Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201634300-X nr. 101

34 300 X Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2016

Nr. 101 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 mei 2016

In mijn brief van 29 januari jl. (Kamerstuk 34 300 X, nr. 77) heb ik toegezegd uw Kamer voor de zomer nader te informeren over het dossier chroomhoudende verf, en de stand van zaken daarvan.

RIVM-onderzoek

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) coördineert het historisch onderzoek naar blootstelling van (oud-)medewerkers aan chroomhoudende verf en wat dit kan betekenen voor hun gezondheid. De paritaire commissie, die het onderzoek begeleidt, heeft in 2015 de onderzoeksvoorstellen van negen werkpakketten vastgesteld. De uitvoering van deze werkpakketten is momenteel in volle gang.

De paritaire commissie, het RIVM en het Ministerie van Defensie stellen alles in het werk om het historisch onderzoek zo snel en zorgvuldig mogelijk te voltooien. Ook wordt getracht om, waar mogelijk, tussentijds antwoorden te geven op de vragen van alle betrokkenen.

De onderzoeksvragen 1 (Wat is chroom-6?), 7 (Hoe kun je met chroom-6 in contact komen?) en 11 (Wat doet het lichaam met chroom-6?) worden naar verwachting de komende zomer beantwoord. Hiervoor wordt alle relevante wetenschappelijke kennis gebundeld en aan belanghebbenden beschikbaar gesteld via twee uitgebreide informatiebladen. Deze bladen worden op de RIVM-website gepubliceerd en tegelijkertijd aan de Kamer verzonden. Vooruitlopend op de informatiebladen heeft het RIVM al eerder producten opgeleverd en gepubliceerd op de RIVM-website1. Het betreft een filmpje over wat er in het algemeen in de wetenschappelijke literatuur bekend is over chroom-6 en mogelijke gezondheidseffecten evenals informatie voor huisartsen en belanghebbenden over de gezondheidsrisico’s van chroom-6.

Bij de deelonderzoeken over de werksituatie en de blootstelling aan chroomhoudende verf in het verleden, wordt gebruikgemaakt van informatie uit documenten, informatie uit gesprekken met (oud-)medewerkers en de antwoorden op vragenlijsten. De analyse op basis hiervan zal grotendeels voor het einde van dit jaar zijn voltooid. Een exacte eindtijd van deze deelonderzoeken is nog niet bekend, omdat nog niet vaststaat hoeveel gesprekken met (oud-)medewerkers nodig zijn. De onderzoeksvragen inzake extra gezondheidsrisico» s en de verantwoordelijkheid van Defensie kunnen pas worden beantwoord nadat alle deelonderzoeken zijn voltooid.

GGD-onderzoeken POMS-locatie Ter Apel

In 2015 hebben de regionale GGD’en onderzoek uitgevoerd naar de gezondheidsrisico’s voor de huidige werknemers op de voormalige POMS-locaties. Op de locaties Brunssum, Eygelshoven, Vriezenveen en Coevorden zijn geen gezondheidsrisico’s voor het personeel onderkend. In aansluiting op dit onderzoek zijn op advies van de GGD Groningen luchtmonsters genomen op de POMS-locatie Ter Apel. Dat is begin januari 2016 gebeurd. Voor het aldaar werkzame personeel is geen sprake van gezondheidsrisico’s.

Gezondheidskundig onderzoek

Inmiddels hebben 133 medewerkers die nu nog met chroomhoudende verf werken, gebruik gemaakt van het preventieve medisch onderzoek. Dit onderzoek wordt alle medewerkers aangeboden die nu bij hun werkzaamheden in contact komen met chroomhoudende verf.

Meldingen, coulanceregeling en bezwaarschriften

Het aantal registraties bij het meldpunt van het Centrum Arbeidsverhoudingen voor Overheidspersoneel (CAOP) is sinds januari 2016 opgelopen tot 2.531 (peildatum 7 april jl.). Tot nu toe (peildatum: 9 mei jl.) hebben 668 (oud-)medewerkers een beroep gedaan op de coulanceregeling die in maart 2015 is ingegaan. Daarvan zijn 223 aanvragen toegekend en betaald. Er zijn nog 23 aanvragen in behandeling. Er zijn 422 aanvragen afgewezen omdat ze niet voldeden aan de voorwaarden op het gebied van de aandoening, de functie of de duur van de blootstelling.

