherapie na-oorlogse generatie

Wet buitengewoon pensioen 1940–1945

Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet

Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers

Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945

Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945

2. Na onderdeel 7 wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

7a. In hoofdstuk 4 worden voor artikel 9 twee artikelen ingevoegd:

Artikel 8a. Hoger beroep met schorsende werking

Tegen een uitspraak van de rechtbank of van de voorzieningenrechter omtrent een besluit, genomen op grond van een in dit artikel genoemd voorschrift of anderszins in dit artikel omschreven, kan hoger beroep worden ingesteld bij een gerechtshof als bedoeld in artikel 2, onder a tot en met d, van de Wet op de rechterlijke indeling.

Algemene douanewet: artikel 8:2, tweede lid

Algemene wet inzake rijksbelastingen: artikel 26

Gemeentewet: artikel 231

Invorderingswet 1990: de artikelen 22bis, vijftiende lid, 30, tweede lid, 49, vierde lid, 57a, tweede lid, 62a, tweede lid, en 63b, tweede lid

Mijnbouwwet: de afdelingen 5.1.1, 5.1.2, 5.3, 5.4 en 5.5

Provinciewet: artikel 227a

Kostenwet invordering rijksbelastingen: artikel 7, eerste lid

Waterschapswet: artikel 123

Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen: artikel 4n

Wet op de omzetbelasting 1968: de artikelen 28s, achtste lid, en 28t, negende lid

Wet op het BTW-compensatiefonds: artikel 9, zevende lid

Wet strategische diensten: artikel 18, derde lid

Artikel 8b. Hoger beroep zonder schorsende werking

Tegen een uitspraak van de rechtbank of van de voorzieningenrechter omtrent een besluit, genomen op grond van een in dit artikel genoemd voorschrift of anderszins in dit artikel omschreven, kan eveneens hoger beroep worden ingesteld bij een gerechtshof als bedoeld in artikel 2, onder a tot en met d, van de Wet op de rechterlijke indeling.

Wet inkomstenbelasting 2001: de artikelen 3.37, eerste lid, en 3.42, eerste lid, voor zover het betreft een besluit van Onze Minister van Economische Zaken

Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen, met uitzondering van artikel 4n

Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen

3. Onderdeel 8 wordt als volgt gewijzigd:

a. In onderdeel a wordt in het opschrift na «Hoger beroep» ingevoegd: bij het Sociaal bestuursrechtelijk gerechtshof,.

b. In onderdeel b wordt «een gerechtshof» vervangen door: het Sociaal bestuursrechtelijk gerechtshof.

c. Onderdeel c vervalt.

d. Onderdeel d komt te luiden:

  • d. In de alfabetische rangschikking wordt ingevoegd:

Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen

4. Onderdeel 9 wordt als volgt gewijzigd:

a. In onderdeel a wordt in het opschrift na «Hoger beroep» ingevoegd: bij het Sociaal bestuursrechtelijk gerechtshof,.

b. In onderdeel b wordt «een gerechtshof» vervangen door: het Sociaal bestuursrechtelijk gerechtshof.

c. Onderdeel c komt te luiden:

  • c. In de alfabetische rangschikking wordt ingevoegd:

Wet op de rechtsbijstand

Wet privatisering Spoorwegpensioenfonds

V

Na artikel IV wordt een artikel ingevoegd, luidende:

ARTIKEL IVa

De Wet op de rechterlijke indeling wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef wordt «vier gerechtshoven» vervangen door: vijf gerechtshoven.

2. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel d door een puntkomma wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • e. het Sociaal bestuursrechtelijk gerechtshof.

B

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de huidige tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. In het eerste lid (nieuw) wordt «gerechtshof» vervangen door: een gerechtshof als bedoeld in artikel 2, onder a tot en met d, van de Wet op de rechterlijke indeling.

3. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Het rechtsgebied van het Sociaal bestuursrechtelijk gerechtshof omvat het grondgebied van het gehele land.

VI

In artikel V worden na onderdeel A drie onderdelen ingevoegd:

Aa

Aan artikel 20 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 3. De zetel van het Sociaal bestuursrechtelijk gerechtshof is Utrecht. Het tweede lid is niet van toepassing.

Ab

Aan artikel 21 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 4. Dit artikel is niet van toepassing op het Sociaal bestuursrechtelijk gerechtshof.

Ac

Aan artikel 21b wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 4. De zittingsplaats van het Sociaal bestuursrechtelijk gerechtshof is Utrecht. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing.

VII

In artikel V, onderdeel C, wordt na «artikel 60, eerste lid,» ingevoegd: wordt na «De gerechtshoven» ingevoegd «, bedoeld in artikel 2, onder a tot en met d, van de Wet op de rechterlijke indeling,» en.

VIII

In artikel V, onderdeel D, wordt in artikel 60a, tweede lid, «ressort» vervangen door: rechtsgebied.

IX

In artikel V worden na onderdeel D twee onderdelen ingevoegd, luidende:

Da

Artikel 61 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de huidige tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. In afwijking van het eerste lid, neemt het Sociaal bestuursrechtelijk gerechtshof in eerste aanleg, tevens in hoogste ressort, kennis van jurisdictiegeschillen tussen rechtbanken over de toepassing van artikel 8:7 van de Algemene wet bestuursrecht in zaken tot de kennisneming waarvan het in hoger beroep bevoegd is.

Db

Aan artikel 62a wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 6. Dit artikel is niet van toepassing op het Sociaal bestuursrechtelijk gerechtshof.

X

In artikel VIII wordt «het gerechtshof» vervangen door: het Sociaal bestuursrechtelijk gerechtshof.

XI

Artikel XXVIII wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «het gerechtshof dat bij toepassing van artikel 8:7, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht onderscheidenlijk artikel 60a, tweede lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie bevoegd zou zijn geweest» vervangen door «het Sociaal bestuursrechtelijk gerechtshof» en wordt «het ingevolge de eerste volzin bevoegde gerechtshof» vervangen door: dat gerechtshof.

2. In het derde lid wordt «het gerechtshof dat bij toepassing van artikel 8:7, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht onderscheidenlijk artikel 60a, tweede lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie bevoegd zou zijn geweest ten aanzien van uitspraak waartegen verzet wordt gedaan onderscheidenlijk waarvan herziening wordt verzocht» vervangen door: het Sociaal bestuursrechtelijk gerechtshof.

XII

In artikel XXX wordt «het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden» vervangen door: het Sociaal bestuursrechtelijk gerechtshof.

Toelichting

Dit amendement strekt ertoe de zaken van de op te heffen Centrale Raad van Beroep (hierna: CRvB) niet bij de vier bestaande gerechtshoven onder te brengen, maar bij een afzonderlijk vijfde gerechtshof, met als zittingsplaats Utrecht. Aangezien de zaken bij dit nieuwe gerechtshof grotendeels liggen op het terrein van het sociale bestuursrecht (sociale zekerheid en sociale verzekeringen), krijgt dit nieuwe gerechtshof de naam «Sociaal bestuursrechtelijk gerechtshof». Uit artikel 2, onder b, van de Wet op de rechterlijke organisatie (Wet RO) vloeit voort dat ook dit gerechtshof behoort tot de rechterlijke macht, zoals ook het geval is bij de vier territoriaal georganiseerde gerechtshoven. Gehandhaafd blijft de regeling uit het wetsvoorstel dat in deze zaken beroep in cassatie openstaat bij de Hoge Raad.

Hierdoor wordt de rechtseenheid en rechtszekerheid in het sociale zekerheidsrecht beter gewaarborgd. De rechtsmacht in hoger beroep ter zake van besluiten op grond van wetten die volgens het wetsvoorstel zouden overgaan van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van de State naar de gerechtshoven, wordt eveneens ondergebracht bij het gespecialiseerde Sociaal bestuursrechtelijk gerechtshof. Het onderdeel van het wetsvoorstel dat regelt dat de Hoge Raad in eerste en enige instantie bevoegd wordt voor zaken met betrekking tot de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren laat dit amendement wel intact.

