Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 22 maart 2016
Op vragen van het lid Schut-Welkzijn (VVD) tijdens de plenaire behandeling van het
wetsvoorstel «Verbetering hybride markt WGA» op donderdag 17 maart jongstleden (Handelingen
II 2015/16, nr. 66, Hybride markt regeling Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten)
heb ik toegezegd uw Kamer nader te informeren over het financiële risico als alle werkgevers die publiek voor de WGA verzekerd zijn, zouden uittreden.
Als eerste wil ik benadrukken dat ik niet verwacht dat deze situatie zich zal voordoen.
Het doel van het wetsvoorstel is dat het evenwicht op de hybride markt verbetert.
In een dergelijke meer evenwichtige markt zal het aantal werkgevers dat overstapt
van de publieke verzekering naar eigenrisicodragerschap of andersom beperkt zijn.
Waar de stromen klein zijn en deze elkaar in evenwicht houden ontstaat ook een financieel
evenwicht in het staartlastenvermogen. De uitputting van het staartlastenvermogen
door werkgevers die de publieke verzekering verlaten, wordt gecompenseerd door reservering
van een deel van de meer marktconforme premie van werkgevers die de publieke verzekering
juist weer instromen. Hier ben ik ook vanuit gegaan in de financiële paragraaf van
de memorie toelichting bij het wetsvoorstel. Hetzelfde beeld komt ook naar voren uit
de Premienota 20161 van UWV, waarin rekening is gehouden met de maatregelen uit het wetvoorstel Verbetering
hybride markt WGA: «Wij verwachten dat het aantal werkgevers dat jaarlijks weggaat bij UWV vanaf 2017
licht zal stijgen. Het gaat hierbij met name om werkgevers met een hoog risico. Het
aantal werkgevers dat jaarlijks terugkeert naar UWV zal vanaf 2017 licht dalen. Ook
hier zijn het de werkgevers met een hoog risico die eerder op de private markt zullen
blijven. De stromen zullen naar verwachting klein zijn en elkaar redelijk in evenwicht houden.»
Wat als alle publiek verzekerde werkgevers uitstappen ...?
Het wetsvoorstel regelt dat de publieke staartlasten van werkgevers die na 1 juli
2015 uit de WGA-verzekering van UWV stappen, hun publieke staartlasten vanaf 1 januari
2017 niet meer zelf hoeven te financieren, maar dat deze vanuit het staartlastenvermogen
in de Werkhervattingskas gefinancierd worden. Het totale bedrag aan potentiële staartlasten
voor zowel de WGA-vast als -flex bedraagt € 3,8 miljard. Het risico bedraagt dus ook
maximaal € 3,8 miljard.
Zoals ik tijdens de plenaire behandeling heb aangegeven, is al geregeld dat eigenrisicodragers
die bij de koppeling van de WGA-vast en -flex eigenrisicodrager blijven of worden,
hun publieke staartlasten voor de WGA-flex niet zelf hoeven te financieren (Stb. 2013, 555). Een deel van het financiële risico komt voort uit die maatregel en is daarmee dus
niet nieuw.
Daarnaast betreft het risico van € 3,8 miljard een cumulatief effect over de volledige uitloopperiode. Dat wil zeggen dat deze lasten in de periode van 2017 tot en met 20292 theoretisch kunnen optellen tot € 3,8 miljard. Het volledige risico treedt dus ook
niet ineens op maar over meerdere jaren verspreid.
Van belang is ook hoe waarschijnlijk het is dat alle publiek verzekerde werkgevers
daadwerkelijk massaal de publieke verzekering zullen verlaten. Veel publieke verzekerde
werkgevers hebben een premie die nog opbouwt omdat hun premie gebaseerd is op hun
historische publieke WGA-lasten3. Deze premie is veelal nog lager dan de premie voor een private verzekering. Zolang
deze werkgevers nog in de opbouwfase zitten is onwaarschijnlijk dat zij overstappen
naar een private verzekeraar.
Ook is onderdeel van de maatregelen dat werkgevers geen toestemming krijgen om eigenrisicodrager
te worden als zij niet tenminste drie jaar publiek verzekerd zijn. Deze maatregel
heeft tot gevolg dat werkgevers niet meteen de publieke verzekering kunnen verlaten.
Ook dit vermindert het risico dat werkgevers massaal de publieke verzekering verlaten.
Al met al constateer ik dat de kans dat het volledige risico zich voordoet erg klein
is, en dat – voor zover het risico zich voordoet – het zich uitspreidt over meerdere
jaren. Er is sprake van een beheersbaar risico. Allereerst staat tegenover het maximale
risico van € 3,8 miljard een buffer van € 1,5 miljard. Daarnaast zal ik, zoals ik
reeds heb toegezegd, de ontwikkeling van de hybride WGA-markt nauwgezet monitoren.
Daardoor kan ik tijdig ingrijpen en indien nodig extra maatregelen nemen ter verbetering
van de hybride markt of van de lastenkaders.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher