Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201634300-XII nr. 12

34 300 XII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (XII) voor het jaar 2016

Nr. 12 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN DE LEDEN VAN VELDHOVEN EN SMALING TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 8

Ontvangen 29 oktober 2015

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

De begrotingsstaat wordt als volgt gewijzigd:

I

In artikel 24 Handhaving en toezicht worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verhoogd met € 480 (x € 1.000).

II

In artikel 26 Bijdrage Investeringsfondsen worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verlaagd met € 480 (x € 1.000).

III

In de Begrotingsstaat inzake de agentschappen worden bij de Inspectie Leefomgeving en Transport de baten en lasten verhoogd met € 480 (x € 1.000).

IV

In de Begrotingsstaat inzake de agentschappen worden bij Rijkswaterstaat de baten en lasten verlaagd met € 480 (x € 1.000).

Toelichting

In de begroting wordt aangegeven dat de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) ernaar streeft om de taakstelling van Rutte II (1,7 miljoen in 2016) te halen door fte-besparingen (circa 20 fte). Ook wordt in de begroting aangegeven dat de materiële kosten van de ILT dalen t.g.v. krimpende budgetten, en dat hier ook kosten voor middelen t.b.v. de uitvoering van inspectietaken bij horen. Voorts wordt aangegeven dat dit alles zou kunnen zonder af te doen aan de kwaliteit van toezicht. De indiener van dit amendement trekt die verwachting ernstig in twijfel.

De indieners constateren namelijk dat er op korte termijn zelfs extra inspanningen van de ILT worden verwacht ten aanzien van enkele onderdelen van het huidige takenpakket, en dat de ILT er op korte termijn eveneens een aantal extra taken bij krijgt.

De indieners constateren voorts dat in de begroting wordt aangegeven dat bij Rijkswaterstaat in de periode tussen 2016 en 2020 middelen ter beschikking worden gesteld om geleidelijk maar liefst 100 fte om te zetten van inhuur naar vast personeel. In 2016 komt dit neer op 40 fte. Voor de volledigheid verwijzen de indieners hierbij tevens naar de in de begroting vermelde kosten per formatieve ambtelijke fte bij Rijkswaterstaat in 2016.

De indieners vinden het van het allergrootste belang dat de ILT haar huidige taken adequaat kan blijven uitoefenen en ook toekomstige extra taken op een adequate manier kan uitoefenen. Met dit amendement willen de indieners bewerkstelligen dat van de middelen die worden vrijgemaakt om in 2016 40 fte bij Rijkswaterstaat om te zetten van inhuur naar vast, er 10% ten goede komt aan extra fte’s voor de ILT. Dit komt neer op 4 fte in 2016 voor de ILT.

Aangezien het voornemen om tussen 2016 en 2020 geleidelijk aan in totaal 100 fte bij Rijkswaterstaat om te zetten van inhuur naar vast, willen de indieners met dit amendement tevens aangeven dat niet enkel voor 2016 maar tevens voor de periode 2017–2020 er 10% van vrijkomende middelen voor deze exercitie wordt ingezet ten goede aan extra fte’s voor de ILT.

De dekking voor dit amendement wordt gevonden in de verlaging van de begroting van het Infrastructuurfonds met een bedrag van € 480.000 (amendement 34 300 A nr. 13).

Van Veldhoven Smaling