Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201834352 nr. 103

34 352 Uitvoering en evaluatie Participatiewet

Nr. 103 MOTIE VAN DE LEDEN RAEMAKERS EN NIJKERKEN-DE HAAN

Voorgesteld 26 april 2018

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de hoofdlijnennotitie Loondispensatie heeft geleid tot zorgen bij zowel mensen die er mogelijk mee te maken krijgen als organisaties en gemeenten die de nieuwe regeling moeten gaan uitvoeren;

constaterende dat bij de hoorzitting kritisch is gereageerd op een aantal punten, zoals de positie van niet-uitkeringsgerechtigden, de werking van de partner- en vermogenstoets en het verschil met loondispensatie in de Wajong, maar dat er ook op constructieve wijze alternatieve uitwerkingen binnen de uitgangspunten van het regeerakkoord zijn aangedragen;

overwegende dat het wenselijk is dat de voorgenomen verandering van loonkostensubsidie naar loondispensatie kan rekenen op een breed draagvlak;

overwegende dat het wenselijk is dat (1) de voorgenomen verandering daadwerkelijk leidt tot meer banen voor mensen met een arbeidshandicap of afstand tot de arbeidsmarkt en (2) gaan werken of meer gaan werken vanaf het eerste uur lonend is voor mensen;

roept de regering op, in de aanloop naar de totstandkoming van het wetsvoorstel blijvend overleg te voeren met werkgevers, werknemers, maatschappelijke organisaties en de gemeenten, en daartoe ook, naar het idee van De Normaalste Zaak, praktijktafels met deze betrokkenen te organiseren, en deze inbrengen zo veel mogelijk te gebruiken bij de definitieve totstandkoming van het wetsvoorstel;

roept de regering op, bij de verdere uitwerking van het wetsvoorstel te onderzoeken op welke manier tegemoet gekomen kan worden aan de bezwaren die in de hoorzitting naar voren zijn gekomen, zonder de doelstelling om meer mensen aan het werk te helpen en werken vanaf het eerste uur lonend te maken, los te laten,

en gaat over tot de orde van de dag.

Raemakers

Nijkerken-de Haan