34 351 Evaluatie Wet werk en zekerheid (Wwz)

Nr. 19 BRIEF VAN DE MINISTER-PRESIDENT, MINISTER VAN ALGEMENE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 15 september 2016

In de Regeling van werkzaamheden van 13 september 2016 heeft het Kamerlid Van Weyenberg (D66) gevraagd naar het kabinetsstandpunt over de werking van de Wet werk en zekerheid. Met deze brief wil ik, mede namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, aan dit verzoek voldoen.

De Wet werk en zekerheid is onderdeel van de afspraken die het kabinet met sociale partners heeft gemaakt in het sociaal overleg in april 2013. Het kabinet staat vanzelfsprekend achter dit Sociaal Akkoord en daarmee achter de WWZ.

Zoals de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid al aan uw Kamer heeft gemeld (Kamerstuk 34 351, nr. 1) is er nog geen volledig oordeel te geven over de werking van de Wet werk en zekerheid. Aan Uw Kamer is een halfjaarlijkse rapportage toegezegd. Daar waar er evidente knelpunten zijn, stuurt het kabinet echter in overleg met sociale partners bij, zoals bijvoorbeeld is gebeurd bij de ketenbepaling voor seizoenswerk.

Het kabinet is gemotiveerd om samen met de sociale partners de gemaakte afspraken uit het Sociaal Akkoord, waaronder de WWZ, tot een succes te maken.

De Minister-President, Minister van Algemene Zaken, M. Rutte

Naar boven