Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201634300-XVI nr. 167

34 300 XVI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2016

Nr. 167 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 7 juli 2016

Hierbij stuur ik u het IGZ rapport «Het Resultaat Telt particuliere klinieken 2014»1.

Het is de zevende keer dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg, hierna de inspectie, rapporteert over de resultaten op de kwaliteitsindicatoren particuliere klinieken van het betreffende verslagjaar. Sinds 2008 ontwikkelt de inspectie jaarlijks een Basisset Particuliere Klinieken in samenwerking met de Federatie van Medisch Specialisten, wetenschappelijke verenigingen en de brancheorganisatie Zelfstandige Klinieken Nederland (ZKN). De inspectie gebruikt de indicatorenset voor risicobeoordeling: bij welke klinieken is inspectiebezoek aangewezen en welke zorgprocessen vragen extra aandacht. De inspectie benadrukt dat de risico-indicatoren en de resultaten voor de zorgaanbieders zelf van groot belang zijn zodat zij kunnen sturen op risico’s en op zorgprocessen. Zonder deze gegevens kent de bestuurder de risico’s van zijn instelling niet en kan dus ook geen verbeteringen bewerkstelligen. In het onderzoek van de inspectie over het jaar 2014 zijn in totaal 324 klinieken en 50 medisch diagnostische centra betrokken.

De IGZ geeft aan dat het rapport «Het Resultaat Telt particuliere klinieken 2014» dit jaar iets later is dan voorgaande jaren. Hier heeft de IGZ voor gekozen omdat prioriteit is gegeven aan de publicatie van het rapport «toezicht particuliere klinieken 2014: de schouders eronder» welke ik op 18 maart 2016 aan uw kamer heb gestuurd (Kamerstuk 34 300 XVI, nr. 156). De IGZ is voornemens dit jaar beide rapporten van Het Resultaat Telt 2015, ziekenhuizen en particuliere klinieken, tegelijk te publiceren.

Bevindingen

De inspectie concludeert dat het steeds beter gaat met de kwaliteit van zorg in de particuliere klinieken maar dat op belangrijke thema’s nog forse verbeteringen noodzakelijk zijn.

Wat gaat er goed:

  • Het aantal klinieken met een kwaliteitscertificaat (ZKN/NIAZ) blijft stijgen, de teller staat eind 2014 op 80%.

  • Het percentage klinieken dat patiënttevredenheid meet stijgt en is in 2014 89%. De patiënten geven de klinieken gemiddeld een 8.5.

Wat moet beter:

  • Preoperatieve screening van kwetsbare patiënten op zorgzwaarte en BMI alsmede screening op delier (bij mensen van 70 jaar en ouder) is vereist bij het uitvoeren van invasieve ingrepen en wordt lang niet door alle klinieken uitgevoerd.

  • Invasieve ingrepen bij kinderen horen in principe niet thuis in een particuliere kliniek, aldus de inspectie. Veel klinieken (185) geven aan kinderen te behandelen, zonder dat het voor de inspectie duidelijk is of het invasieve behandelingen zijn. Het normenkader voor de behandeling van kinderen in particuliere klinieken waar de inspectie de wetenschappelijke verenigingen om heeft gevraagd is niet beschikbaar.

  • Het registreren van en het controleren op postoperatieve wondinfecties (POWI) na invasieve ingrepen is noodzakelijk. Drieëntwintig van de 260 klinieken die deze ingrepen doen, registreren POWI niet.

  • Een samenwerkingsafspraak met ziekenhuizen is nodig als vangnet bij een complicatie of calamiteit. Al constateert de inspectie op dit punt een verbetering ten opzichte van het jaar 2013, er zijn nog steeds 40 klinieken die geen samenwerkingsafspraak hebben met een ziekenhuis.

  • Registratie van ongeplande heropnames na cosmetische ingrepen is nodig om de kwaliteit van de geleverde zorg te kunnen monitoren. Veertig van de 127 klinieken die aangeven cosmetische ingrepen uit te voeren, registreren geen ongeplande heropnames.

  • Registratie van implantaten is nodig voor de traceerbaarheid ervan. Er zijn nog enkele klinieken die deze registratie niet doen.

  • Enkele klinieken voldoen niet aan de minimumeisen van verantwoorde zorg bij toepassing van anesthesie/sedatie buiten de operatiekamer.

  • In 31 van de 221 klinieken die in 2014 operaties hebben uitgevoerd wordt de time-out procedure niet naar behoren uitgevoerd en vastgelegd.

Reactie

De IGZ heeft naar aanleiding van deze basisset van gegevens een aantal verbeteringen geconstateerd, waaronder het grotere aantal klinieken dat onder het kwaliteitskeurmerk van Zelfstandige Klinieken Nederland (ZKN) valt. Ik moet echter tot mijn spijt constateren dat de inspectie in het verslagjaar 2014 ook een aantal zeer serieuze tekortkomingen constateerde. Het gaat daarbij om (be)handelingen (die worden gedaan of nagelaten) die voor patiënten aanzienlijke risico’s met zich meebrengen of over het omgaan met risicopatiënten. De urgentie om te verbeteren is in mijn ogen dus evident èn hoog.

De inspectie geeft met dit rapport een geaggregeerd overzicht van de sector. De hele sector wordt nu aangesproken – waarbij de werkelijkheid is dat er ook goed presterende klinieken zijn. Voor de patiënt is het belangrijk dat dit soort informatie zo veel mogelijk openbaar wordt, waarbij de informatie daadwerkelijk ondersteunend moet zijn aan het keuzeproces.

Daarom heb ik aan uw Kamer ook de Gezondheidswet aangeboden, waarmee transparantie bij de IGZ de norm wordt. Daarnaast zou ik voor de patiënt ook de huidige geaggregeerde informatie die de IGZ in dit rapport presenteert, op kliniekniveau openbaar willen hebben. zodat in een oogopslag helder is voor de patiënt welke klinieken aan de uitgevraagde indicatoren voldoen en welke klinieken (nog) niet. De IGZ is hierover al in gesprek met de sector om deze gegevens op kliniekniveau openbaar te maken. Ik vind het een goed initiatief van de IGZ en ik roep de sector op om aan deze openbaarmaking mee te werken.

Ik vind het terecht dat de inspectie voorlopig een stringent toezichtbeleid toepast op de zelfstandige klinieken en ik onderschrijf de actieve wijze waarop de inspectie aangeeft te zullen acteren bij die klinieken, waar de zorg niet voldoet aan de minimale vereisten, zoals hierboven benoemd. Dat geldt uiteraard ook wanneer klinieken verbeteringen niet goed en tijdig doorvoeren.

Ik ga er van uit dat alle bestuurders van de klinieken die het betreft zich zeer aangesproken voelen, hun verantwoordelijkheid nemen en de vereiste verbeteringen snel en afdoende realiseren. Zij zijn verantwoordelijk voor de veiligheid van de patiënten die zich toevertrouwen aan de zorg van hun kliniek. Ook roep ik de brancheorganisatie Zelfstandige Klinieken Nederland op om alles te doen dat in hun bereik ligt, om de achterban te stimuleren en te ondersteunen bij het borgen van reeds bereikte resultaten en het verder verbeteren van de zorg inclusief de veiligheid van patiënten.

Tot slot

De verbeteringen zullen, naar ik hoop, zichtbaar worden in de uitkomsten van de «Landelijke monitor vermijdbare zorgschade» die het NIVEL momenteel uitvoert en waarvan we de resultaten eind 2017 tegemoet kunnen zien. Voor het eerst maakt de sector van de particuliere klinieken namelijk deel uit van deze monitor.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I. Schippers


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl