Hieronder is opgenomen het nader rapport d.d. 10 december 2015, aangeboden aan de
Koning door de Minister van Buitenlandse Zaken.
Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 31 augustus 2015, no. 2015000943,
machtigde Uwe Majesteit mij het verdrag waarop het bovenvermelde voorstel van rijkswet
betrekking heeft, met het oog op stilzwijgende goedkeuring over te leggen aan de beide
Kamers der Staten-Generaal en aan de Staten van Curaçao.
Bij brieven van 9 september 2015 heb ik vervolgens de goedkeuring overgelegd (Kamerstukken
II, 2015–2016, 34 280 (R2058), A/Nr. 1).
Op 29 september 2015 gaf de volledige Tweede Kamer der Staten-Generaal, overeenkomstig
artikel 5, eerste lid, van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen, de wens
te kennen dat de goedkeuring van het op 16 december 2014 te Willemstad tot stand gekomen
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Curaçao, en de Verenigde
Staten van Amerika tot verbetering van de internationale naleving van de belastingplicht
en de tenuitvoerlegging van de FATCA, aan de uitdrukkelijke goedkeuring van de Staten-Generaal
zal worden onderworpen.
In verband hiermee bied ik U het hierboven vermelde voorstel van rijkswet aan.
Op grond van artikel 19, onder b, van de Wet op de Raad van State kan het horen van
de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk achterwege blijven
aangezien de Afdeling advisering al gehoord is in het kader van de stilzwijgende goedkeuringsprocedure.
Ik moge U derhalve verzoeken het hierbij gevoegde voorstel van rijkswet en de memorie
van toelichting rechtstreeks aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal en de Staten
van Curaçao te zenden.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
A.G. Koenders