De verdeling van zaken van de CRvB over de vier gerechtshoven zal wat indieners betreft ten eerste leiden tot uiteenlopende uitspraken en daarmee tot minder rechtseenheid en rechtszekerheid. Uiteenlopende rechtspraak over de sociale zekerheidswetgeving kan in cassatie niet zomaar worden gerepareerd, omdat bestuursorganen op grond van die wetgeving veel vrijheid hebben. Bovendien kan in cassatie in beginsel slechts over een onjuiste wetsuitleg worden geklaagd. Door de uiteenlopende rechtspraak zal de behoefte aan cassatie echter wel toenemen, wat volgens indieners zal leiden tot langere procedures en meer lasten voor rechtzoekenden, bestuursorganen en de rechterlijke macht zelf.

De verdeling van zaken van de CRvB zal derhalve niet alleen tot minder rechtseenheid, meer rechtsonzekerheid en hogere kosten leiden, maar ook tot verwatering en vernietiging van kennis. Van de huidige rechters van de CRvB wordt straks immers verwacht dat ze zeer verschillende soorten zaken moeten gaan behandelen en daarmee zal er minder ruimte zijn voor (deel)specialismes. Bovendien zal de bestaande hoogwaardige kwaliteitsinfrastructuur bij de CRvB niet overeind gehouden kunnen worden.

Voorgaande kritiek is tevens geuit door vrijwel alle betrokken rechterlijke instanties. Door (de rechtsmacht van) de CRvB onder te brengen bij de gewone rechterlijke macht en de rechtspraak over de sociale zekerheid in hoger beroep bij één gespecialiseerd gerechtshof te concentreren wordt wat het sociale zekerheidsrecht betreft aan deze kritiek tegemoetgekomen. Bovendien zijn rechters in het nieuwe gerechtshof op grond van bestaande wetgeving ook van rechtswege plaatsvervanger in de vier andere gerechtshoven en andersom. Daarmee wordt uitwisseling met en tussen de civiele rechtspraak, de strafrechtspraak en de belastingrechtspraak eenvoudig mogelijk indien daaraan behoefte bestaat.

Deze oplossing is ook budgettair neutraal omdat – anders dan bij onderbrenging van de rechtsmacht van de CRvB bij de bestaande gerechtshoven – geen investeringen in huisvesting nodig zijn. De CRvB, die in Utrecht is gevestigd, kan het huidige werk voortzetten, maar dan als onderdeel van de gewone rechterlijke macht. Ook worden op deze manier transitie- en reorganisatiekosten bespaard, waardoor het minder belastend is dan het voornemen om de huidige zaken van de CRvB te verdelen over de verschillende gerechtshoven.

Voor de goede orde wijzen indieners erop dat dit amendement de in het wetsvoorstel gemaakte keuze om cassatie mogelijk te maken tegen alle uitspraken van de CRvB intact laat. Het beroep dat op de Hoge Raad moet worden gedaan, zal door het behoud van de concentratie in CRvB-zaken echter in de praktijk beperkter kunnen zijn. Dat heeft als extra voordeel dat de Hoge Raad zich kan richten op de zaken die «ertoe doen».

Dit amendement voorziet er ook in dat de rechtsmacht in de zaken op grond van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en de Wet op de rechtsbijstand die ingevolge het wetsvoorstel van de Raad van State overgaan naar de gewone rechterlijke macht, wordt opgedragen aan het Sociaal bestuursrechtelijk gerechtshof. Deze zaken liggen in de competentiesfeer van de CRvB. En zo wordt ook voor deze zaken de bestaande concentratie gehandhaafd.

Van Nispen Swinkels Van Tongeren

Naar boven