Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 april 2016
In antwoord op het verzoek van de vaste commissie voor de Economische Zaken d.d. 7 april
2016, ontvangt u hierbij de antwoorden op de door de commissie gestelde vragen over
het aandeel weidende koeien in Nederland.
1
Hoe verhoudt de ambitie van de sector zich tot de ambitie van de Staatssecretaris?
Antwoord
In 2012 is op initiatief van de Duurzame Zuivelketen (NZO en LTO) het Convenant Weidegang
afgesloten. Inmiddels hebben zich 66 partijen bij dit Convenant aangesloten (waaronder
melkveehouders, veevoerleveranciers, zuivelondernemingen, supermarkten, maatschappelijke
organisaties en overheid). De ambitie van de Convenantspartijen is om zoveel mogelijk
koeien weidegang te bieden en ten minste terug te keren naar het niveau van 2012:
81,2% van het aantal bedrijven, met een verdeling van 73,6% volledige weidegang en
7,6% deelweidegang. Ook vanuit het kabinet is de inzet om zo veel mogelijk koeien
weidegang te bieden en hier met alle betrokken partijen gezamenlijk op in te zetten.
Bij het formuleren van de ambitie van het kabinet is uitgegaan van de gegevens zoals
deze jaarlijks door het CBS worden gepubliceerd, namelijk het aantal koeien dat weidegang
heeft. In mijn brief van 3 maart 2016 (Kamerstuk 34 313, nr. 2) heb ik aangegeven dat de ambitie van kabinet is dat het aandeel koeien met weidegang
toeneemt van bijna 70% nu naar 80% in 2020. Het kabinet zal jaarlijks de gegevens
met betrekking tot weidegang beoordelen om te bezien of het ambitieniveau van 80%
koeien met weidegang binnen bereik komt. Zo nodig zal het kabinet opnieuw in overleg
treden met de convenantspartijen om te bezien welke aanvullende maatregelen nodig zijn.
2
Welke maatregelen worden ingezet voor de ambitie van de Staatssecretaris?
Antwoord
Ik verwijs u hiervoor naar mijn reactie op de initiatiefnota van de leden Van Gerven,
Grashoff en Koşer Kaya over Wei voor de koe (Kamerstuk 34 313, nr. 2, d.d. 3 maart jl.) waarin ik ben ingegaan op zowel de maatregelen die door het kabinet
worden genomen als de maatregelen die vanuit de sector worden genomen om weidegang
te stimuleren.
3
Hoe vertaalt het NZO-percentage van weidende bedrijven zich naar het CBS percentage
van weidende koeien?
Antwoord
Alhoewel er geen grote verschillen zijn tussen beide percentages, blijkt op basis
van de realisatiecijfers weidegang (Duurzame Zuivelketen en CBS) van de afgelopen
jaren dat het percentage bedrijven met weidegang hoger uitkomt dan het percentage
koeien met weidegang. Zo paste in 2014 70,1% (sectorgegevens) van het aantal melkveebedrijven
volledige weidegang toe. Het CBS stelde vast dat in 2014 69% van de melkkoeien weidegang
had. Een verklaring voor dit verschil is dat kleinere melkveehouderijbedrijven vaker
weiden dan grotere.
4
Telt de NZO in de 78% en in de 81% ook de koeien mee die minder dan 120 dagen per
jaar minimaal 6 uur per dag in de wei staan?
Antwoord
Binnen het Convenant weidegang wordt in het kader van het vermarkten van weidemelk
uitgegaan van de norm van ten minste 120 dagen per kalenderjaar en minimaal 6 uur
per dag. Daarnaast wordt ook deelweidegang gehanteerd, waarbij minimaal 25% van het
rundvee ten minste 120 dagen per jaar in de wei komt. In 2015 paste 78,3% van de melkveebedrijven
(gegevens Duurzame Zuivelketen) een vorm van weidegang toe. Op 69,8% van de bedrijven
liepen alle melkgevende koeien gedurende ten minste 120 dagen per kalenderjaar en
minimaal 6 uur per dag buiten. 8,4% van de melkveehouders paste vorig jaar deelweidegang
toe.
5
Welk percentage van de 69% weidende koeien die het CBS telt in 2014 (70% in 2013),
staat minder dan 120 dagen voor minimaal 6 uur per dag in de wei?
6
Wil de Staatssecretaris alle in Nederland beschikbare gegevens naar de Kamer sturen
over het percentage koeien dat het CBS telt als weidend, maar dat minder dan 120 dagen
per jaar minimaal 6 uur per dag in de wei staat?
Antwoord op 5 en 6
Van het totaal aantal door het CBS geregistreerde melkkoeien met weidegang voldoet
6% niet aan de norm van 120 dagen per jaar en minimaal 6 uur per dag. Een deel van
deze koeien heeft wel meer dan 720 uur per jaar weidegang (minder dan 120 dagen of
minder dan 6 uren). Ik verwijs u tevens naar tabel in de bijlage «Beweiding van melkkoeien
naar totaal aantal dagen met beweiding en gemiddeld aantal uur weiden per etmaal,
2014»1.
De Staatssecretaris van Economische Zaken,
M.H.P. van Dam