34 307 Verslagen van de commissie voor de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven

Nr. 1 VERSLAG OVER HET VERZOEKSCHRIFT1 VAN T. BV TE L.2 BETREFFENDE EEN AFWIJZING VAN EEN VERZOEK OM SCHADEVERGOEDING DOOR DE BELASTINGDIENST/DOUANE

Vastgesteld 24 september 2015

Klacht

Verzoeker, een firma die handelt in speelgoed, vraagt om heroverweging van de beslissing van de Belastingdienst/Douane tot afwijzing van zijn verzoek om schadevergoeding in verband met de bestreden hoogte van de opgelegde douanerechten.

Naar aanleiding van dit verzoek heeft de Staatssecretaris van Financiën inlichtingen verstrekt aan de commissie.

Feiten

Naar aanleiding van een zogenaamde controle na invoer ontvangt de firma in juni 2012 een uitnodiging tot betaling van Douanerechten (UTB’s). In reactie hierop dient de zaakgelastigde namens de firma vier bezwaarschriften in tegen de UTB’s en verzoekt hij bij brief van 5 september 2012 om een vergoeding van de financiële schade die belanghebbende zou hebben belopen als gevolg van de nacontrole en de opgelegde UTB’s. In de tussentijd heeft de Douane reeds ambthalve verminderingen doorgevoerd, van circa € 163.000 naar € 28.000, om reden dat er onduidelijkheid bestond over de indeling van goederen waarvoor met elkaar conflicterende bindende tariefinlichtingen (BTI’s) waren afgegeven. Bij brief van 26 november 2012 is het verzoek om schadevergoeding door de Douane afgewezen. In de volgende 1,5 jaar vindt er nog enkele malen afstemming tussen verzoeker en Douane plaats over de rijkwijdte van het geschil. Eind juli 2014 volgt de uitspraak op bezwaar, waarbij aan verzoeker een forfaitaire vergoeding van de bezwaarkosten wordt toegekend ad € 364,50 op basis van artikel 7:15 Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit bedrag staat in geen verhouding tot de door verzoeker geclaimde «integrale» kostenvergoeding van ruim € 30.000, waarvan circa € 11.000 aan interne kosten en € 19.000 voor de externe adviseur.

Overwegingen

In antwoord op een verzoek van de commissie om inlichtingen schrijft de Staatssecretaris van oordeel te zijn dat verzoeker het geschil over de integrale kostenvergoeding aan de bestuursrechter had moeten voorleggen door in beroep te gaan tegen de uitspraak op bezwaar. Hij merkt op dat de tariefindeling van goederen veelal gecompliceerd maatwerk is. Artikel 7:15 Awb voorziet in een forfaitaire vergoeding van kosten als gevolg van het herroepen van een bestreden besluit (i.c. UTB’s) wegens een aan de Inspecteur te wijten onrechtmatigheid; slechts bij uitzondering kan een verzoek om integrale kostenvergoeding worden gehonoreerd. De bewindsman trekt in de onderhavige casus de conclusie dat het verzoek om schadevergoeding terecht is afgewezen. Echter, in dit specifieke geval is verzoeker door een omissie van de Douane gewezen op de mogelijkheid om heroverweging van het verzoek voor te leggen aan de Commissie voor de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven. Aangezien het Ministerie heeft nagelaten tijdig op het verzoekschrift te beslissen, is de Staatssecretaris bereid, uit proces-econnomische overwegingen, ter voorkoming van het indienden van beroep dan wel het entameren van een civiele procedure, het bedrag van de gestelde kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand van circa € 19.000 te betalen.

Oordeel van de commissie3

De commissie heeft met instemming kennisgenomen van het feit dat de Staatssecretaris met verzoeker tot overeenstemming is gekomen over de vergoeding van de geclaimde kosten en dat de door de Staatssecretaris aangeboden excuses voor de vertraging van de afhandeling door verzoeker zijn aanvaard.

Voorstel aan de Kamer

Er is geen aanleiding om de Kamer een voorstel te doen.

De voorzitter van de commissie, Neppérus

De griffier van de commissie, Roovers


X Noot
1

Dit adres en de stukken welke de commissie bij haar onderzoek ten dienste hebben gestaan, liggen op het commissiesecretariaat Verzoekschriften, Lange Poten 4, Den Haag, ter inzage van de leden.

X Noot
2

Naam en adres van verzoeker zijn de commissie bekend.

X Noot
3

De commissie bestaat uit de leden: Neppérus (voorzitter) (VVD), Jacobi (PvdA), Van Raak (SP), Schouw (D66), Helder (PVV), Bruins Slot (CDA), Klein (Klein), Dik-Faber (CU), Van der Linde (VVD) en de plaatsvervangend leden Van Oosten (VVD), Van Nispen (SP), Berndsen-Jansen (D66), Krol (50PLUS) en De Caluwé (VVD).

Naar boven