Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201634302 nr. 79

34 302 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2016)

Nr. 79 VIERDE NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 16 november 2015

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

1

Artikel I wordt als volgt gewijzigd:

a. De in onderdeel B opgenomen tarieftabel wordt vervangen door:

Bij een belastbaar inkomen uit werk en woning van meer dan

maar niet meer dan

bedraagt de belasting het in kolom III vermelde bedrag, vermeerderd met het bedrag dat wordt berekend door het in kolom IV vermelde percentage te nemen van het gedeelte van het belastbare inkomen uit werk en woning dat het in kolom I vermelde bedrag te boven gaat

I

II

III

IV

€ 19.922

8,40%

€ 19.922

€ 33.715

€ 1.673

12,05%

€ 33.715

€ 66.421

€ 3.335

40,20%

€ 66.421

€ 16.482

52,00%

b. De in onderdeel C opgenomen tarieftabel wordt vervangen door:

Bij een belastbaar inkomen uit werk en woning van meer dan

maar niet meer dan

bedraagt de belasting het in kolom III vermelde bedrag, vermeerderd met het bedrag dat wordt berekend door het in kolom IV vermelde percentage te nemen van het gedeelte van het belastbare inkomen uit werk en woning dat het in kolom I vermelde bedrag te boven gaat

I

II

III

IV

€ 19.922

8,40%

€ 19.922

€ 34.027

€ 1.673

12,05%

€ 34.027

€ 66.421

€ 3.372

40,20%

€ 66.421

€ 16.394

52,00%

c. Na onderdeel C wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

Ca

In artikel 3.42, derde lid, wordt «41,5 percent» vervangen door: 58 percent.

d. In onderdeel G wordt «€ 2.230» vervangen door: € 2.242.

2

Artikel II wordt als volgt gewijzigd:

a. In onderdeel A wordt «0,2%-punt» vervangen door: 0,3%-punt.

b. Na onderdeel G wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

Ga

Het in artikel 8.10, tweede lid, vermelde bedrag wordt verlaagd met € 3.

c. In onderdeel I wordt «€ 222» vervangen door: € 168.

3

Artikel XVII wordt als volgt gewijzigd:

a. De in onderdeel A opgenomen tarieftabel wordt vervangen door:

Bij een belastbaar loon van meer dan

maar niet meer dan

bedraagt de belasting het in kolom III vermelde bedrag, vermeerderd met het bedrag dat wordt berekend door het in kolom IV vermelde percentage te nemen van het gedeelte van het belastbare loon dat het in kolom I vermelde bedrag te boven gaat

I

II

III

IV

€ 19.922

8,40%

€ 19.922

€ 33.715

€ 1.673

12,05%

€ 33.715

€ 66.421

€ 3.335

40,20%

€ 66.421

€ 16.482

52,00%

b. De in onderdeel B opgenomen tarieftabel wordt vervangen door:

Bij een belastbaar loon van meer dan

maar niet meer dan

bedraagt de belasting het in kolom III vermelde bedrag, vermeerderd met het bedrag dat wordt berekend door het in kolom IV vermelde percentage te nemen van het gedeelte van het belastbare loon dat het in kolom I vermelde bedrag te boven gaat

I

II

III

IV

€ 19.922

8,40%

€ 19.922

€ 34.027

€ 1.673

12,05%

€ 34.027

€ 66.421

€ 3.372

40,20%

€ 66.421

€ 16.394

52,00%

c. In onderdeel C wordt «€ 2.230» vervangen door: € 2.242.

4

Artikel XVIII wordt als volgt gewijzigd:

a. In onderdeel A wordt «0,2%-punt» vervangen door:0,3%-punt.

b. Na onderdeel A wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

Aa

Het in artikel 22, tweede lid, vermelde bedrag wordt verlaagd met € 3.

c. In onderdeel C wordt «€ 222» vervangen door: € 168.

