Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201634311 nr. 3

34 311 Initiatiefnota van de leden Van Laar en Kerstens: «Eerlijk werk wereldwijd»

Nr. 3 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 18 november 2015

Hierbij bied ik u de reactie aan op het verzoek van de algemene commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 15 oktober 2015 inzake een kabinetsreactie op de initiatiefnota van de leden Van Laar en Kerstens «Eerlijk werk wereldwijd» (Kamerstuk 34 311).

Tevens kom ik in deze reactie tegemoet aan mijn toezegging van 9 maart 2015 (Kamerstuk 33 963, nr. 6) u nader te informeren over de effectiviteit van het Nederlandse beleid inzake leefbaar loon.1

De initiatiefnota is ondersteunend aan het kabinetsbeleid. Het creëren van banen met een leefbaar loon en onder goede omstandigheden is een centrale doelstelling in het beleid voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en draagt bij aan de verwezenlijking van de Global Goals. Zoals de initiatiefnota aangeeft, lopen het kabinet en de Nederlandse sociale partners hierin internationaal voorop. De nota beschrijft in hoofdstuk 2 een aantal sprekende voorbeelden van Nederlandse initiatieven op het gebied van eerlijk werk. Maar er is nog veel te doen en extra inspanningen zijn nodig, aldus de initiatiefnemers van de nota. Het kabinet onderschrijft deze stelling.

De brief aan de Kamer (Kamerstuk 33 625, nr. 187) over de laatste ontwikkelingen in de verduurzaming van de textielsector beschrijft de resultaten van de Nederlandse inspanningen in Bangladesh. Deze ervaringen zijn uiteraard ook waardevol voor andere sectoren. De strategische partners waarmee Nederland werkt aan de verduurzaming van handelsketens nemen de lessen ook in hun programma’s mee. Een aantal van deze strategische partnerschappen staat in het teken van «samenspraak en tegenspraak». De organisaties worden mede gesteund om misstanden in de ketens op te sporen en aanhangig te maken, zoals de nota aanbeveelt.

Een grotere betrokkenheid van de Europese Unie bij het realiseren van de eerlijk werk agenda is essentieel. Nederland zal het aankomende EU-voorzitterschap aangrijpen om verduurzaming van mondiale handelsketens te agenderen. De door Nederland georganiseerde conferentie «EU and Global Value Chains» op 7 december is onder andere gericht op het beter en vaker inzetten van EU instrumenten voor de verduurzaming van ketens, inclusief bevordering van eerlijk werk.

In de Initiatiefnota wordt het voorstel gedaan om bij het indienen van aanvragen bij het Dutch Good Growth Fund (DGGF) voorrang te geven aan bedrijven die werk scheppen voor mensen met een beperking. Zonder dit als een harde voorwaarde te stellen, worden mensen met een beperking in de praktijk met het DGGF bereikt. Om in aanmerking te komen voor DGGF worden bedrijven beoordeeld op de kwaliteit van het bedrijfsplan en op de mate van ontwikkelingsrelevantie in termen van banencreatie, productiviteit en kennisoverdracht. Dit gebeurt ongeacht of het een project betreft met mensen met een beperking of niet.

Ontwikkelingsrelevantie in DGGF

Op basis van de eerste goedgekeurde aanvragen vanuit het DGGF wordt een Nederlandse ondernemer gefinancierd die in zijn snijbloemkwekerij in Ethiopië vijf doofstomme medewerkers in dienst heeft. Om hen goed te kunnen instrueren heeft de betreffende ondernemer een medewerker in dienst genomen die gebarentaal kent. De Nederlandse ondernemer ondersteunt tevens een lokale NGO die tot doel heeft om doofstomme mensen aan het werk te helpen. Bedrijven met een inclusief business plan zijn zeer welkom om een aanvraag in te dienen voor het DGGF.

Leefbaar loon

Leefbaar loon is een essentieel element in de strijd tegen armoede en vergt inspanningen op nationaal en internationaal niveau. Het realiseren van leefbaar loon in ontwikkelingslanden is een lange termijn proces met veel belanghebbenden. Zowel op nationaal niveau (wettelijk minimumloon), sectoraal niveau (cao) als op bedrijfsniveau liggen aangrijpingspunten voor sociale dialoog. Een minimumloon op het niveau van een leefbaar loon is primair de verantwoordelijkheid van de overheid. De realiteit is echter dat er in ontwikkelingslanden een groot verschil is tussen het wettelijk minimum loon (indien vastgesteld) en het leefbare loon. Onder andere in Bangladesh is gebleken dat de internationale merken negatieve én positieve invloed kunnen uitoefenen. De inkopende partijen kunnen een positieve rol spelen door de overheid en de producenten te verzekeren dat ze – ondanks een verhoging van de kostprijs als gevolg van loonsverhoging – zullen blijven afnemen in het betreffende land. Zij kunnen zich ook inzetten voor vakbondsvrijheid. Sterke vakbonden zijn onmisbaar in het bewerkstelligen van leefbaar loon.

Het kabinet vergroot de effectiviteit van zijn inspanningen voor leefbaar loon door in te zetten op verschillende spelers en niveaus. Nederland draagt bij door 1) het bieden van een platform voor dialoog en afspraken tussen internationale stakeholders, 2) het ondersteunen van de sociale dialoog en handhaving in producerende landen en 3) het maken van afspraken met stakeholders in Nederland.

Dialoog internationale stakeholders

Op 10 november jl. sprak ik met 22 Nederlandse en internationale bedrijven en NGO’s actief in de agri-voedsel ketens over hun bijdrage aan het realiseren van leefbaar loon en leefbaar inkomen in ontwikkelingslanden. Uit de levendige discussie bleek het commitment van aanwezige partijen. Ook werd duidelijk dat ketenpartijen in een aantal productielanden veelbelovende initiatieven zijn gestart. Zo zijn in de theesector in Malawi de betrokken stakeholders bijeen gekomen om afspraken te maken over arbeidsomstandigheden en leefbaar loon.

Leefbaar loon in theesector Malawi

Doel van het project: Malawi Tea 2020 Revitalization Programme draagt bij aan een competitieve thee industrie in Malawi waar uiterlijk in 2020 werknemers (m.n. theepluksters) een leefbaar loon ontvangen en kleine boeren een leefbaar inkomen verdienen. Het Initiatief Duurzame Handel (IDH) werkt met andere partijen aan een model waarbij hogere lonen voor werknemers en inkomsten voor kleine boeren mede worden gefinancierd uit hogere opbrengsten. Hiertoe is een Living Wage Supply Chain MOU afgesloten met thee producenten, handelaren, inkopers, retail, overheid van Malawi, NGO’s, vakbonden en ontwikkelingsorganisaties.

Nederland en Duitsland bieden een belangrijk platform met de organisatie van de Asian Living Wage Conference (ALWC). De conferentie is een vervolg op de conferentie over leefbaar loon in Berlijn in 2013. Begin 2016 komen in Pakistan overheden, vakbonden, werkgevers en internationale kledingmerken bijeen uit acht Aziatische productielanden. Ze bespreken gezamenlijke strategieën, die moeten leiden tot een concreet actieplan gericht op leefbaar loon in de textielsector. Ter voorbereiding van de conferentie wordt een onderzoek gedaan naar de resultaten die zijn behaald sinds Berlijn. De lessen worden meegenomen in de ALWC. Het Buyers Forum in Pakistan, gelanceerd in 2014 met de Pakistaanse overheid, producenten en inkopende kledingmerken, kan een belangrijke rol spelen in de follow-up van de conferentie.

ACT Groep

Overheden en lokale werkgevers vrezen dat loonsverhoging hun exportpositie aantast. Internationale merken dienen de uitkomst van de sociale dialoog over leefbaar loon te respecteren en hun inkoop niet te verplaatsen naar landen met lagere lonen. Een veelbelovend initiatief dat voortkwam uit de Berlijn-conferentie is de ACT Groep (Action, Collaboration, Transformation). Deze groep van internationale merken, waaronder H&M, C&A en Primark, heeft ‘enabling principles on living wages’ met de internationale vakbond IndustriAll afgesproken. De kledingmerken van ACT richten zich per productieland tot overheden en sociale partners, zoals voor het eerst in september 2015 in Cambodja.

Ondersteunen sociale dialoog

In de producerende landen steunt Nederland verschillende projecten en programma’s van FNV & CNV, Solidaridad, de Clean Clothes Campaign en de Fair Wear Foundation die zijn gericht op het verbeteren van een sociale dialoog over, en vaststelling en handhaving van leefbaar loon.

Afspraken over leefbaar loon

Het Vakbondsmedefinancieringsprogramma VMP (van CNV en FNV) steunt vakbonden in ontwikkelingslanden. In Indonesië realiseerden de vakbonden in 2014 afspraken over leefbaar loon in 145 cao’s.

Daarnaast is de internationale arbeidsorganisatie (ILO) een belangrijke samenwerkingspartner. Nederland steunt de «Decent Work»-agenda van ILO en draagt via het partnerschapsprogramma met ILO bij aan de verbetering van arbeidsomstandigheden. Onderdeel hiervan is het ILO «Better Work»-programma dat werkt aan concrete verbetertrajecten voor arbeidsomstandigheden in de textielsector in een achttal landen.

Eerste stappen richting leefbaar loon in Bangladesh

Soms kunnen relatief kleine interventies een belangrijke ontwikkeling in gang zetten. In 2013 heeft Nederland een studie gefinancierd naar leefbaar loon in de textielsector van Bangladesh. Deze studie voedde de discussie die in december 2013 leidde tot een verhoging van het minimumloon in de kledingindustrie met 77%. Niet eerder werd in Bangladesh de verhoging van lonen besproken in de context van leefbaar loon.

Afspraken met Nederlandse stakeholders

In Nederland is leefbaar loon een belangrijk thema binnen het Nederlandse IMVO-convenantenproces. Het Nationaal Contact Punt organiseerde eind oktober 2015 een conferentie over leefbaar loon in de elektronica sector en de voedingsmiddelenindustrie. Beide sectoren zetten in op leefbaar loonafspraken in het kader van de nog te sluiten IMVO-convenanten. En niet onbelangrijk: de overheid hanteert afspraken over leefbaar loon bij het duurzaam inkopen.

Goede arbeidsomstandigheden en leefbaar loon zijn cruciaal voor het behalen van doelstellingen van het Nederlandse beleid voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. De initiatiefnota van de leden Van Laar en Kerstens is een aanmoediging om op de ingeslagen weg door te gaan en de inspanningen waar mogelijk te intensiveren.

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, E.M.J. Ploumen


X Noot
1

Deze toezegging volgt uit het overleg met de algemene commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie en de vaste commissie voor Economische Zaken over de Initiatiefnota van het lid Van Laar over het verbieden van producten gerelateerd aan kinderarbeid (Kamerstuk 33 963).