34 307 Verslagen van de commissie voor de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven

Nr. 8 VERSLAG OVER HET VERZOEKSCHRIFT1 VAN VAN E. BV/S. BV TE B.2 HOUDENDE EEN KLACHT OVER DE AFWIJZING VAN SUPPLETIE AANGIFTE OMZETBELASTING

Vastgesteld 5 november 2015

Klacht

Verzoeker, een fiscale eenheid van bouwbedrijven, beklaagt zich over de afwijzing van suppletie aangifte omzetbelasting voor het jaar 2009 door de inspecteur van de Belastingdienst omdat het verzoek te laat zou zijn ingediend.

Naar aanleiding van dit verzoek heeft de Staatssecretaris van Financiën inlichtingen verstrekt aan de commissie.

Feiten

Verzoeker heeft op 31 december 2014 een suppletie aangifte omzetbelasting voor het jaar 2009 ingediend en daarbij – onder toepassing van artikel 65 Algemene wet inzake rijksbelastingen – verzocht om verlening van teruggaaf. De inspecteur heeft dit verzoek afgewezen, omdat het pas op 5 januari 2015 door de Belastingdienst werd ontvangen. Op grond van het Besluit fiscaal bestuursrecht (par. 21, ond.9) kan geen aanspraak op ambtshalve verlening van teruggaaf van belastingen worden gemaakt, indien vijf jaar zijn verstreken na het einde van het belastingjaar waarop de teruggaaf betrekking heeft, in dit geval dus uiterlijk 31 december 2014. Verzoeker is van mening dat zijn suppletie wel tijdig is ingediend onder verwijzing naar artikel 6:9, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, volgens welke een bezwaar- of beroepschrift geacht wordt tijdig te zijn ingediend, indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen, de zogenaamde gemitigeerde verzendtheorie.

Overwegingen

Volgens de Staatssecretaris is uit nader onderzoek gebleken dat de Belastingdienst in het onderhavige geval niet in overeenstemming heeft gehandeld met de op dat moment geldende instructie, namelijk dat de gemitigeerde verzendtheorie in het voorkomende geval wel toegepast had moeten worden bij de beoordeling van de tijdigheid ervan. De inspecteur zal het verzoek om ambtshalve verlening van teruggaaf alsnog inhoudelijk beoordelen. De staatsecretaris voegt er wel aan toe dat inmiddels weer de ontvangsttheorie wordt toegepast bij de beoordeling van de tijdigheid van een verzoek om teruggaaf via de suppletie aangifte; de gemitigeerde verzendtheorie geldt uitsluitend bij de beoordeling van de tijdigheid van bezwaarschriften die per post worden ingediend.

Oordeel van de commissie3

De commissie is van oordeel dat het standpunt van de Staatssecretaris kan worden gevolgd.

Voorstel aan de Kamer

Er is geen aanleiding om de Kamer een voorstel te doen.

De voorzitter van de commissie, Neppérus

De griffier van de commissie, Roovers


X Noot
1

Dit adres en de stukken welke de commissie bij haar onderzoek ten dienste hebben gestaan, liggen op het commissiesecretariaat Verzoekschriften, Lange Poten 4, Den Haag, ter inzage van de leden.

X Noot
2

Naam en adres van verzoeker zijn de commissie bekend.

X Noot
3

De commissie bestaat uit de leden: Neppérus (voorzitter) (VVD), Jacobi (PvdA), Van Raak (SP), Schouw (D66), Helder (PVV), Bruins Slot (CDA), Klein (Klein), Dik-Faber (CU), Van der Linde (VVD) en de plaatsvervangend leden Van Oosten (VVD), Van Nispen (SP), Berndsen-Jansen (D66), Krol (50PLUS) en De Caluwé (VVD).

Naar boven