Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201634302 nr. 123

34 302 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2016)

Nr. 123 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 juli 2016

In uw brief van 3 juni jl. heeft u mij het verzoek van de commissie overgebracht voor een brief met de laatste stand van zaken van het beleid i.v.m. ANBI’s en SBBI’s. Dit met het oog op een algemeen overleg dat de commissie met mij wil voeren over ANBI’s en SBBI’s dat gepland staat voor woensdag 7 september a.s.

De informatie waar de commissie naar vraagt en verzocht heeft om tijdig voor het algemeen overleg over te kunnen beschikken, heeft een samenhang met de evaluatie die is gestart van de giftenaftrek, aspecten van de Geefwet, uitvoeringsaspecten van de giftenaftrek en de praktijk rondom ANBI’s en SBBI’s. Het streven is dat deze evaluatie in december 2016 wordt afgerond en januari 2017 naar de Kamer wordt gestuurd.

De toenmalige Staatssecretaris van Financiën heeft tijdens de plenaire behandeling van de wijziging van de Successiewet 1956 in de Eerste Kamer toegezegd de regeling ten aanzien van ANBI’s en SBBI’s na enkele jaren te evalueren.1 De belangrijkste wijziging betrof de invoering van de voorwaarde dat een ANBI uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut dient. Daarna hebben nog enkele andere wijzigingen in het ANBI-regime plaatsgevonden, zoals per 2014 de integriteittoets en de publicatieplicht op internet.

De evaluatie van de giftenaftrek stond gepland voor 2014, maar is uitgesteld naar 2016, zoals vorig jaar ook is aangegeven in de Miljoenennota 2016.2 De reden voor dit uitstel is dat in 2014 nog onvoldoende gegevens beschikbaar waren om de evaluatie zinvol uit te voeren. In dit verband kan gewezen worden op de invoering van de Geefwet in 2012. Onderdeel daarvan is de multiplier voor giften aan culturele instellingen.

Gelet op het voorgaande is de planning van beide evaluaties zodanig aangepast, dat de evaluatie tijdig, maar wel met zoveel mogelijk gegevens uit de aangiften kan worden uitgevoerd. De antwoorden op de vragen die de commissie via u aan mij heeft gesteld, zullen uit de evaluatie moeten komen. Dat betekent dat het voor mij niet mogelijk is om de antwoorden op deze vragen voor 7 september aan de commissie te verstrekken. Om die reden zou ik de commissie in overweging willen geven het voorgenomen algemeen overleg van 7 september te houden zodra de evaluatie is afgerond, dan wel om dit overleg te koppelen aan de behandeling van de evaluatie door de Kamer. Het beantwoorden van de door de commissie in uw brief van 3 juni gestelde vragen zal in de evaluatie expliciet worden meegenomen.

De Staatssecretaris van Financiën, E.D. Wiebes


X Noot
1

Handelingen I 2009/10, nr. 10, blz. 456

X Noot
2

Internetbijlagen Miljoenennota 2016, pagina 176. Zie ook de uitleg in brief aan Eerste Kamer, Kamerstuk 34 002, O.