5

Artikel XXXV, onderdeel C, wordt als volgt gewijzigd:

a. Voor de tekst van het in dat onderdeel opgenomen artikel 33a van de Successiewet 1956 wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

b. Aan het in dat onderdeel opgenomen artikel 33a van de Successiewet 1956 wordt een lid toegevoegd, luidende:

2. Een verkrijger die in een kalenderjaar de verhoogde vrijstelling, bedoeld in artikel 33, onderdeel 5o, onder c, of onderdeel 7o, slechts gedeeltelijk heeft benut, kan, in afwijking van artikel 33, onderdeel 5o, onderscheidenlijk onderdeel 7o, van dezelfde schenker ontvangen schenkingen ten behoeve van een eigen woning als bedoeld in het eerste lid, tot ten hoogste het onbenutte gedeelte gespreid over een direct op dat kalenderjaar volgende periode van ten hoogste twee kalenderjaren, onder bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden, alsnog ten laste van die verhoogde vrijstelling brengen voor zover de schenkingen plaatsvinden in de periode dat de verkrijger niet ouder dan 39 jaar is en mits ter zake van de schenkingen op de vrijstelling in de aangifte een beroep wordt gedaan.

6

Na artikel XL wordt een artikel ingevoegd, luidende:

ARTIKEL XLA

In de Wet op de accijns wordt met ingang van 1 april 2016 in artikel 35, eerste lid, onderdeel c, het laatstgenoemde bedrag verhoogd met € 13,51.

7

Artikel XLII wordt als volgt gewijzigd:

a. Na onderdeel B wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

Ba

Artikel 59 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel a, eerste aandachtsstreepje, wordt «€ 0,1911» vervangen door: € 0,24310.

2. In het eerste lid, onderdeel c, eerste aandachtsstreepje, wordt «€ 0,1196» vervangen door: € 0,10067.

3. In het derde lid wordt «€ 0,1911» vervangen door: € 0,24310.

b. Onderdeel C wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel 1 wordt «€ 0,1911» vervangen door «€ 0,24310» en wordt «€ 0,20064» vervangen door: € 0,25168.

2. Onderdeel 5 vervalt.

3. In onderdeel 9 wordt «€ 0,1911» vervangen door «€ 0,24310» en wordt «€ 0,20064» vervangen door: € 0,25168.

c. Na onderdeel C wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

Ca

In artikel 60, eerste lid, eerste aandachtsstreepje, wordt «€ 0,03069» vervangen door: € 0,03904.

d. In onderdeel D, onder 1, wordt «€ 0,03069» vervangen door «€ 0,03904» en wordt «€ 0,03222» vervangen door: € 0,04042.

8

Na artikel XLII wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel XLIIA

De Wet belastingen op milieugrondslag wordt met ingang van 1 januari 2017 als volgt gewijzigd:

A

Artikel 64 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het derde lid komt de eerste volzin te luiden:

Vrijstelling van belasting wordt verleend ter zake van de levering van:

  • elektriciteit die wordt gebruikt voor chemische reductie en elektrolytische en metallurgische procedés; en

  • aardgas dat wordt gebruikt voor metallurgische procedés.

2. Na het derde lid wordt, onder vernummering van het vierde tot en met zesde lid tot vijfde tot en met zevende lid, een lid ingevoegd, luidende:

4. Vrijstelling van de belasting wordt verleend ter zake van de levering van aardgas dat wordt gebruikt voor mineralogische procedés.

Als mineralogische procedés worden aangemerkt de vervaardiging van glas en glaswerk, de vervaardiging van keramische producten, de vervaardiging van cement, kalk of gips, de vervaardiging van kalkzandsteen of cellenbeton en de vervaardiging van steenwol.

De vrijstelling voor mineralogische procedés geldt alleen voor de bedrijven die volgens de Standaard Bedrijfsindeling van 21 juli 2008 van het Centraal Bureau voor de Statistiek behoren tot code 23.

3. In het zesde lid (nieuw) wordt «eerste, derde en vierde lid» vervangen door: eerste, derde, vierde en vijfde lid.

B

Artikel 70 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt «artikel 64, derde lid» vervangen door: artikel 64, derde lid, eerste volzin, eerste aandachtsstreepje.

2. In het derde lid wordt «artikel 64, vierde lid» vervangen door: artikel 64, derde lid, eerste volzin, tweede aandachtsstreepje, vierde en vijfde lid.

9

Artikel LII, tweede lid, komt te luiden:

2. In afwijking van het eerste lid treden artikel XLII, onderdelen A, B, C en D, en artikel L in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip en:

a. vinden deze eerst toepassing nadat artikel XLII, onderdelen Ba en Ca, is toegepast; en

b. vinden deze toepassing met ingang van 1 januari van het eerstvolgende kalenderjaar na het tijdstip, bedoeld in de aanhef.

Toelichting

Bij deze nota van wijziging wordt voorzien in een verhoging van het tarief van de tweede en derde schijf van de loon- en inkomstenbelasting. Deze verhoging bedraagt ten opzichte van het basispad dat uit het wetsvoorstel volgt 0,05%-punt per 1 januari 2016 en (inclusief de verhoging van 0,05%-punt per 1 januari 2016) 0,15%-punt per 1 januari 2017.

De budgettaire opbrengst hiervan bedraagt € 66 miljoen in het kalenderjaar 2016 en € 200 miljoen per jaar voor de jaren na 2016.

Daarnaast wordt het maximum van de algemene heffingskorting ten opzichte van het basispad dat uit het wetsvoorstel volgt per 1 januari 2016 verhoogd met € 12 en (ten opzichte van 2016) per 1 januari 2017 verlaagd met € 3.

De budgettaire derving hiervan bedraagt € 120 miljoen in het kalenderjaar 2016 en € 89 miljoen per jaar voor de jaren na 2016.

Ook wordt het voor ouderen met een laag inkomen geldende bedrag van de ouderenkorting ten opzichte van het basispad dat uit het wetsvoorstel volgt per 1 januari 2017 verhoogd met € 54. Hiermee wordt de in het wetsvoorstel opgenomen verlaging deels teruggedraaid.

De budgettaire derving van het verhogen van de ouderenkorting per 2017 bedraagt € 100 miljoen.

Tevens wordt voorzien in een verhoging per 1 januari 2016 van het percentage van de energie-investeringsaftrek (EIA) van 41,5% naar 58%. Door deze verhoging wordt het aantrekkelijker om te investeren in energiebesparende bedrijfsmiddelen.

Voor de EIA geldt op dit moment een aftrekpercentage van 41,5%. Bij dit percentage wordt de belastbare winst verminderd met 41,5% van de waarde van de investering hetgeen bij een vennootschapsbelastingtarief van 25% een voordeel van circa 10% betekent. Nu het aftrekpercentage wordt verhoogd naar 58% betekent dit een voordeel van maximaal 14,5% voor vennootschapsbelastingplichtigen.

Het budget van de EIA wordt hiervoor verhoogd met € 60 miljoen tot € 161 miljoen.

Het wetsvoorstel voorziet erin dat iedereen tussen 18 en 40 jaar vanaf 1 januari 2017 eenmalig per schenker – een familielid of een derde – een schenking van maximaal € 100.000 vrij van schenkbelasting mag ontvangen. Met deze nota van wijziging wordt geregeld dat deze vrijstelling verspreid over drie achtereenvolgende kalenderjaren kan worden benut. De schenking moet worden aangewend voor de eigen woning.

De verkrijger dient in zijn aangifte schenkbelasting in het eerste kalenderjaar van de gespreide schenking een beroep op de verhoogde schenkingsvrijstelling (met automatische spreiding indien de vrijstelling niet volledig wordt benut) te doen. Vervolgens kan het niet-gebruikte deel van de verhoogde vrijstelling in de direct op dat kalenderjaar jaar volgende periode van twee kalenderjaren worden benut, mits daarop voor de betreffende schenkingen in de aangifte een beroep wordt gedaan.

De budgettaire derving van de mogelijkheid tot spreiding over drie achtereenvolgende kalenderjaren bedraagt naar schatting € 7 miljoen.

