Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201634300-IV nr. 5

34 300 IV Vaststelling van de begrotingsstaten van Koninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds (H) voor het jaar 2016

32 893 Fiscaal stelsel voor Caribisch Nederland

Nr. 5 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 29 september 2015

Naar aanleiding van diverse toezeggingen richting uw kamer om u op de hoogte te houden over de kwestie van dubbele belasting op leveringen van goederen via Sint Maarten aan Sint Eustatius en Saba informeer ik u, mede namens de Staatssecretaris van Financiën, als volgt.

Sinds de transitie is er discussie over deze kwestie. Op verzoek van de Minister van Financiën van Sint Maarten is, met instemming van de Nederlandse ministeries van BZK en Financiën, een korte studie uitgevoerd waarin is geïnventariseerd in welke gevallen die dubbele druk zich voordoet en waarin zo mogelijk ook oplossingsrichtingen worden beschreven om deze dubbele druk weg te nemen of te beperken. Deze studie beoogt op basis van beschikbare feiten en omstandigheden meer duidelijkheid te geven over een langlopende discussie tussen Nederland en Sint Maarten.

Belangrijkste conclusie is dat slechts in een beperkt aantal gevallen cumulatie van Belasting op Bedrijfsomzetten (BBO, Sint Maarten) en Algemene Bestedingsbelasting (ABB, op Caribisch Nederland) kan plaatsvinden. In de meeste gevallen is op Sint Maarten ofwel geen sprake van een belastbaar feit (bij doorgevoerde goederen die door inwoners van Sint Eustatius of Saba zelf in een derde land worden aangekocht) dan wel is ter plaatse een vrijstelling van toepassing (voor o.a. eerste levensbehoeften dan wel voor goederen die aantoonbaar worden geëxporteerd). Dubbele belasting kan alleen dan aan de orde zijn als een ondernemer of particulier van Sint Eustatius of Saba andere goederen dan eerste levensbehoeften koopt bij een ondernemer op Sint Maarten die niet de exportvrijstelling claimt en voor zover de waarde uitstijgt boven de reizigersvrijstelling van USD 500. Als de ondernemer de vrijstelling niet doorberekent aan de afnemer is geen sprake meer van (dubbele) belastingheffing. De in artikel 9 BBO opgenomen exportvrijstelling is voldoende ruim geformuleerd voor ondernemers op Sint Maarten om ook dan in de meeste gevallen vrijstelling te claimen van BBO. Het invoeren van een ruimere exportvrijstelling is dan ook niet nodig, nu de wetgeving feitelijk al een vrijwel integrale exportvrijstelling omvat.

Wel leren concrete voorbeelden dat er licht kan zitten tussen wetgeving, beleid en uitvoering in de praktijk. Het zou in dat verband goed zijn als de Minister van Financiën van Sint Maarten duidelijkheid schept over de reikwijdte en de beoogde werking van de exportvrijstelling en de communicatie hierover richting ondernemers intensiveert. Dit is niet alleen in het belang van ondernemers en inwoners op Sint Eustatius en Saba, maar verbetert ook de werking van het belastingstelsel van Sint Maarten.

Ondernemers op Saba en Sint Eustatius zouden zelf ook meer kunnen doen. Door meer samen te werken kan meer druk gezet worden op de ondernemers op Sint Maarten en kunnen betere inkoopvoorwaarden worden gerealiseerd, inclusief het toepassen en doorberekenen van de (export)vrijstelling in de inkoopprijzen.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk