Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201634302 nr. 50

34 302 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2016)

Nr. 50 NADER GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID GRASHOFF TER VERVANGING VAN GEDRUKT ONDER NR. 40

Ontvangen 11 november 2015

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

Na artikel II, onderdeel A, wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

Aa

In artikel 3.42, derde lid, wordt «41,5 percent» vervangen door: 65 percent.

II

Na artikel XLII, onderdeel B, wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

Ba

Artikel 59 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel a, tweede aandachtsstreepje, wordt «€ 0,0677» vervangen door: € 0,07304.

2. In het eerste lid, onderdeel a, derde aandachtsstreepje, wordt «€ 0,0247» vervangen door: € 0,04482.

3. In het eerste lid, onderdeel a, vierde aandachtsstreepje, wordt «€ 0,0118» vervangen door: € 0,02186.

4. In het eerste lid, onderdeel c, derde aandachtsstreepje, wordt «€ 0,0125» vervangen door: € 0,01517.

5. In het eerste lid, onderdeel c, vierde aandachtsstreepje, wordt «€ 0,0010» vervangen door «€ 0,00151» en wordt «€ 0,0005» vervangen door: € 0,00100.

III

Artikel XLII, onderdeel C, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel 2 wordt «€ 0,0677» vervangen door «€ 0,07304» en wordt «€ 0,06954» vervangen door: € 0,07454.

2. In onderdeel 3 wordt «€ 0,0247» vervangen door «€ 0,04482» en wordt «€ 0,02537» vervangen door: € 0,04537.

3. In onderdeel 4 wordt «€ 0,0118» vervangen door «€ 0,02186» en wordt «€ 0,01212» vervangen door: € 0,02212.

4. In onderdeel 7 wordt «€ 0,0125» vervangen door «€ 0,01517» en wordt «€ 0,01331» vervangen door: € 0,01592.

5. In onderdeel 8 wordt «€ 0,0010» vervangen door «€ 0,00151», wordt «€ 0,00107» vervangen door «€ 0,00157», wordt «€ 0,0005» vervangen door «€ 0,00100» en wordt «€ 0,00053» vervangen door: € 0,00103.

IV

Na artikel XLII, onderdeel C, wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

Ca

Artikel 60 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, tweede aandachtsstreepje, wordt «€ 0,02278» vervangen door: € 0,02457.

2. In het eerste lid, derde aandachtsstreepje, wordt «€ 0,0247» vervangen door: € 0,04482.

3. In het eerste lid, vierde aandachtsstreepje, wordt «€ 0,0118» vervangen door: € 0,02186.

V

Artikel XLII, onderdeel D, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel 2 wordt «€ 0,02278» vervangen door «€ 0,02457» en wordt «€ 0,02339» vervangen door: € 0,02507.

2. In onderdeel 3 wordt «€ 0,0247» vervangen door «€ 0,04482» en wordt «€ 0,02537» vervangen door: € 0,04537.

3. In onderdeel 4 wordt «€ 0,0118» vervangen door «€ 0,02186» en wordt «€ 0,01212» vervangen door: € 0,02212.

VI

Na artikel XLII, onderdeel D, wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

Da

Na artikel 60 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 60a

  • 1. In afwijking van artikel 59, eerste lid, onderdeel a, bedraagt het tarief voor aardgas dat wordt geleverd voor gebruik in metallurgische en mineralogische procedés voor aardgas met een bovenste verbrandingswaarde van 35,17 megajoule per Nm3, voor dat gedeelte van de geleverde dan wel verbruikte hoeveelheid per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting dat:

    • hoger is dan 170.000 kubieke meter, maar niet hoger dan 1.000.000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,0695;

    • hoger is dan 1.000.000 kubieke meter, maar niet hoger dan 10.000.000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,0253;

    • hoger is dan 10.000.000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,0121.

  • 2. Als mineralogische procedés worden aangemerkt de vervaardiging van glas en glaswerk, keramische producten, cement, kalk, gips, producten van beton, gips en cement. Het afwijkende tarief voor mineralogische procedés geldt alleen voor de bedrijven die volgens de Standaard Bedrijfsindeling van 21 juli 2008 van het Centraal Bureau voor de Statistiek behoren tot code 23.

  • 3. Bij aardgas met een bovenste verbrandingswaarde die lager of hoger is dan 35,17 megajoule per Nm3, worden de in het eerste lid genoemde tarieven naar evenredigheid verlaagd, onderscheidenlijk verhoogd alsmede de hoeveelheidsgrenzen naar evenredigheid verhoogd onderscheidenlijk verlaagd.

  • 4. Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.

VII

Artikel LII, tweede lid, komt te luiden:

  • 2. In afwijking van het eerste lid treden artikel XLII, onderdelen A, B, C en D, en artikel L in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip en:

    • a. vinden deze eerst toepassing nadat artikel XLII, onderdelen Ba en Ca, is toegepast; en

    • b. vinden deze toepassing met ingang van 1 januari van het eerstvolgende kalenderjaar na het tijdstip, bedoeld in de aanhef.

Toelichting

Het reguliere tarief van de tweede schijf voor aardgas wordt verhoogd met 0,5 cent per m3, ofwel een verhoging van 7,39%. Het tarief van de tweede schijf voor aardgas gebruikt in de glastuinbouw wordt met eenzelfde percentage verhoogd. Het tarief van de derde schijf voor aardgas wordt verhoogd met 2 cent per m3 en het tarief van de vierde schijf voor aardgas wordt verhoogd met 1 cent per m3. Het tarief van de derde schijf voor elektriciteit wordt verhoogd met 0,2609 cent per kWh en het tarief van de vierde schijf voor elektriciteit wordt verhoogd met 0,05 cent per kWh voor zowel het zakelijk als het niet-zakelijk verbruik.

Er wordt een artikel in de Wet belasting op milieugrondslag toegevoegd om de metallurgische en mineralogische sector uit te zonderen van de verhoging. Zodoende ontstaat er een nieuw tarief voor deze sector.

De tariefsverhogingen in combinatie met de vrijstelling leiden tot een totale budgettaire opbrengst van € 184 miljoen. Deze opbrengst wordt teruggesluisd naar de energie-investeringsaftrek (EIA) en de Aof-premies. Er wordt € 84 miljoen teruggesluisd naar de Aof-premies, waarmee deze met ongeveer 0,035% naar 5.875% verlaagd worden. Deze verlaging vindt plaats via een motie. De overige € 100 miljoen wordt teruggesluisd naar de EIA.

Naast het te verwachten gedragseffect van een verhoging van de energiebelasting wordt opname van deze terugsluis bevorderd door een verruiming van de voorwaarden rond de EIA. Deze verruiming zal bestaan uit een verhoging van het aftrekpercentage van de huidige 41.5% naar 65%. Daarnaast zullen voorstellen worden gedaan de regeling zelf te versoepelen, om zodoende de prikkel te vergroten om investeringen voor energiebesparing te doen.

Grashoff