Voorgesteld wordt ook dat de accijns voor rooktabak met ingang van 1 april 2016 wordt verhoogd met € 13,51 per kilogram.

De budgettaire opbrengst hiervan bedraagt € 58 miljoen in het kalenderjaar 2016 en € 100 miljoen per jaar voor de jaren na 2016.

Met ingang van 1 januari 2016 wordt het reguliere tarief van de eerste schijf in de energiebelasting voor aardgas verhoogd met 5,104 cent per m3 en wordt het tarief voor de glastuinbouw in de eerste schijf voor aardgas verhoogd met 0,820 cent per m3. Het tarief van de eerste schijf voor elektriciteit wordt vervolgens verlaagd met 1,953 cent per kWh. De voornoemde verhoging van het tarief van de eerste schijf voor aardgas heeft een budgettaire opbrengst van € 782 miljoen. De verlaging van hat tarief van de eerste schijf voor elektriciteit leidt tot een budgettaire derving van € 557 miljoen.

Van de resterende opbrengst wordt € 100 miljoen teruggesluisd naar de verhoging van de kinderbijslag en € 100 miljoen naar de verhoging van de kinderopvangtoeslag en wordt € 25 miljoen teruggesluisd naar het bedrijfsleven via een verlaging van de Aof-premie.

Daarnaast wordt met ingang van 1 januari 2017 een vrijstelling inclusief teruggaafmogelijkheid van de energiebelasting voor het gebruik van aardgas voor metallurgische en mineralogische procedés voorgesteld. De introductie van deze vrijstelling inclusief teruggaafmogelijkheid leidt tot een budgettaire derving van € 40 miljoen structureel per jaar.

Omdat de vrijstelling inclusief teruggaafmogelijkheid van de energiebelasting voor het gebruik van aardgas voor metallurgische en mineralogische procedés per 2017 wordt ingevoerd valt in 2016 eenmalig € 40 miljoen vrij die wordt gebruikt om de Aof-premie extra te verlagen.

Uitvoeringskosten Belastingdienst

De maatregelen in deze nota van wijziging leiden tot een toename van uitvoeringskosten bij de Belastingdienst. Deze zijn voor het spreiden van de schenkvrijstelling € 112.000 structureel per jaar, in verband met meer aangiftehandelingen en de noodzaak van meer toezicht en handhaving. Voor de vrijstelling mineralogische en metallurgische processen zijn deze in het eerste jaar € 245.000 en structureel € 190.000, in verband met de nieuwe werkstroom van behandeling van teruggaafverzoeken en het toezicht daarop.

Gevolgen voor bedrijfsleven en burger

Van de in deze nota van wijziging opgenomen maatregelen heeft alleen de maatregel inzake de vrijstelling c.q. teruggaaf van energiebelasting voor het gebruik van aardgas voor metallurgische en mineralogische procedés gevolgen voor de administratieve lasten. Door de werkzaamheden ten behoeve van de realisatie van de vrijstelling (via het energiebedrijf) dan wel de teruggaaf (via de Belastingdienst) zullen de administratieve lasten voor het bedrijfsleven (in casu de energiebedrijven en de bedrijven die gebruik maken van aardgas voor metallurgische en mineralogische procedés) naar schatting toenemen met circa € 250.000 structureel.

De Staatssecretaris van Financiën, E.D. Wiebes

BIJLAGE I

Maatregelen

2016

2017

Aanwending

   

1) Kinderopvangtoeslag

0

100

2) Kinderbijslag

100

100

3) Tog-plus

4

4

4) Ouderenkorting

0

100

5) Energie-investeringsaftrek

60

60

6) Vrijstelling mineralogische en metallurgische industrie

40

7) Schenkingsvrijstelling eigen woning

0

7

8) Algemene heffingskorting

120

89

9) Aof-premie

65

25

     

Totaal

349

525

     

Middelen

   

10) Vergroening

225

225

11) Accijns rooktabak

58

100

12) Minder verlagen tarief tweede en derde schijf

66

200

     

Totaal

349

525