Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201634300-X nr. 118

34 300 X Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2016

Nr. 118 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 juli 2016

Tijdens het algemeen overleg over reservisten van 20 april jl. (Kamerstuk 34 300 X, nr. 112) heb ik een nadere toelichting toegezegd op de inzetgereedheidsnorm van de Nationale Reserve (Natres) en de realisatie daarvan. Tevens heb ik toegezegd u meer informatie te verstrekken over het aantrekken van cyberreservisten en de mate waarin werkgevers daaraan meewerken. Deze brief gaat op beide onderwerpen in.

Inzetgereedheidsnorm Natres

De norm van 121-uren

Bij het opleiden en trainen (O&T) van de Natres-eenheden wordt gebruikgemaakt van een 48-maandenmodel. Dit betekent dat in een cyclus van vier jaar alle taken worden beoefend zodat er altijd voldoende Natres-eenheden beschikbaar zijn voor inzet. In dit model worden per reservist jaarlijks gemiddeld 121 uren besteed aan O&T.

Dit aantal uren berust op het aantal lessen en de vormen van training die nodig zijn om reservisten op pelotonsniveau (niveau 3) de status van inzetgereed te laten bereiken. Met dit niveau en het benodigde militaire kennis- en vaardigheidsniveau is het mogelijk om de taken van de Natres uit te voeren. Het 48-maandenmodel is gekozen omdat een deel van de O&T-modules langer dan een jaar zijn effect behoudt. Eenheden en individuen vallen immers bij de jaarwisseling niet terug naar niveau nul, maar behouden een mate van getraindheid, afhankelijk van bijvoorbeeld het aantal keren dat een bepaalde O&T-module is doorlopen en de ervaring en kennis die zijn opgedaan bij inzet. Het is een commandantenverantwoordelijkheid om het O&T-proces zodanig te sturen dat de eenheid bij aanvang van werkelijke inzet aan de eisen voldoet. Hiermee zijn de commandanten ook verantwoordelijk voor het gereedstellen van de individuele reservist en voor het benodigde programma, inclusief de urenverdeling.

Toegewezen uren aan Natres-bataljons

Jaarlijks raamt het CLAS 121 uur per Natres-reservist voor O&T-activiteiten. Bij het ramen van het totale aantal benodigde uren voor alle reservisten van de Natres wordt rekening gehouden met een percentage dat in een jaar voor korte of langere tijd verhinderd zal zijn. Reservisten hebben immers veelal ook verplichtingen jegens civiele werkgevers of in de privésfeer. Deze zogenoemde opkomstcorrectie berust op de ervaring uit voorgaande jaren. Naast de O&T-uren zijn extra uren nodig voor activiteiten in het kader van de bedrijfsvoering en de logistiek. Het gaat daarbij onder meer om het reizen naar en van oefeningen, het ophalen van oefenmaterieel en administratieve werkzaamheden. Daarom wordt voor elk O&T-uur 33 procent extra tijd toegewezen. De geraamde uren voor O&T, bedrijfsvoering en logistiek worden vervolgens aan de brigades toegewezen. Die verdeling is voor 2016 als volgt:

Bataljon

Aantal pelotons

Aantal reservisten

Uren p.p.

Opkomstcorrectie (72%)

Bedrijfsvoering en logistiek (33%)

Totaal aantal uren (121+33%)

10 Natres

24

912

121

79.453

26.484

105.937

20 Natres

25

947

121

82.503

27.501

110.004

30 Natres

20

760

121

66.211

22.070

88.281

In de planning voor 2016 zijn daarmee voldoende uren toegewezen aan de Natres-bataljons.

Ook heeft het CLAS een centraal belegd budget beschikbaar voor backfill, frontfill, en projectmatige inzet en het volgen van functie- en loopbaanopleidingen door alle reservisten (ongeveer 4.000). De uren die hiervoor worden gebruikt, verdringen dus niet de O&T-uren van de Natres-eenheden.

