Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201734355 nr. 17

34 355 Wijziging van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in verband met een verbeterde regeling voor het gezamenlijk verzorgen van hoger onderwijs door Nederlandse en buitenlandse instellingen voor hoger onderwijs alsmede vanwege enkele andere wijzigingen ter bevordering van de internationalisering van het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (bevordering internationalisering hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek)

Nr. 17 AMENDEMENT VAN DE LEDEN ASANTE EN ROG

Ontvangen 22 februari 2017

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

I

In artikel I, onderdeel A, vervallen in artikel 1.19 het eerste, vierde, vijfde, zesde en zevende lid.

II

In artikel I, onderdeel A, wordt na artikel 1.19 een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 1.19bis. Opleidingen in het buitenland; toestemmingsvereiste

  • 1. Voor het verzorgen van een opleiding in het buitenland is toestemming van Onze Minister vereist.

  • 2. In het belang van de kwaliteit van het hoger onderwijs in Nederland en van de profilering van het Nederlandse hoger onderwijs in het buitenland kan Onze Minister toestemming weigeren of intrekken.

  • 3. Onze Minister weigert de toestemming in ieder geval indien de opleiding niet ook in Nederland wordt verzorgd.

  • 4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden de gronden voor weigering of intrekking van de toestemming nader geregeld en kunnen voorschriften worden vastgesteld met betrekking tot het indienen van aanvragen om toestemming.

  • 5. De bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vast te stellen weigeringsgronden hebben in ieder geval betrekking op:

    • a. de wijze waarop de opleiding in Nederland is geaccrediteerd;

    • b. de wijze waarop de kwaliteitszorg van het onderwijs in het land van vestiging zal worden geborgd;

    • c. de financiële positie van de aanvrager en de wijze waarop financiële risico’s zullen worden tegengegaan;

    • d. de maatregelen die door de aanvrager zullen worden getroffen om te voorkomen dat de rijksbijdrage wordt aangewend voor de opleiding in het buitenland;

    • e. de omvang en schaal van het initiatief waarop de aanvraag betrekking heeft, in het bijzonder uit een oogpunt van aantallen studenten;

    • f. de wijze waarop de continuïteit van de opleiding, in Nederland is gewaarborgd;

    • g. de veiligheid en de rechten van de bij het onderwijs in het land van vestiging betrokken personen, voor zover zij die rechten ontlenen aan deze wet;

    • h. de aard van de diplomatieke betrekkingen tussen Nederland en het desbetreffende land;

    • i. de wijze waarop in het desbetreffende land rekening wordt gehouden met mensenrechten en sociale verhoudingen;

    • j. indien van toepassing: de wijze waarop de samenwerking met een partnerorganisatie of met partnerorganisaties zal worden vormgegeven;

    • k. de opvattingen van de bevoegde overheidsinstanties in het land van vestiging over de opleiding; en

    • l. de wijze waarin is voorzien in het afbouwen van de opleiding in financiële en personele zin en ten opzichte van studenten, indien de opleiding zou worden beëindigd.

  • 6. Onze Minister kan de toestemming onder voorwaarden verlenen en kan aan de toestemming voorschriften verbinden.

  • 7. Onze Minister legt het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het vierde en vijfde lid voor aan beide Kamers der Staten-Generaal. De voordracht voor die algemene maatregel van bestuur wordt niet gedaan dan nadat vier weken na die voorlegging zijn verstreken.

Toelichting

Met dit amendement beogen de indieners de eisen aan opleidingen in het buitenland op drie punten verder aan te scherpen.

1. Verplichtende formulering algemene maatregel van bestuur

De vaststelling van een algemene maatregel van bestuur en het hanteren van een toestemmingsvereiste is met deze wijziging niet meer facultatief, maar heeft een verplicht karakter gekregen. Zodoende is de vaststelling van de nadere voorschriften bij of krachtens algemene maatregel van bestuur een wettelijk vereiste geworden.

2. Wettelijke verankering weigeringsgronden (toestemmingsvereiste)

In de toelichting bij de nota van wijziging is onder meer een aantal gronden voor weigering aangegeven dat beoogd was om bij of krachtens algemene maatregel voor bestuur vast te stellen. De indieners kiezen er nu voor om deze gronden in de wet op te nemen om meer zekerheid te bieden over de contouren van de nadere voorschriften. Bij algemene maatregel van bestuur zullen deze gronden nader uitgewerkt en toegelicht worden.

Uit artikel 1.19bis, derde lid, volgt dat instellingen enkel een opleiding in het buitenland mogen verzorgen, indien de opleiding reeds in Nederland wordt verzorgd. Deze eis verzekert dat de opleiding die de instelling wil gaan verzorgen zich reeds in Nederland heeft bewezen. In het verlengde hiervan ligt de grond van artikel 1.19bis, vijfde lid, onder a: enkel opleidingen die in Nederland onvoorwaardelijk zijn geaccrediteerd komen in aanmerking voor toestemming.

De andere gronden uit het vijfde lid beogen eveneens de profilering van het Nederlands hoger onderwijs in het buitenland en de kwaliteit van het hoger onderwijs in Nederland te waarborgen. Zo dient de instelling in de aanvraag te beschrijven hoe de instelling ervoor zal zorgen dat het verzorgen van een opleiding in het buitenland niet ten koste zal gaan van het onderwijs in Nederland (onder f) en dient er een exit-strategie te zijn (onder l). De aanvraag zal getoetst worden aan deze – in de algemene maatregel van bestuur uit te werken – voorschriften.

3. Wettelijke verankering voorhang

De betrokkenheid van de Tweede Kamer bij de algemene maatregel van bestuur was eerder al toegezegd. Deze toezegging is geformaliseerd in artikel 1.19bis, zevende lid. De formulering is overeenkomstig de bestaande voorhangbepalingen in de WHW. Hiermee is de betrokkenheid van de Staten Generaal bij de vaststelling van de algemene maatregel van bestuur wettelijk verankerd.

Voor het overige is de betekenis en reikwijdte van artikel 1.19, zoals die bij de nota van wijziging waren vastgesteld, niet gewijzigd. Om redenen van overzichtelijkheid is het artikel nu in tweeën gesplitst. Artikel 1.19bis betreft daardoor uitsluitend het geïntroduceerde toestemmingsvereiste.

Asante Rog