34 336 Wijziging van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet financiering sociale verzekeringen en enkele andere wetten in verband met verbetering van de hybride markt van de regeling Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (Wet verbetering hybride markt WGA)

A VOORLOPIG VERSLAG VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID1

Vastgesteld 19 april 2016

Het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel geeft de commissie aanleiding tot het maken van de volgende opmerkingen en het stellen van de volgende vragen.

D66-fractie

De leden van de fractie van D66 hebben kennisgenomen van het voorstel om de hybride markt van de regeling Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) te verbeteren. Zij leggen de regering nog graag enkele vragen voor.

Kan de regering aangeven in hoeverre en op welke wijze inmiddels gevolg is gegeven aan de in de Tweede Kamer aangenomen moties van het lid Schut-Welkzijn met betrekking tot respectievelijk de uitvoering van de re-integratie door verzekeraars bij faillissement van een eigenrisicodrager2 en de toets op de uitvoering van het onderbrengen van de Inkomensvoorziening Volledig en duurzaam Arbeidsongeschikten (IVA) onder het hybride stelsel3?

Het doel van de wetswijziging is een verbetering van de verhouding tussen publieke uitvoerders en private verzekeraars met het oog op een betere re-integratie van zieke en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers. In hoeverre is de verwachting van een verbetering op grond van deze wetswijziging gebaseerd op de uitkomsten van onderzoek, zowel wat betreft het tegenvallende resultaat van de oorspronkelijke wet als wat betreft de effectiviteit van de voorgestelde wijziging?

SP-fractie

De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de voorgestelde wijziging van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), de Wet financiering sociale verzekeringen en enkele andere wetten, waarmee de wijze waarop de WGA-lasten bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) gefinancierd worden, wordt aangepast. De leden van deze fractie hebben vraagtekens bij nut en noodzaak van het wetsvoorstel.

Bij de vormgeving van het hybride stelsel was het de verwachting van de regering dat de werkgever en zijn verzekeraar geprikkeld zouden worden tot optimale inzet op preventie en re-integratie. Het hybride stelsel zou juist daaraan moeten bijdragen. De effectiviteit van re-integratieactiviteiten en activering van de publieke verzekeraar en private verzekeraars wegen werkgevers echter niet of bijna niet mee bij hun keuze, zo staat in de memorie van toelichting vermeld.4 In antwoord op dat geconstateerde falen van het hybride stelsel zegt de regering in de nota naar aanleiding van het verslag5 thans nog niet te willen kiezen voor een stelselwijziging voor de WGA, of dat zelfs maar te willen onderzoeken. De regering vindt het nog te vroeg om de hybride markt los te laten.

Terwijl de private verzekeraars nu reeds verlies maken, zijn zij onvoldoende in staat enige meerwaarde aan te tonen in deze hybride markt. Om deze verlieslijdende verzekeraars tegemoet te komen, beoogt de regering met deze wetswijziging te bewerkstelligen dat (middel)grote werkgevers bij terugkeer naar het UWV gemiddeld genomen een hogere premie gaan betalen dan tot nu toe. Daarnaast hoeven publiek verzekerde (middel)grote werkgevers bij een overstap naar eigenrisicodragerschap hun eventuele publieke staartlasten niet meer zelf te financieren. Verzekeraars krijgen door deze maatregelen een verbeterde marktpositie.

De leden van de SP-fractie vragen de regering te verduidelijken waarom de thans goedkopere publieke premie omhoog moet, terwijl het UWV in de prestatie geen enkel verwijt wordt gemaakt.

Ook vernemen zij graag waarom de overstap naar private financiering aantrekkelijker moet worden gemaakt, terwijl de private verzekeraars hun meerwaarde nog moeten aantonen. Kan de regering tot slot aangeven waarom de slechte marktpositie van private verzekeraars door wetgeving moet worden verbeterd teneinde het hybride stelsel overeind te houden, terwijl het hybride stelsel tot op heden de verwachting niet heeft waargemaakt?

PvdA-fractie

De leden van de fractie van de PvdA hebben met instemming kennisgenomen van het voorstel Wet verbetering hybride markt WGA. Immers, waar het hybride stelsel was bedoeld om van meerwaarde te zijn met betrekking tot preventie en re-integratie, werd het in de praktijk vooral gebruikt om de staartlasten achter te laten door te switchen van private verzekering naar publieke verzekering en omgekeerd.

De leden van de PvdA-fractie verwachten dat met het voorliggende wetsvoorstel meer aandacht komt voor zieke werknemers en hun herstel. De vraag van deze leden is op welke wijze de regering erop gaat toezien dat de verwachting inderdaad uitkomt. Anders geformuleerd: hoe gaat de regering erop toezien dat de meerwaarde van het hybride stelsel op het gebied van re-integratie en preventie nu wel wordt waargemaakt?

De leden van de fractie van de PvdA vinden het belangrijk dat het beoogde doel wordt bereikt en de gewenste effecten worden gerealiseerd. Daarom vernemen zij graag op welke wijze de regering zich inzet om de uitvoerbaarheid van het voorliggende wetsvoorstel te bevorderen. Hoe is de regering voornemens de uitvoerbaarheid te monitoren? En zullen de resultaten daarvan gedeeld worden met de Eerste Kamer?

De leden van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid zien de beantwoording met belangstelling tegemoet; zij ontvangen de reactie bij voorkeur binnen vier weken.

De voorzitter van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Rinnooy Kan

De griffier van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Van Dooren


X Noot
1

Samenstelling:

Nagel (50PLUS), Elzinga (SP), Ten Hoeve (OSF), Ester (CU) (vice-voorzitter), De Grave (VVD), Hoekstra (CDA), Postema (PvdA), Sent (PvdA), Kok (PVV), Kops (PVV), Dercksen (PVV), Don (SP), Jorritsma-Lebbink (VVD), Van Kesteren (CDA), Krikke (VVD), Lintmeijer (GL), Meijer (SP), Nooren (PvdA), Oomen-Ruijten (CDA), Prast (D66), Rinnooy Kan (D66) (voorzitter), Rombouts (CDA), Schalk (SGP), Schnabel (D66), Teunissen (PvdD), Van de Ven (VVD), Vreeman (PvdA).

X Noot
2

Kamerstukken II 2015/16, 34 336, nr. 8.

X Noot
3

Kamerstukken II 2015/16, 34 336, nr. 7.

X Noot
4

Kamerstukken II 34 336, nr. 3, p. 1.

X Noot
5

Kamerstukken II 34 336, nr. 6, p. 3.

Naar boven