Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201634306 nr. 8

34 306 Wijziging van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en de Wet op de dividendbelasting 1965 in verband met de implementatie van aanpassingen in de Moeder-dochterrichtlijn (Wet implementatie wijzigingen Moeder-dochterrichtlijn 2015)

Nr. 8 TWEEDE NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 2 november 2015

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

In het in artikel II opgenomen artikel 1, zevende lid, vierde volzin, van de Wet op de dividendbelasting 1965 wordt de zinsnede «wordt voor de toepassing van deze wet» vervangen door: wordt, indien het hoofddoel of een van de hoofddoelen van het door de coöperatie direct of indirect houden van de aandelen, winstbewijzen of geldleningen het ontgaan van de heffing van dividendbelasting bij een ander is, voor de toepassing van deze wet.

Toelichting

In het voorgestelde artikel 1, zevende lid, van de Wet op de dividendbelasting 1965 wordt in de vierde volzin de verduidelijking aangebracht dat inhouding van dividendbelasting op grond van die volzin alleen aan de orde kan komen in het geval het hoofddoel of een van de hoofddoelen van het gebruik van de coöperatie het ontgaan van de heffing van dividendbelasting bij een ander is. De vierde volzin richt zich op situaties waarbij in ondernemingsstructuren kunstmatig een coöperatie wordt tussengeschoven om een bestaande Nederlandse dividendbelastingclaim te ontgaan.

De Staatssecretaris van Financiën, J.R.V.A. Dijsselbloem