34 302 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2016)

C VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 25 september 2015

De vaste commissie voor Financiën heeft kennisgenomen van de brief van de Staatssecretaris van Financiën van 23 juni 2015 over de afvalstoffenheffing1. Naar aanleiding daarvan heeft zij de Staatssecretaris op 8 juli 2015 een brief gestuurd met enkele vragen die leven bij de CDA-fractie.

De Staatssecretaris heeft op 24 september 2015 gereageerd.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Financiën, Van Dooren

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR FINANCIËN

Aan de Staatssecretaris van Financiën

Den Haag, 8 juli 2015

De vaste commissie voor Financiën heeft met belangstelling kennisgenomen van uw brief van 23 juni 2015 over de afvalstoffenheffing2. Naar aanleiding daarvan legt de commissie u graag nog enkele vragen voor die leven bij de fractie van het CDA.

Het Belastingplan 2015 voorziet in de mogelijkheid om bij algemene maatregel van bestuur bepaalde afvalstoffen bij export van de heffing uit te sluiten. Vanuit Europeesrechtelijk perspectief ligt het in de rede om aan te sluiten bij de vrijstelling in de binnenlandse situatie. Dit levert in de praktijk echter problemen op, zo stelt u in de brief, omdat Nederland in het buitenland niet kan controleren of afvalstoffen al of niet in een installatie voor gemengde afvalstoffen worden verbrand. Hoewel er gezocht wordt naar een oplossing, is deze nog niet in zicht. Dat roept bij de leden van de CDA-fractie de vraag op wanneer die oplossing kan worden verwacht. Mogelijk met ingang van 1 januari 2016? Ook vernemen zij graag met wie over deze problematiek wordt gesproken en hoe gewaarborgd wordt dat de oplossing niet fraudegevoelig is.

Voorts voorziet de wet in de mogelijkheid om het verbranden van zuiveringsslib vrij te stellen op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Deze regeling treedt nog niet in werking, omdat de Europese Commissie nog geen (voorlopig) standpunt heeft ingenomen over de mogelijke staatssteunaspecten van een dergelijke vrijstelling. De leden van de CDA-fractie horen graag in welke fase deze procedure verkeert en op basis van welke argumenten de Nederlandse regering van menig is dat de vrijstelling voor zuiveringsslib geen vorm van staatssteun zou zijn.

De commissie ziet uw reactie met belangstelling tegemoet, bij voorkeur binnen acht weken.

De voorzitter van de vaste commissie voor Financiën, F.H.G. de Grave

BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 24 september 2015

Bij brief van 8 juli 2015 heeft de voorzitter van de vaste commissie voor Financiën mij nog enkele vragen voorgelegd die leven bij de leden van de fractie van het CDA, naar aanleiding van mijn brief van 23 juni over de afvalstoffenbelasting.3

Deze leden vragen allereerst wanneer een oplossing kan worden verwacht voor het probleem dat voor de vrijstelling van afvalstoffenbelasting bij export niet kan worden aangesloten bij de binnenlandse situatie, omdat Nederland in het buitenland niet kan controleren of de afvalstoffen al dan niet in een installatie voor gemengde afvalstoffen worden verbrand. Deze leden vragen in dat verband naar de mogelijkheid van een oplossing met ingang van 1 januari 2016, en voorts met wie over deze problematiek wordt gesproken en welke waarborg er is tegen fraudegevoeligheid.

In mijn brief heb ik aangegeven dat wordt onderzocht of aan de hand van de beschikking van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) aan de exporteur kan worden aangesloten bij de aard van de afvalstoffen waarvoor toestemming wordt verleend tot overbrenging naar het buitenland. Hierover wordt door het Ministerie van Financiën en het Ministerie van Infrastructuur en Milieu op ambtelijk niveau nog overleg gevoerd met de betrokken partijen. Naast de Unie van Waterschappen, de Inspectie Leefomgeving en Transport, Rijkswaterstaat en de Belastingdienst zijn daarbij ook de koepelorganisaties van de afvalverwerkende industrie en recyclingbedrijven betrokken. In dit overleg is niet alleen de wenselijkheid en Europese houdbaarheid van een vrijstellingsregeling van belang, maar ook de vraag of zo’n regeling, rekening houdend met het aspect van fraudegevoeligheid, uitvoerbaar en controleerbaar is. Mijn streven is een vrijstellingsregeling in te laten gaan per 1 januari 2016, zo mogelijk met terugwerkende kracht vanaf 1 juli 2015.

Over de mogelijke vrijstelling voor zuiveringsslib vragen de leden van de fractie van het CDA in welke fase het overleg daarover met de Europese Commissie verkeert en op basis van welke argumenten de Nederlandse regering van mening is dat de vrijstelling voor zuiveringsslib geen vorm van staatssteun zou zijn.

De Nederlandse regering heeft op verzoek van de Europese Commissie de vrijstelling van afvalstoffenbelasting voor zuiveringsslib op 17 april 2015 geprenotificeerd met het verzoek te bevestigen dat er geen sprake is van staatssteun in de zin van artikel 107, lid 1 VWEU. De Nederlandse regering is in afwachting van een voorlopig standpunt van de Europese Commissie. Wanneer dit standpunt bekend is zal ik u daarover informeren.

De Staatssecretaris van Financiën, E.D. Wiebes


X Noot
1

Kamerstukken I 2014–2015, 34 002, P.

X Noot
2

Kamerstukken I 2014–2015, 34 002, P.

X Noot
3

Kamerstukken I 2014–2015, 34 002, P.

Naar boven