Realisatie

Het vaststellen van de werkelijk aan O&T bestede uren in de eerste maanden van 2016 is niet eenvoudig gebleken. Dit komt doordat in het registratiesysteem wel wordt bijgehouden hoeveel uren reservisten maken, maar niet exact voor welke taken (frontfill, backfill, projecten, O&T, bedrijfsvoering). Dit is bij beroepspersoneel overigens niet anders. Ook kunnen reservisten of hun commandant pas enige tijd later de in een bepaalde periode gerealiseerde opkomsten aanleveren. Uren die worden gemaakt voor andere defensieonderdelen worden eveneens met enige vertraging geregistreerd. Een volledig beeld over dit jaar kan derhalve pas worden verkregen in het eerste kwartaal van 2017. Om beter zicht te krijgen op de realisatie van alle toegekende uren, is de wijze van rapporteren en registreren voor alle reservisten bij het CLAS onlangs aangepast.

Dit neemt niet weg dat op basis van de geregistreerde uren in de eerste vier maanden van 2016 al wel een indicatie is te geven van het gemiddelde aantal uren dat per reservist aan O&T is besteed. Vergeleken met dezelfde periode in voorgaande jaren blijkt dit gemiddelde ongeveer tien procent lager te liggen. Dit kan worden verklaard door de beheersmaatregel die het CLAS afgelopen najaar heeft moeten nemen om een budgetoverschrijding te voorkomen. Om herhaling in de loop van 2016 te voorkomen, hebben de commandanten voor de Natres-eenheden een voorzichtige planning gemaakt voor de eerste maanden van 2016 wat heeft bijgedragen aan een lagere realisatie. Inmiddels hebben de brigadecommandanten opdracht gekregen zeker te stellen dat de voor 2016 toegewezen uren werkelijk aan O&T-activiteiten worden besteed.

Inzetgereedheid Natres

Zoals hierboven toegelicht, gaat het bij de inzetgereedheidsnorm om een gemiddeld aantal uren dat aan O&T moet worden besteed in een cyclus van vier jaar. Brigadecommandanten en commandanten van de Natres-bataljons kunnen prioriteiten stellen bij de uitvoering van de O&T-activiteiten en de inzet van reservisten. Deze flexibiliteit is noodzakelijk omdat de Natres-eenheden ook beschikbaar moeten zijn voor het uitvoeren van ad hoc taken. Een voorbeeld hiervan is de inzet van reservisten bij de bewaking van het onlangs gecrashte Zwitserse toestel bij de vliegbasis Leeuwarden. De feitelijk aan O&T bestede uren per eenheid of per individuele reservist kunnen dan ook voor kortere of langere tijd afwijken van de 121 uren-norm. Dit leidt niet automatisch tot directe negatieve consequenties voor de inzetgereedheid van de totale Natres-capaciteit. Het is ook mogelijk een Natres-eenheid tijdelijk intensiever te trainen. Zoals uiteengezet in mijn brief van 8 april jl., en zo ook tijdens het algemeen overleg over reservisten op 20 april jl.(Kamerstuk 34 300 X, nr. 95), is er op dit moment geen indicatie dat de Natres-pelotons structureel niet zouden voldoen aan het minimumniveau van inzetbaarheid.

Cyberreservisten

Er zijn inmiddels dertien cyberreservisten aangesteld terwijl nog eens tien personen de aanstellingsprocedure doorlopen. De cyberreservisten bieden kennis en ervaring die niet of niet voldoende bij Defensie aanwezig zijn. Met het oog op de tevredenheid over de inbreng en de deskundigheid van de reeds aangestelde cyberreservisten als ook de toenemende vraag naar deze kennis, blijft de behoefte toenemen. Het huidige wervingsbeleid volstaat om aan de groeiende vraag tegemoet te komen.

Er worden geen exacte gegevens bijgehouden over de medewerking van civiele werkgevers aan de werving van cyberreservisten. Afgaande op signalen van kandidaat-cyberreservisten en civiele werkgevers is de schatting dat ongeveer de helft van de kandidaten vóór het gesprek met Defensie met de werkgever hierover spreekt. Er zijn geen negatieve reacties van werkgevers ontvangen, wel af en toe verzoeken om meer informatie over de inhoud en de gevolgen van een aanstelling als cyberreservist. Onder meer met bedrijfsbezoeken komt het Defensie Cyber Commando tegemoet aan de informatiebehoefte van werkgevers.

De Minister van Defensie, J.A. Hennis-Plasschaert