Klacht
Verzoeker, een fiscale eenheid van bouwbedrijven, beklaagt zich over de afwijzing
van suppletie aangifte omzetbelasting voor het jaar 2009 door de inspecteur van de
Belastingdienst omdat het verzoek te laat zou zijn ingediend.
Naar aanleiding van dit verzoek heeft de Staatssecretaris van Financiën inlichtingen
verstrekt aan de commissie.
Feiten
Verzoeker heeft op 31 december 2014 een suppletie aangifte omzetbelasting voor het
jaar 2009 ingediend en daarbij – onder toepassing van artikel 65 Algemene wet inzake
rijksbelastingen – verzocht om verlening van teruggaaf. De inspecteur heeft dit verzoek
afgewezen, omdat het pas op 5 januari 2015 door de Belastingdienst werd ontvangen.
Op grond van het Besluit fiscaal bestuursrecht (par. 21, ond.9) kan geen aanspraak
op ambtshalve verlening van teruggaaf van belastingen worden gemaakt, indien vijf
jaar zijn verstreken na het einde van het belastingjaar waarop de teruggaaf betrekking
heeft, in dit geval dus uiterlijk 31 december 2014. Verzoeker is van mening dat zijn
suppletie wel tijdig is ingediend onder verwijzing naar artikel 6:9, tweede lid, van
de Algemene wet bestuursrecht, volgens welke een bezwaar- of beroepschrift geacht
wordt tijdig te zijn ingediend, indien het voor het einde van de termijn ter post
is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen,
de zogenaamde gemitigeerde verzendtheorie.
Overwegingen
Volgens de Staatssecretaris is uit nader onderzoek gebleken dat de Belastingdienst
in het onderhavige geval niet in overeenstemming heeft gehandeld met de op dat moment
geldende instructie, namelijk dat de gemitigeerde verzendtheorie in het voorkomende
geval wel toegepast had moeten worden bij de beoordeling van de tijdigheid ervan.
De inspecteur zal het verzoek om ambtshalve verlening van teruggaaf alsnog inhoudelijk
beoordelen. De staatsecretaris voegt er wel aan toe dat inmiddels weer de ontvangsttheorie
wordt toegepast bij de beoordeling van de tijdigheid van een verzoek om teruggaaf
via de suppletie aangifte; de gemitigeerde verzendtheorie geldt uitsluitend bij de
beoordeling van de tijdigheid van bezwaarschriften die per post worden ingediend.
Oordeel van de commissie3
De commissie is van oordeel dat het standpunt van de Staatssecretaris kan worden gevolgd.
Voorstel aan de Kamer
Er is geen aanleiding om de Kamer een voorstel te doen.
De voorzitter van de commissie, Neppérus
De griffier van de commissie, Roovers