Tegen de afwijzing zijn 124 (oud-)medewerkers in bezwaar gegaan. Bij de behandeling van de bezwaarschriften gericht op de aandoening heeft het ABP op aanwijzing van Defensie externe deskundigheid ingeroepen om tot een onafhankelijk oordeel te komen. Bij bezwaren die zich richten op de functie destijds of de duur van de blootstelling, wordt samen met de (oud-)medewerker onderzocht welke werkzaamheden feitelijk zijn verricht en hoe lang. Inmiddels zijn 25 bezwaarschriften afgedaan (negen gegrond, tien ongegrond en zes niet-ontvankelijk). De overige bezwaren zijn nog in behandeling.

Uitwerking aanbevelingen Coördinatiecentrum Expertise Arbeidsomstandigheden en Gezondheid (CEAG)

De uitvoering van de aanbevelingen uit de Quick Scan chroom-6 van het CEAG (zie Kamerstuk 34 300 X, nr. 10 van 1 oktober 2015) verloopt volgens plan, met uitzondering van twee aanbevelingen die vertraging hebben opgelopen. Het betreft de aanbeveling over het raamcontract voor periodieke reiniging van moeilijk bereikbare plaatsen en de aanbeveling over de «fit-to-face»-test voor adembeschermingsmiddelen.

Raamcontract periodieke reiniging moeilijk bereikbare plaatsen

Het raamcontract voor de periodieke reiniging van slecht bereikbare plaatsen in ruimtes waar veel verspanende2 werkzaamheden worden verricht, is zes maanden vertraagd. De oorzaak hiervan is de uitgebreide aanbestedingsprocedure. Volgens de nieuwe planning zal uiterlijk eind juni 2016 een raamcontract beschikbaar zijn. In de tussentijd wordt gebruik gemaakt van bestaande reinigingscontracten, waardoor er geen risico bestaat voor de veiligheid op de werkvloer.

«Fit-to-face»-test

De uitbreiding van het bestaande raamcontract voor persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’n) met een onderhouds- en servicecontract voor adembeschermingsmiddelen en een «fit-to-face» test blijkt niet haalbaar volgens de oorspronkelijke planning. De uitbreiding was beoogd vanaf januari 2016. De door CEAG aanbevolen civiele EN-ISO norm voor de «fit-to-face» test is echter nog niet vastgesteld en derhalve nog niet op de markt beschikbaar. In 2016 wordt de aanbesteding voor een nieuw raamcontract voorbereid dat per 1 januari 2017 het huidige contract zal vervangen. Tot die tijd brengen de defensieonderdelen zelf de aanbeveling van het CEAG in de praktijk door middel van instructie, onderhoud en, waar nodig, het decentraal sluiten van tijdelijke contracten voor de «fit-to-face» test op grond van de huidige normering. Het uitstel van de uitbreiding van het raamcontract PBM’n levert hierdoor geen risico op voor het personeel.

Communicatieplan paritaire commissie

Op 3 juni 2015 heb ik tijdens het plenaire debat toegezegd uw Kamer te informeren over het communicatieplan van de paritaire commissie (Handelingen II 2014/15, nr. 91, item 3). De paritaire commissie heeft gekozen voor een coördinerende rol die garandeert dat er sprake is van een goed onderling overleg met alle betrokken organisaties, waaronder het RIVM, centrales voor overheidspersoneel, het ABP, de GGD, het CAOP en Defensie. Iedere organisatie die bij het chroom-6 dossier betrokken is, heeft een eigen verantwoordelijkheid voor de communicatie. Het doel van alle partijen is een zorgvuldige, tijdige en volledige communicatie met (oud-)medewerkers. De paritaire commissie hecht er aan dat alle partijen elkaar op de hoogte houden van belangrijke communicatiemomenten, zoals de oplevering van de resultaten van de werkpakketten en de verzending van nieuwsbrieven aan de geregistreerden bij het informatiepunt van het CAOP. De coördinatie verloopt naar tevredenheid van alle betrokkenen. Daarnaast heeft de paritaire commissie een website3 gemaakt met verwijzingen naar websites van de betrokken organisaties.

Ten slotte

De eerstvolgende brief met de stand van zaken is voorzien voor oktober van dit jaar. Indien zich voor die tijd nieuwe ontwikkelingen voordoen, zal ik uw Kamer daarover uiteraard informeren.

De Minister van Defensie, J.A. Hennis-Plasschaert


X Noot
1

www.rivm.nl/Onderwerpen/C/chroomhoudende _verf_en_CARC/Chroom_6

X Noot
2

Verspanende werkzaamheden is de term voor alle vormen van materiaalbewerking waarbij met hand- of machinegereedschap materiaaldelen worden weggenomen zoals frezen, vijlen, boren en slijpen.