34 302 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2016)

N BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIEN

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 januari 2016

In vervolg op mijn brieven over de afvalstoffenbelasting van 23 juni 2015 en 24 september 2015 informeer ik u graag over de ontwikkelingen rond de afvalstoffenbelasting.

Recent is duidelijkheid verkregen over de Europese houdbaarheid van de bij amendement in het Belastingplan 2015 opgenomen vrijstelling van afvalstoffenbelasting voor zuiveringsslib. De betrokken dienst van de Europese Commissie heeft op basis van de verstrekte informatie in een voorlopig standpunt geconcludeerd dat deze maatregel geen staatssteun lijkt te zijn, omdat hij past binnen de aard en opzet van de afvalstoffenbelasting. De prenotificatieprocedure is hiermee afgerond en de maatregel hoeft niet genotificeerd te worden.

Gezien deze uitkomst zal het onderdeel van het Belastingplan 2015 waarmee de vrijstelling wordt opgenomen in de Wet belastingen op milieugrondslag op korte termijn bij koninklijk besluit in werking treden, met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2015, de datum waarop de afvalstoffenbelasting is verbreed tot afval dat wordt verbrand. De vrijstelling voor zuiveringsslib dat buiten Nederland wordt verbrand zal nog worden opgenomen in lagere regelgeving, met terugwerkende kracht tot en met 1 jul i 2015, de datum van inwerkingtreding van de exportheffing.

Ook voor andere afvalstromen dan zuiveringsslib geldt het Europeesrechtelijke uitgangspunt dat bij verwerking buiten Nederland niet meer belasting mag worden geheven dan bij verwerking op vergelijkbare wijze in Nederland. Ik verwacht uw Kamer op korte termijn nader te kunnen informeren over de consequenties die dit uitgangspunt heeft voor de heffing van afvalstoffenbelasting bij export.

De Staatssecretaris van Financiën, E.D. Wiebes

Naar boven