Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201634300-VI nr. 31

34 300 VI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Veiligheid en Justitie (VI) voor het jaar 2016

Nr. 31 MOTIE VAN DE LEDEN VAN OOSTEN EN OSKAM

Voorgesteld 26 november 2015

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het fabriceren en verkoopklaar maken van drugs vaak plaatsvindt in woningen dan wel panden in woonwijken;

overwegende dat de handel in drugs een grote negatieve impact heeft op de directe leefomgeving;

overwegende dat drugs voordat die worden verkocht vaak vermengd worden met zogenoemde versnijdingsmiddelen;

constaterende dat een burgemeester thans niet de wettelijke bevoegdheid heeft om panden waar grote hoeveelheden zogenoemde versnijdingsmiddelen worden aangetroffen, die een duidelijke aanwijzing vormen dat in dat pand drugs verkoopklaar zijn gemaakt dan wel zijn verhandeld, te sluiten;

constaterende dat bovengenoemde bevoegdheid in de praktijk wordt gemist;

roept de regering op om het bestuursrechtelijk instrumentarium aan te passen zodat het mogelijk wordt voor de burgemeester om panden en woningen waarin grote hoeveelheden versnijdings- dan wel hulpmiddelen worden aangetroffen, te kunnen sluiten,

en gaat over tot de orde van de dag.

Van Oosten

Oskam