34 325 Voorstel van wet van het lid Karabulut tot wijziging van de Participatiewet en enkele andere wetten in verband met de invoering van een verdringingstoets (Wet verdringingstoets)

Nr. 11 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 21 februari 2017

Hierbij bied ik uw Kamer de reactie van het kabinet aan op de tweede nota van wijziging1 horende bij de initiatiefwet verdringingstoets (Kamerstuk 34 325). De initiatiefwet heeft als doel om verdringing tegen te gaan. Daartoe definieert de initiatiefnemer verdringing en wordt een verdringingstoets verplicht gesteld.

Tijdens de behandeling van het initiatiefwetsvoorstel door uw Kamer op 14 februari jl. heb ik de zienswijze van het kabinet op het wetsvoorstel geschetst (Handelingen II 2016/17, nr. 52, debat Wet verdringingstoets). Ik heb onderschreven dat verdringing moet worden vermeden.

Het wetsvoorstel maakt het moeilijker om mensen terug te leiden naar de arbeidsmarkt, doordat effectieve re-integratie instrumenten geheel of gedeeltelijk worden geblokkeerd. Het kabinet deelt het oordeel van de Raad van State dat de initiatiefwet prematuur is. Zoals de VNG aangeeft, borgen gemeenten het tegengaan van verdringing op uiteenlopende manieren. De beleidsvorming en het toezicht op de uitvoering horen plaats te vinden in de lokale politiek. Het wetsvoorstel beperkt de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor de uitvoering en de controlerende taak van de gemeenteraad.

Wat het kabinet betreft leidt de tweede nota van wijziging tot een verbetering van het wetsvoorstel, maar neemt het bovenstaande bezwaren onvoldoende weg. Daarom blijft het kabinet bij het ontraden van het initiatiefwetsvoorstel.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. Klijnsma


X Noot
1

Kamerstuk 34 325, nr. 10.

Naar boven